- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur . Overige
- Column
Gouden kozijnen
Onwillekeurig blijven mijn gedachten steken bij de Paarse visie op de overheid. Zou mij over pakweg een jaar net zo¹n kilmakende woede bekruipen als ik door Amsterdamse wijken als Bos en Lommer of Zeeburg fiets? Terwijl dan in mijn buurt de scholen gouden kozijnen hebben gekregen of parkeerplaatsen voor de Range Rovers van de ouders - omdat de ouders daaraan graag hun extra bijdrage wilden besteden - zie ik in de achterstandswijken grauwe gebouwen en kinderen die op ongewone tijden naar huis worden gestuurd. ŒU overdrijft wel¹, zou Hermans zeggen, Œwij gaan er immers voor zorgen dat scholen met een hoge concentratie achterstandsleerlingen van de overheid extra steun krijgen.¹ Beste minister Hermans, denkt u echt dat dat gaat lukken? Is er niet een tachtig jaar oude traditie van financiële gelijkstelling die in de hoofden van bestuurders blijft hangen? Is er niet bijzonder onderwijs dat ruimte genoeg heeft om bepaalde groepen leerlingen te weigeren? Zodat het openbaar onderwijs weliswaar wat meer geld krijgt dan de afgelopen jaren, maar toch nadeliger zal afsteken tegen de rijke scholen. Zijn er niet adviezen en onderzoeksrapporten verschenen die zeggen dat extra middelen alleen, niet erg doelmatig zijn om achterstanden weg te werken? En als u wel een Œkwaliteitsimpuls¹ wilt geven, hoe denkt u dan de beste leraren in Bos en Lommer aan te stellen? Welke instrumenten heeft u eigenlijk nog om zulke tweedelingen tegen te gaan, laat staan te doen verdwijnen? Maar we zeuren niet, de overheid steunt de kansarmen!
Ja hoor eens, denkt u, van een liberaal, een VVD¹er, kun je niet anders verwachten. Maar dat ligt toch iets genuanceerder. In de negentiende eeuw bijvoorbeeld was het openbaar onderwijs nog de trots van een liberaler wordende natie. De liberale elite, die uit eigen ervaring wist hoe belangrijk een gedegen vorming was voor het blijven behoren tot de elite, stuurde zijn kinderen steeds meer naar de openbare lagere scholen en naar de veelal openbare hbs¹en en gymnasia. Wat heeft Kappeyne van de Coppello niet op de bres gestaan voor een goede, Verlichte openbare school. Dat zie ik Hermans dus niet doen. Die gelooft dat de dynamiek zit in concurrentie en vrijheid, van scholen, maar vooral ook van ouders. Daar zit wat in natuurlijk, maar niet als je vergeet dat dat werkt bij gelijke startcondities. En daar zitten we midden in de neoliberale vicieuze cirkel: die condities kan de overheid niet meer scheppen omdat ze niet meer in staatsbemoeienis gelooft. De neoliberale overheid zorgt niet voor u!
Is het dan misschien zo dat dit neoliberalisme bij de gemiddelde Nederlander de burgerzin aanwakkert en de belangstelling voor publieke zaken vergroot? Ik heb daar zo mijn twijfels over. Tijdens een praatprogramma op Radio 1 over hoe leuk werk kan zijn, belden (gelukkig) verscheidene leraren over hoe interessant zij hun werk vinden. Maar dat was de (jonge) discussieleider kennelijk veel te braaf. Er was toch geen afgrijselijker beroep dan dat van leraar, verkondigde hij bij elke interventie. Een mening waarop hij als privé-persoon uiteraard recht heeft, maar waarvan ik met kromme tenen dacht: Voel je je dan op geen enkele manier als burger medeverantwoordelijk of tenminste betrokken bij de problemen in het onderwijs?
Zo beland ook ik bij de dubbele zomerboodschap van In Œt Veld: ouders, protesteer tegen verloedering, versus: rijke ouders, betaal meer schoolgeld en beding daarmee meer invloed. Wat mij betreft neoliberalisme in zijn meest verontrustende vorm. Namelijk die variant die ongelijkheid voorstaat onder sociaal-democratische vlag. Dat worden gouden kozijnen en Range Rover-parkeerplaatsen, meneer In Œt Veld. Niks kritische burgers die strijden voor goed onderwijs.
De overheid zorgt voor de rijken, dat is het!