• blad nr 18
  • 16-11-2013
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Hoog Hoger Hoogst

Ik zou nu graag een taalles willen geven over de directe en de indirecte rede zodat het niveau van mijn leerlingen omhooggaat en de plaatselijke krant, de staatssecretaris en de hele goegemeente trots kunnen zijn op de Cito-resultaten, 535-536-537… the sky is the limit, maar er is een kinderlokker gesignaleerd. Dus sta ik vruchteloos met het boek in de hand. Het bestaan van dit individu zoemt al rond sinds de leerlingen om half negen binnenkwamen. Eng hè, griezelig hoor, ik mag niet meer van mijn moeder… mijn vader zegt… Niemand weet hoe de kinderlokker er uitziet, behalve de moeder van Eline. Hij heeft een rode jas aan en is kaal. Heeft je moeder hem gezien, vraag ik argwanend. Nee, de moeder van Eline heeft het weer van de moeder van Jason. En de moeder van Jason? Ja, die had het van haar nicht. Ik zucht. Vooralsnog ben ik niet overtuigd en sommeer de boeken uit de kastjes te pakken. Maar de indirecte en directe rede hebben geen bestaansrecht zolang mijn leerlingen een direct dan wel indirect gevaar lopen om onverhoeds meegelokt te worden.
In de pauze wordt er jacht op hem gemaakt. Er worden arme oude mannen lastiggevallen die op hun dooie akkertje over het fietspad rijden op weg naar de supermarkt aan de overkant. Bent u de kinderlokker, krijsen ze. Ik grijp in. Zo kan dat niet, zeg ik bars, je kunt niet zomaar in het wilde weg mensen beschuldigen. Maar iedereen zegt dat hij in de buurt is, hijgt Janine. Ik zie tot mijn verbazing dat ze een rijzweep in haar hand heeft. Hoe kom je daar nu aan? Meegenomen voor het geval de kinderlokker op me af komt, antwoordt ze met een rood hoofd. Hoofdschuddend voeg ik mij weer bij de rest van de pleindienst. Even later zien we vanuit onze ooghoek zo’n twintig leerlingen het park inlopen. Amechtig zet ik de achtervolging in. Wat zullen we nu…? We zagen hem, juf, hij had een rode jas aan! Er worden alleen maar kinderlokkers op het plein en op het veld gevangen, zeg ik terwijl ik ze terug dirigeer. En daar rent de meute weer in draf terug. Janine voorop, ze houdt haar zweep hoog in de lucht. Er komt vandaag ook vast niks meer van de les over de samengestelde breuk, denk ik droevig.
De volgende dag zijn er echter weer nieuwe kansen en sta ik paraat voor een verhelderende uitleg over procenten. Niemand zal na deze les nog durven beweren dat het aan mijn vermeende chronische luiheid ligt of aan mijn veronderstelde onwil om me te laten bijscholen. Vandaag zal duidelijker worden dan ooit dat ik alles in mijn mars heb om de scores op een hoog, hoger, wellicht het hoogste niveau te brengen. Er zijn echter in een nacht heel veel bladeren van de boom gevallen en mijn leerlingen verheugen zich om daar straks in de pauze middenin te duiken. Steeds dwaalt hun blik naar buiten en vandaar naar de klok. Nog even, nog even… In de pauze is het een drukte van belang in de grote bladerhoop op het veld. Enorme bergen bladeren worden er gestapeld en over elkaar heen gesmeten. Voor de procenten zijn ze daarna te moe of te boos, want na de middagpauze naderen twee moeders mijn lokaal met hun zoon aan de hand. Allebei met dezelfde klacht, uitgesproken namens hun zoon: bladeren op het hoofd. Ik kijk niet-begrijpend van moeder naar zoon, van zoon naar moeder. Vindt-ie niet leuk, verduidelijken ze, alsof het een beetje een schande is dat ik dat niet meteen begrijp. Er kan poep aan zitten! Peinzend loop ik mijn klas weer in. Zolang kinderlokkers, bladeren en poep de toon bepalen wordt het niks met die Cito-scores. Dat wordt dus weer pek en veren.
www.twitter.com/clotho53

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.