• blad nr 18
  • 16-11-2013
  • auteur A. Jonkman 
  • Column

 

Leren omdat het mag

Een paar weken geleden heb ik geprobeerd om mij te registreren in het veelbesproken lerarenregister. Het is niet gelukt. Ik kreeg een e-mail dat mijn bevoegdheden niet te verifiëren zijn. Dat is vreemd, want die kwalificaties zijn gewoon bekend bij DUO. Bij Albert Heijn weten ze via mijn bonuskaart dat ik ‘s ochtends graag een cracker met biefstukworst en humus eet en gelukkig ook dat ze voor mij een fles biologische shiraz op voorraad moeten hebben. Als ik wil liegen over het feit dat ik ‘s nachts in elkaar ben geslagen, kan dat bedrog met camera’s uit zes verschillende hoeken worden geregistreerd. Maar dat terzijde. Het zal wel goed komen. Gelukkig kan ik ook zonder geregistreerd te staan gewoon door blijven leren.
Als ik tussen twee lesuren door niet van lokaal hoef te wisselen sta ik altijd bij de deur om mijn leerlingen te begroeten. Dat heb ik drie jaar geleden tijdens de cursus ‘de vijf rollen van de leraar’ (gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter) geleerd. Na één jaar lesgeven zagen leerlingen en schoolleiding gelukkig voldoende potentie in mij, maar de tekeningen op de tafels, de zooi op de vloer en mijn vaak rood aangelopen hoofd, waren bewijs voor het feit dat ik geen orde kon houden. Onze toenmalige conrector onderwijs vroeg aan mij of ik wilde deelnemen aan een cursus die mij zou helpen het klassenmanagement onder de knie te krijgen. Ik zei: Graag. De cursus bood mij wat ik nodig had en sindsdien sta ik dus als gastheer bij de deur. Op die plaats spreken Victor en Hidde mij vandaag aan om te vragen of zij vijf minuten eerder weg mogen, omdat ‘zij hun brood zijn vergeten en graag even naar de winkel willen om iets te kopen’. Ik vind dat niet goed.
Tijdens de les zijn wij bezig met het definiëren van een goede steekproef. In de opgave staat: ‘Enkele producenten van computerspelletjes willen onderzoek doen naar de bekendheid van hun product.’ De vraag is of je daarop een representatief antwoord kunt krijgen als je op doordeweekse ochtenden in een winkelcentrum mensen hierover zou ondervragen. De meeste leerlingen vinden dat wel een goede methode. Dat is het natuurlijk niet. “Behalve Victor en Hidde die onder de les sigaretten willen gaan kopen zie je ’s ochtends toch geen leerlingen in de winkel aan wie je kunt vragen of ze een computerspelletje kennen?”, vraag ik. Achter in de klas beginnen de heren te blozen. Na de les komt Esmée naar mij toe. “Mevrouw, ik hoop niet dat u het erg vindt dat ik dit zeg, maar Hidde en Victor zijn nog geen zestien. Dan moet u er als docent toch geen grapje van maken dat zij sigaretten gaan kopen?”
Elke leraar heeft vrijwel dagelijks mogelijkheden zat om te leren. De een doet dat, de ander niet. Naar mijn mening is er geen register dat daar iets aan zal veranderen.

a.jonkman@sanctamaria.nl

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.