- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur O. Bosma
- Redactioneel
Met angst en beven naar het nieuwe belastingstelsel
...en ik dacht dat ik er op vooruit zou gaan!
De nieuwe inkomstenbelasting gaat in op 1 januari 2001, maar naar schatting vier miljoen mensen moeten al de komende maanden zelf in actie komen om tijdig gebruik te maken van een nieuw recht: de maandelijkse Œvoorlopige teruggave¹. Zij krijgen eind september, begin oktober een VT-formulier toegezonden dat voor 1 december moet worden teruggestuurd naar de Belastingdienst. Ongetwijfeld stijgt de informatiebehoefte van het publiek dan met sprongen. En eind januari, als de eerste salarisstroken onder het nieuwe regime worden bezorgd, zal de druk op de voorlichters en dienstverleners nog groter worden.
Allerlei instanties proberen door het vooraf geven van zoveel mogelijk algemene informatie te voorkomen dat ze tegen die tijd overspoeld worden door vragen. De Belastingdienst breidt de bezetting van de informatietelefoon uit, adverteert frequent paginagroot in de dagbladen en stuurt folders. De FNV organiseert in november en december 41 landelijke bijeenkomsten (ze zullen worden aangekondigd in Het Onderwijsblad), accountantskantoren en hypothekers maken hun eigen voorlichtingsmateriaal en op internet barst het van de websites met informatie (zie kader). Voor de instanties is het echter moeilijk om in zo¹n campagne de meest voor de hand liggende vragen voor te zijn. Per definitie kan de voorlichting niet ingaan op de onuitputtelijke variatie in persoonlijke omstandigheden. Daarnaast staat het formele taalgebruik van de ingewijden begrip bij de gewone belastingbetaler in de weg. Zo staat in de algemene brochure van de Belastingdienst te lezen dat Œiedere partner zelf recht heeft op de algemene heffingskorting, ook als hij of zij geen of weinig inkomen heeft. In dat geval wordt (een deel van) het bedrag van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner uitbetaald, bijvoorbeeld in de vorm van een voorlopige teruggaaf.¹ Menigeen zal de passage lezen, herlezen, zich de ogen uitwrijven en zich de vraag stellen: Staat hier werkelijk dat je, als je geen baan hebt en getrouwd bent of samenwoont, zomaar geld krijgt van de belastingen? Maar waarom heet het dan teruggaaf? Ik heb toch niets betaald? Het lijkt waarachtig wel alsof het basisinkomen via de achterdeur is binnengekomen. Een verrassing, die onvermijdelijk de behoefte oproept om van anderen de verzekering te krijgen dat het echt waar is.
Het ís echt waar en hieronder staat waarom. En waarom die vier miljoen VT-formulieren beslist voor 1 december moeten zijn ingevuld. En waarom u aan de bel moet trekken als u voor teruggaaf in aanmerking komt en geen formulier ontvangt.
Heffingskortingen
Het oude systeem, geldig tot en met het belastingjaar 2000, kent de belastingvrije som, het deel van het inkomen waarover geen belasting werd betaald. Onderdeel van de belastingvrije som is de basisaftrek. Bij het vaststellen van de hoogte hiervan speelt het kostwinnersbeginsel een grote rol. Echtparen of daarmee gelijkgestelde samenwoners worden verdeeld in een meest- en minstverdienende. Als de minstverdiener geen inkomen heeft, of een inkomen onder de Ÿ8523,-, kan deze zijn of haar basisaftrek overdragen aan de meestverdiener. Dat is bijna altijd voordelig, omdat dankzij de gecombineerde aftrek van Ÿ17.473,- het belastbare inkomen van de meestverdiener voor een groter deel in de lagere tariefschijven zakt. Uit emancipatorisch oogpunt is het systeem verwerpelijk en in tijden van krapte op de arbeidsmarkt pakt het ook verkeerd uit. Voor de minstverdienende partner is het zaak nauwlettend in de gaten te houden dat het inkomen onder de magische grens van Ÿ8523,- blijft hangen.
Het nieuwe stelsel gaat uit van individuele belastingheffing. De mogelijkheid van overdracht verdwijnt tegelijk met de belastingvrije som. Op het toneel verschijnt de heffingskorting: eerst wordt de hoogte van de belasting berekend en daar gaat, afhankelijk van de individuele omstandigheden, een bedrag vanaf. Iedere belastingplichtige jonger dan 65 jaar heeft recht op de algemene heffingskorting van Ÿ3321,- per jaar (voor senioren Ÿ1495,-). Voor echtparen en geregistreerde partners pakt dat als volgt uit. Degene die tot nu toe de rol van meestverdiener had, krijgt een korting van Ÿ3321,- op de berekende belasting. Dat bedrag is veel lager dan het effect van de huidige gecombineerde belastingvrije voet. Vanaf januari 2001 daalt daardoor voor de meestverdieners in veel gevallen het netto inkomen of valt de lastenverlichting erg tegen.
Daar staat tegenover dat de partner die geen inkomen heeft, jaarlijks recht heeft op uitbetaling van de heffingskorting van 3321,-. De Belastingdienst streeft ernaar dit zoveel mogelijk in maandelijkse termijnen van Ÿ276,75 te doen. De enige voorwaarde is dat de verdienende partner ten minste twee keer de algemene heffingskorting aan belasting en premies betaalt, dus Ÿ6642,- per jaar. Dat zal in de regel het geval zijn. Als de verdienende partner bijvoorbeeld maar Ÿ6000,- belasting betaalt, daalt het bedrag dat de niet-verdiener Œterugkrijgt¹ met Ÿ642,-. De niet-verdiener krijgt helemaal niets, als de verdiener minder dan Ÿ3321,- aan belasting betaalt.
De partner die een te klein inkomen heeft voor de algemene heffingskorting, krijgt de rest van de belasting maandelijks aangevuld, dit ook weer onder de voorwaarde dat de andere partner voldoende belasting betaalt.
Naast de algemene heffingskorting zijn er bijzondere. Werkenden en zelfstandigen krijgen een arbeidskorting. Mensen met kinderen jonger dan twaalf jaar krijgen, als het gezinsinkomen onder een bepaalde grens valt, een kinderkorting, eventueel aangevuld met een extra korting als het gezinsinkomen onder een nog lagere grens valt en een combinatiekorting voor de ouders die betaald werk verrichten en daarmee minstens Ÿ8381,- verdienden. Voor alleenstaande ouders zijn er, afhankelijk van het inkomen, ook twee kortingen. Ten slotte zijn er twee kortingen voor 65-plussers met een inkomen onder een bepaald maximum.
Voorlopige teruggave
Een flink deel van de heffingskortingen zal in de praktijk niet (alleen) de gedaante krijgen van een vermindering van te betalen belasting, maar (ook) van een directe uitbetaling. De Belastingdienst probeert met gegevens van werkgevers en uitkeringsinstanties de naar schatting vier miljoen mensen in kaart te brengen die hiermee te maken krijgen. Het gaat om de volgende groepen:
*Alle niet-werkende of weinig verdienende partners.
*Alle bijstandsgerechtigden.
*Alle mensen met kinderen jonger dan twaalf jaar en een inkomen onder de Ÿ116.008,-.
*Alle, al of niet werkende, alleenstaande ouders met kinderen onder de 27 jaar (nu in de tariefgroepen 4 of 5).
*Alle werkende ouders met een inkomen van minimaal Ÿ8381,- per jaar.
Voorzover de Belastingdienst hen weet op te sporen, krijgen deze mensen rond eind september het formulier toegezonden waarmee de maandelijkse Œteruggave¹ wordt aangevraagd. Wie het formulier niet of na 1 december heeft teruggestuurd, loopt het geld voorlopig mis. In huishoudens van partners zou dat in januari tot een daling van het gezinsinkomen leiden vanwege de daling van het netto inkomen van de meestverdiener. Om dit te voorkomen, moeten de gegadigden er dus voor zorgen dat hun formulier op tijd terug is bij de Belastingdienst. Hetzelfde geldt voor de gegadigden voor een of meer bijzondere heffingskortingen.
Het is voorspelbaar dat niet iedere kandidaat voor een heffingskorting wordt opgespoord. Hier en daar circuleert een mogelijk percentage van vijf procent missers: 200.000 mensen. Wie in aanmerking denkt te komen voor een heffingskorting maar eind oktober nog geen formulier Œvoorlopige teruggaaf heffingskortingen¹ heeft ontvangen, moet daarom aan de bel trekken. Eerder aanvragen, voor de zekerheid, mag ook: telefoon 0800-2358358.
Lastenverlichting
De regering belooft voor 2001 een aanzienlijke lastenverlichting, betaald uit de miljardenmeevallers. Die lastenverlichting komt onder meer tot stand door een aanpassing van het schijvensysteem: de tarieven per schijf gaan wat omlaag en de bedragen voor je in een hogere schijf komt, gaan omhoog. In de tabel onder aan deze pagina staan de percentages exclusief de premies volksverzekeringen. Die worden onafhankelijk van de stelselherziening jaarlijks vastgesteld. Tussen haakjes de percentages inclusief de premies op basis van 2000.
In het oude stelsel geldt de progressieve belastingdruk - hoger percentage voor hoger inkomen - voor het totale inkomen. In het nieuwe stelsel is dit inkomen gesplitst in drieën, de drie boxen¹ waarover in de voorlichting sprake is. De progressieve belastingpercentages gelden voortaan alleen voor de eerste box: het inkomen uit werk en woning. Met de tweede box hebben maar weinig vakbondsleden te maken, die gaat over inkomen uit aanmerkelijk belang, dat wil zeggen een bezit van meer dan vijf procent van de aandelen in een bedrijf. De weinigen die het betreft, betalen 25 procent belasting over deze inkomsten. De derde box is weer voor veel meer mensen van belang: hierin zitten de inkomsten uit sparen en beleggen. De fiscus gaat ervan uit dat iedere spaarder en belegger een rendement van vier procent haalt. Daarover moet dertig procent belasting worden betaald. Wie in 2001 gemiddeld Ÿ50.000,- spaart of belegt, mag eerst de basisvrijstelling van Ÿ37.463 aftrekken. Blijft over een bedrag van Ÿ12.537. Hiervan vier procent rendement is 501 gulden. Dertig procent belasting is 150 gulden. Ouderen zijn beter af, want voor 65-plussers geldt een veel hogere vrijstelling. Tegenover de inkomsten kunnen in box 3 ook schulden staan. Die mogen boven de basisvrijstelling worden afgetrokken. Hypotheekschulden zijn in box drie echter niet van toepassing, die worden in box 1 verrekend in de vorm van de roemruchte hypotheekrenteaftrek.
Voor pechvogels die in Baan, WOL of anderszins ongelukkig hebben belegd of voor spaarders van direct opeisbare tegoeden waar de bank minder dan vier procent rente over betaalt, geldt geen pardon: het vaste rendement is voor de fiscus een onaantastbaar gegeven (dat heet forfaitair voordeel). Een nieuw element vormen de maatschappelijke beleggingen¹, bijvoorbeeld in groenfondsen. Per belastingplichtige geldt een vrijstelling van ruim een ton.
Gehuwden moeten nu bepaalde inkomsten en aftrekposten toerekenen aan de partner met het hoogste inkomen. Ook in dit geval behandelt de fiscus de partners in het vervolg als zelfstandige economische eenheden. Ze mogen kiezen wie wordt belast voor welk deel van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen, bijvoorbeeld uit een gezamenlijk vermogen. Hetzelfde geldt voor gemeenschappelijke aftrekposten, zoals uitgaven voor kinderopvang en giften. Slim rekenen kan een hoop geld schelen: in box 1 door te voorkomen dat inkomens over een schijfgrens heen gaan, in box 3 door samen het maximale profijt te trekken uit basis- en andere vrijstellingen.
Als de belasting per box is vastgesteld, worden de bedragen opgeteld. Een negatief inkomen in de ene box kan echter niet worden verrekend met een positief inkomen uit een andere. Als de totale belasting is vastgesteld, worden de heffingskortingen afgetrokken en kan de aanslag de deur uit. De eerste keer gebeurt dat pas in 2002. Maar, zoals de oplettende lezer inmiddels heeft begrepen, tot zolang kunt u niet wachten met u op de hoogte te stellen van het meesterwerk van Zalm en Vermeend.
Informatie
De Belastingdienst geeft brochures uit. Aanvragen via de belastingtelefoon: 0800-0543. Hier kunt u ook terecht voor vragen over de eigen situatie. De Belastingdienst zet extra mensen in, maar de kans op lange wachttijden of verbreken van de verbinding neemt toe naarmate het uur U dichterbij komt. Hetzelfde valt te verwachten bij alle andere dienstverleners en informatieverschaffers. Handige jongens en meisjes spelen daar op in en openen een eigen informatielijn. Bijvoorbeeld 0900-2001001 (Ÿ1,05 per minuut). Niet goedkoop, maar voor specifieke vragen minder duur dan een compleet advies van een accountantskantoor¹, aldus de slimmeriken. De duur van het telefoongesprek kan worden beperkt door de vraag te e-mailen naar info@bel2001.nl. Twee dagen later bellen en het antwoord ligt klaar, beloven de initiatiefnemers. De FNV organiseert in november en december 41 informatiebijeenkomsten. Ze worden in oktober in Het Onderwijsblad aangekondigd. De afdeling juridische dienstverlening van de AOb is niet in eerste instantie bedoeld voor belastingvragen, maar toch lopen enkele medewerkers zich warm.
Internet is een rijke bron van informatie. Het ministerie van Financiën heeft een prima website: www.minfin.nl, doorklikken naar Œfiscaal beleid¹ en Œvraagbaak 2001¹. Op de site www.belastingdienst.nl kan men voor de eigen situatie een grove vergelijking maken tussen het oude en het nieuwe stelsel, compleet met uit te printen rapportage. Wie hieraan begint moet de belangrijkste gegevens voor de aanslag 1999 bij de hand hebben. De commerciële belastingadviseurs presenteren zich gezamenlijk op de site www.cbhome.nl. Ze bieden veel informatie, het downloaden ervan vereist vrij veel programmatuur. Al deze sites wijzen de weg naar andere links, maar www.belastingplein.nl is daarvoor speciaal ingericht. De site www.vanzon.nl is handig ingericht, met een groot aantal mogelijke vragen als leidraad.