- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Tweede Kamer schoorvoetend akkoord met inzet onbevoegden
Wel geld, geen oplossingen
In de Londense ondergrondse is een reclamecampagne van start gegaan, waarin invallers voor het onderwijs worden gevraagd, zo meldt Times Educational Supplement (18 augustus). Het tekort is zo nijpend dat gegadigden een gegarandeerd salaris wordt geboden, los van het aantal dagen waarop wordt gewerkt. Wanneer je je in Londen aanmeldt als leerkracht kun je 5000 pond winnen en als je een collega inbrengt verdien je honderd pond. Zullen de grote steden in Nederland binnenkort het Londense voorbeeld moeten overnemen?
Minister Hermans denkt in 2004 het break-evenpoint van in- en uitstromende leerkrachten in het basisonderwijs te bereiken. Voor het voortgezet onderwijs zijn de vooruitzichten minder rooskleurig, daar beginnen de tekorten dan echt toe te slaan.
Hermans verdedigde eind augustus in de Tweede Kamer zijn nota Maatwerk 2, waarin een aantal maatregelen wordt voorgesteld om de tekorten op de arbeidsmarkt tegen te gaan. De onderzoekers van het Researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt concluderen daarin dat zelfs wanneer een groter aandeel hoger opgeleiden voor het leraarsberoep wordt gewonnen, dat niet voldoende zal zijn: ŒOok niet als op grote schaal herintreders kunnen worden geworven, deeltijders een grotere betrekking kunnen krijgen, inactieven worden teruggeleid en zij-instromers met een hogere opleiding worden aangetrokken.¹ De onderzoekers bepleiten meer actie, want ook al verwacht Hermans in 2004 een gelijke in- en uitstroom in het basisonderwijs, vooralsnog neemt de spanning op de arbeidsmarkt daar alleen maar toe. Zo beschikt eenderde van de schoolbesturen over een vervangingspool, maar in de grote steden meldde veertig procent het vorig schooljaar dat de pools leeg zijn. De meest recente belronde van het ministerie naar de stand van zaken leverde op dat er bijvoorbeeld in Den Haag twee weken na aanvang van het nieuwe schooljaar nog vijftig vacatures openstonden en dat er nul mensen in de vervangingspool zaten. Vorig jaar was dat op hetzelfde tijdstip gunstiger: er waren geen vacatures meer en er zaten nog vijf mensen in de pool.
De noodoplossing
Maatwerk 2 somt een aantal maatregelen op om nieuwe groepen mensen zo snel mogelijk op te leiden voor het vak. Opnieuw worden de vakleerkrachten ingezet, deze keer om omgeschoold te worden tot groepsleerkracht. In andere nota¹s wordt de vakleerkracht juist genoemd om de taak van de docent te verlichten. Onderwijsassistenten, ooit bedoeld als extra hulp in de klas, kunnen doorgroeien naar het leraarschap via speciale trajecten binnen het secundair beroepsonderwijs. Voor de geschiktheidstesten van de honderden zij-instromers die zich aanmelden voor het beroep van leraar, worden trainers opgeleid. Vaklieden kunnen als docent worden aangetrokken voor zes praktijkgerichte vakken in vmbo en roc¹s. Om de combinatie van werken en leren te bevorderen kunnen scholen tot Œopleidingsscholen¹ worden benoemd als ze voldoen aan bepaalde voorwaarden. Er moet opnieuw gekeken worden naar het systeem van invallers, niet alleen nieuwelingen, maar ook ervaren leerkrachten zouden dat moeilijke werk moeten doen. En als er dan toch nog klassen naar huis gestuurd moeten worden, dan is er de noodoplossing: onbevoegden, bijvoorbeeld ouders of mensen van de buitenschoolse opvang met een mbo-opleiding, krijgen een basiscursus. De school zorgt voor een onderwijskundig verantwoord noodprogramma.
Het voorstel deed indertijd nogal wat stof opwaaien. De AOb reageerde negatief. Voorzitter Jacques Tichelaar had gehoopt op meer analyse en structurelere oplossingen: ŒWe komen er niet met plannetjes voor een veredelde kinderopvang door mbo-vervangers.¹ De bewindslieden bezwoeren de Kamerleden echter dat alles beter is dan steeds weer een klas naar huis te moeten sturen. Dus ging de Kamer, zij het schoorvoetend en met veel mitsen en maren, akkoord. Harry van Bommel (SP) vroeg zich echter af of nu niet de indruk wordt gewekt, met al die zij-instromers en noodoplossingen, dat je zomaar voor de klas kunt staan: ³Doet dat niet juist weer afbreuk aan het goede imago dat zo hard nodig is. Is dit nu niet juist negatieve reclame?² Daar had niemand zich verder het hoofd over gebroken. Onder het mom van Œje moet toch wat¹ en Œnood breekt wet¹ moest het maar zo. Of zoals Ursie Lambrechts (D66) het enigszins wanhopig verwoordde: ³We worstelen met het duivelse perspectief van een onderwijs zonder leraren. Plus de oogst van een proces van achterstallig onderhoud waardoor het ondanks de investeringen van het moment toch lijkt of er niets gebeurt.²
Doemscenario
Lambrechts vindt dat er veel meer moet worden geïnvesteerd in het leraarschap. Ook volgens Marleen Barth (PvdA) is een meerjarenplan nodig, er ligt immers een notitie van de PvdA waarin negen miljard voor het onderwijs wordt uitgetrokken, vier miljard daarvan is bedoeld voor de arbeidsvoorwaarden. ³Maar waarom lukt dat dan nu niet?², vroeg Mohamed Rabbae (GroenLinks) haar. ³Waarom klaagt u terwijl uw partij in de regering zit?² Barth: ³Oh, maar u hoort mij niet klagen. Ik vind dat er met deze cao plus het schoolbudget een goede aanzet is gegeven.² Rabbae: ³Volgens mij lijdt dit land aan de Paarse ziekte: er is wel geld, maar geen oplossing voor de problemen.² De GroenLinkser gaf toe dat er nu meer wordt geïnvesteerd dan ooit, maar volgens hem zijn de verhoudingen nog steeds zoek: ³Het hoge ziekteverzuim geeft nog steeds aan dat er sprake is van een hoge werkdruk. Waarom slagen Barth, Cornielje en Lambrechts er niet in hun wensen op te leggen aan het kabinet? Waarom maken zij geen vuist en zeggen Œdit moet in drie jaar geregeld zijn? Het kabinet geeft miljarden lastenverlichting uit aan mensen die dat niet nodig hebben en durft wel te zeggen dat het financieringstekort omlaag moet, maar een deltaplan voor het onderwijs ligt er nog steeds niet. De sociaal-democraat In ¹t Veld heeft het blijkbaar opgegeven. Die vindt dat ouders maar zelf voor de school van hun kind moeten betalen.²
Barth en VVD¹er Cornielje protesteerden heftig tegen de aantijgingen. Barth: ³U bent bezig met een doemscenario. Op deze manier maakt u het beroep juist onaantrekkelijk.² Hermans gaf toe dat één voorjaarsnota nog geen zomer maakt en dat een meerjarenperspectief nodig is. Hij wilde nog niet vooruitlopen op de begroting, maar suggereerde dat daarin het antwoord op Rabbae¹s pleidooi te vinden zou zijn. Dat er meer geld in het verschiet ligt, is wel duidelijk. Of het ook de miljarden zijn die de PvdA wil, valt te betwijfelen aangezien ook minister Zalm van Financiën heel tevreden was na de laatste onderhandelingen over de meevallers in de schatkist.
Vervangingsfonds
Eensgezind was de Kamer in zijn mening dat de tekorten van het Vervangingsfonds niet voor rekening van de scholen mogen komen. Ook een verhoging van de premie is uit den boze. De minister moet er bovendien voor zorgen dat de regels van het fonds versoepeld worden. Scholen krijgen nu bijvoorbeeld geen vergoeding voor mensen die via een uitzendbureau worden ingehuurd. Op die manier zorgen de regeltjes weer voor stagnatie in de vervanging van zieke leerkrachten. Hermans wil niet zomaar de nood van het Vervangingsfonds lenigen, scholen met te veel zieken zullen dat moeten merken in hun portemonnee. De meningsverschillen worden verder besproken met het Vervangingsfonds.
Over de precieze toepassing van de noodmaatregel bleken de bewindslieden ieder een eigen opvatting te hebben. Staatssecretaris Adelmund had het over Œeen scherpe scheiding tussen onderwijs en opvang¹, terwijl de minister vond dat er een lespakket van de school klaar moest liggen voor de invallende onbevoegde.
Ook de Kamerleden hadden zo hun voorwaarden. Clemens Cornielje wil drie eisen opleggen aan de scholen voordat ze over kunnen gaan tot de noodmaatregel. Scholen moeten zijn aangesloten bij een pool en bij een uitzendbureau. Tevens moet al het personeel het aanbod krijgen om de adv te verzilveren. Een nieuw stokpaardje van Cornielje die nu overal laat weten dat het hele probleem van de tekorten in één klap is opgelost wanneer de adv geheel zou worden ingetrokken en verzilverd.
Lambrechts vond het heel gênant dat de Kamer geen nee kon zeggen tegen de noodmaatregel. Zij meende, wellicht naar Londens voorbeeld, dat de invallers in ieder geval beter beloond moeten worden. Barth vond dat de maatregel niet beperkt moet blijven tot de grote steden.
Op financieel gebied deed Hermans nog wel enkele toezeggingen. Bijvoorbeeld voor de ondersteuning van de opleidingen die al die zij-instromers moeten opleiden. Later op de dag, tijdens het feestje voor het 25-jarig bestaan van de Hbo-raad, beloofde hij opnieuw de hbo-opleidingen met honderden miljoenen tegemoet te zullen komen vanwege de grote toestroom van studenten. Geld zat, maar waar zijn de plannen?
De vijf-dagensoap
De schooltijdenaffaire had tijdens de zomervakantie iets van een slechte soap. De ene ouder eiste bij de rechter dat de school één dag zou sluiten, terwijl de andere zijn beklag deed over het inkorten van de schoolweek naar vier dagen. Steeds weer was daar de staatssecretaris die voor het dankbare Nos-journaal (komkommertijd en je moet toch wat) uitlegde wat het meest verantwoorde scenario voor de kleintjes was: vijf dagen naar school. En steeds weer was daar de naar publiciteit smachtende vertegenwoordiger van de VOO die uitlegde dat vier dagen de hemel op aarde brengt.
Los van de rechtszaken werd er al enkele maanden overleg gevoerd over een wijziging van de schooltijden. Groot was dan ook de verbazing van de onderwijsorganisaties dat staatssecretaris Adelmund de vijf dagen nu opeens dwingend wil opleggen. Met een wetswijziging waarin het maximum van 5,5 uur les per dag wordt vervangen door een minimum van drie uur. Bovendien wordt de huidige urenverdeling tussen de onder- en de bovenbouw (3520 uur voor groep 1 tot en met 4 en 4000 uur voor groep 5 tot en met 8) losgelaten. Scholen kunnen er dan voor kiezen om de lestijden in onder- en bovenbouw gelijk te trekken naar 940 uur per jaar. De staatssecretaris vindt ziekte en arbeidstijdverkorting geen reden om tijdelijk een vierdaagse week in te voeren.
Het vijf-dagenvoorstel heeft direct een hausse van protesten van schoolbesturen opgeleverd omdat het voorbijgaat aan de praktijk. ³Het is te star², zegt Rob de Koning, bestuurder van de AOb. ³Veel scholen zijn al jaren gewend om bijvoorbeeld groep 1 eens in de veertien dagen een dag of een middag vrij te geven. Het geeft de school ruimte, de ouders zijn akkoord en voor de kinderen is het ook niet slecht. Met het rigide opleggen van vijf dagen maak je dat onmogelijk.² Volgens De Koning zijn alle partijen het erover eens dat er niet overgegaan moet worden op vier dagen. De AOb vindt wel dat met een eventuele wetswijziging scholen meer ruimte moeten krijgen voor eigen beleid, in samenspraak met de ouders. Het dwingend opleggen van vijf dagen waarin ten minste drie uur les wordt gegeven, laat nauwelijks enige variatie toe. Volgens De Koning heeft dat niets meer met deregulering te maken.
Gesjoemel voorkomen
De AOb heeft een heel ander voorstel waarbij het invoeren van vier dagen niet mogelijk is maar dat scholen wel in staat stelt te variëren. Het houdt in dat de school zich verplicht om 180 dagen onderwijs per jaar aan te bieden. De Koning: ³Daarmee voorkom je meteen gesjoemel in de onderbouw, maar het geeft de mogelijkheid voor eigen beleid.² Ook in het voorstel van de AOb is het voor scholen mogelijk om de huidige urenverdeling tussen onder- en bovenbouw te laten vallen. Wanneer in de wet wordt opgenomen dat de leerlingen gedurende acht jaar ten minste 7520 uur onderwijs ontvangen, kan de school zelf een keuze maken en blijven allerlei varianten mogelijk.
De wetswijziging van Adelmund moet nog in het kabinet besproken worden. De Kamer reageerde in eerste instantie niet afwijzend. De Koning: ³Als dit dreigt door te gaan, heb ik liever helemaal geen wijziging. Dan moeten we het maar houden zoals het nu is.²