- blad nr 18
- 16-11-2013
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Inspectie wil toezicht vernieuwen
Voor al uw problemen: de toets
Na de strijd dit jaar rond het openbaar maken van de cijfers van de Cito-eindtoets, kwamen er allerlei lijstjes in omloop van de best en de slechtst scorende scholen. Vooral scholen met slechte resultaten waren not amused.
Coördinerend inspecteur primair onderwijs Herman Bijsterbosch constateert dat in de loop der jaren de Cito-eindtoets steeds meer gewicht heeft gekregen. “Twintig jaar geleden was er niets aan de hand, het was gewoon een toets. Nu speelt hij een belangrijke rol bij de toelating tot het voortgezet onderwijs en de inspectie is ook strenger gaan kijken naar de opbrengsten van de school. We zijn bezig het toezicht te vernieuwen, we willen breder kijken dan louter naar de cognitieve opbrengsten en de leerwinst in kaart brengen. De eindtoets kan dan naast allerlei andere informatie gelegd worden.”
Dit jaar stuurt staatssecretaris Sander Dekker een brief over het toezicht naar de Kamer. Momenteel is er al een pilot waarin bekeken worden hoe de leerwinst van scholen gemeten wordt.
Gemoffeld
De inspectie kwam de afgelopen weken veel ter sprake, onder andere tijdens het begrotingsdebat. Zo was de kleutertoets, volgens een Kamerlid, door de inspectie in het toezichtkader van het primair onderwijs ‘gemoffeld’. Bijsterbosch: “Wij kunnen niets in een toezichtkader moffelen. Dat wordt eerst uitgebreid afgestemd met het onderwijsveld en is in 2009 goedgekeurd door de minister.”
De inspectie krijgt nogal eens de zwartepiet toegespeeld als het gaat om de toetsdruk. Herkent u dat?
“Ja, dat herken ik. Terwijl wij eigenlijk heel beperkte eisen stellen. Voor de hele kleuterperiode is dat één onafhankelijke toets. Veel scholen doen er drie of vier, zij volgen dan het advies van het Cito. Toch wordt al snel de indruk gewekt dat wij dit eisen, maar scholen zijn juist behoorlijk vrij in hun aanpak.”
Bijsterbosch loopt al een tijdje mee in het onderwijs en hoort ook vaak de beschuldiging dat het huidige aantal toetsen een te grote druk legt op het onderwijs. “De meeste scholen toetsen vooral om zelf te volgen hoe het met hun leerlingen gaat. Daarvoor gebruiken ze bijvoorbeeld de toetsen in de methode. Daarnaast vraagt de inspectie een vijftal methodeonafhankelijke toetsen, in groep 3, 4 en 6. Die zitten over het algemeen al in het leerlingvolgsysteem. Scholen hebben het gevoel dat ze afgerekend worden en dat levert dan heel veel stress op. Maar het gaat hier echt om minimumeisen waaraan iedere school moet kunnen voldoen. Drie jaar onvoldoende betekent dat we onderzoeken of je een zwakke school bent.”
Entreetoets
Een nieuwe toets komt niet altijd uit de koker van Cito, inspectie of kabinet. In 1978 vroeg de onderwijsbegeleidingsdienst in Gouda het Cito een toets te maken voor groep 7. Dat werd de entreetoets. Die valt buiten het toezichtkader van inspectie, maar is inmiddels op veel scholen zo populair is dat er ook al hevig voor geoefend wordt. “De inspectie vraagt niet om die toets”, zegt Bijsterbosch. “Omdat het eigenlijk niet nodig is, wanneer je in die hele schoolperiode je leerlingen volgt. Het krijgt meer gewicht omdat er een schooladvies gegeven moet worden. Helemaal nu de eindtoets later in het jaar valt, willen ze meer onafhankelijke gegevens.”
De toename van het aantal verplichte toetsen in Nederland staat in groot contrast met Finland. Daar wordt nauwelijks getoetst en zijn de opbrengsten toch heel goed. Hoe verklaart u dat?
“In Finland wordt veel getoetst, maar de kinderen krijgen pas met zestien jaar hun eerste onafhankelijke toets. Finland haalt goede onderwijsresultaten, maar dat heeft volgens mij niet te maken met hun manier van toetsen. De verschillen in het onderwijssysteem zijn groot. Zo zijn de leraren daar allemaal academisch geschoold, ook in het basisonderwijs. Toetsen bepalen de kwaliteit van het onderwijs niet. Een toets kan de leraar wel laten zien of zijn aanpak succesvol is geweest. We hebben nu allemaal instrumenten die kunnen meten wat het effect van je onderwijs is geweest en waar het aan ligt als de opbrengsten tegenvallen. Daar moet je dan gebruik van maken.”
Heibel
Het leek even of de tijd had stilgestaan tijdens het debat over de onderwijsbegroting. “De kleutertoets slaat de creativiteit in de klas dood”, riep CDA-Kamerlid Michel Rog. Tien jaar terug was de heibel net zo groot. Alleen was het CDA toen de initiatiefnemer in de persoon van minister Maria van der Hoeven. De Kamer wees deze toets af, maar hij staat nu toch in het toezichtkader van de inspectie. “Het afnemen van de kleutertoets werd als kindermishandeling betiteld”, zegt Jacqueline Visser, marktgroepmanager basisonderwijs bij Cito, die het debat volgde. “Maar dan lieten ze als voorbeeld kinderen in een laboratoriumsituatie zien met een helmpje op hun hoofd met allemaal draadjes eraan. Dat leek mij ook een vorm van kindermishandeling, maar dat heeft niets te maken met de werkelijkheid. Kinderen vinden zo’n toets juist leuk.”
Waarom dan al die tegenstand?
“We krijgen regelmatig het signaal dat op sommige scholen de toetsen worden gebruikt om de score van de school omhoog te brengen. Dan worden kinderen getraind om de toets beter te maken, maar daar is hij uitdrukkelijk niet voor bedoeld. Met een gewone gestandaardiseerde toets is niks mis, die wordt spelenderwijs afgenomen. Sommige Kamerleden maakten er een tegenstelling van, alsof kinderen niet meer kunnen spelen wanneer ze zo’n toets moeten maken.”
Visser denkt dat het juist heel goed is wanneer een leerkracht er ‘even de thermometer in houdt’. “Op het consultatiebureau gebeurt dat ook. Ouders kennen hun kind het best, maar hebben blinde vlekken omdat ze er heel dicht op staan. Als je een gestandaardiseerde test neemt, heb je het voordeel dat je alle kinderen hetzelfde kunt laten doen.”
Op de site van Cito staan voorbeelden van toetsen en wat je wel en niet moet doen. “Als je dat twee keer per jaar een half uurtje doet, kun je zien of een kind zich ontwikkeld heeft. Dan blijkt misschien dat het kind met de vlotte babbel iets slimmer lijkt dan hij is, terwijl het gesloten kind al veel verder ontwikkeld is. Ik zou het jammer vinden als we teruggaan in de tijd, als je niet meer op die manier naar de ontwikkeling van een kind kunt kijken.”
Een directeur van een achterstandsschool vindt dat ze te veel toetsen moet verrichten. In haar beleving spelen inspectie en Cito onder één hoedje.
“Ja, ik heb dat wel vaker gehoord. De inspectie heeft een beoordelingskader waarbij scholen zich moeten verantwoorden over de tussenopbrengsten. Dat gebeurt met landelijk genormeerde toetsen en die maken wij al 45 jaar. Die passen in het leerlingvolgsysteem dat al sinds de jaren negentig wordt gehanteerd. Wij maken die toetsen niet voor de inspectie maar voor de scholen. Die kunnen aan de hand daarvan zien hoever een leerling is en wat er nog aan hun onderwijs verbeterd kan worden.” Dat de directeur de toetsen vooral als een enorme druk van buitenaf ervaart vindt ze heel jammer. “Als een school de uitkomsten niet gebruikt voor het eigen onderwijs, maar het uitsluitend doet voor de inspectie, dan krijg je een cultuur die je niet wilt hebben. Dat is zoiets als aldoor op de weegschaal gaan staan, maar het lijnen steeds uitstellen. Met toetsen kun je checken of dat wat je denkt klopt. Onderwijsverbetering is een zoektocht die een lange adem vraagt, maar die heel leuk kan zijn.”
Verplicht
Binnenkort wordt het wetsvoorstel behandeld om in het voortgezet onderwijs tussentijds een diagnostische rekentoets af te nemen. Visser vraagt zich af of het opvoeren van het aantal verplichte toetsen in basis- en voortgezet onderwijs, zoals het kabinet wil, daadwerkelijk tot beter onderwijs zal leiden. “Wij hebben in Nederland een leerlingvolgsysteem en kwaliteitsborgen zoals het verplichte centrale eindexamen. Dat heeft een civiel effect. De eindtoets in het basisonderwijs is primair bedoeld om willekeur tegen te gaan, daar kun je ook niet voor zakken. In 1966 heeft prof. A.D. de Groot de Amsterdamse schooltoets ontwikkeld om leerlingen, ongeacht hun afkomst, een kans te geven op het voortgezet onderwijs dat bij hen past. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de inspectie blijkt dat het nog steeds zo is dat op het platteland kinderen lagere adviezen krijgen of eerder naar het vmbo gaan, dan in een grote stad als Amsterdam. Ongeacht hun Cito-score. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om het vertrouwen in het advies van de docent, maar ook die kan er wel eens naast zitten, daar heb je dan de eindtoets voor als check.”
Volgens Visser is de hele hype rondom toetsen niet nodig wanneer we uitgaan van de professionaliteit van de docent die toetsen gebruikt om na te gaan of zijn beeld deugt. “Wij zeggen van artsen die een bloedtest laten doen, toch ook niet dat ze slaven zijn van de testen?”
Het streven van het kabinet naar een hogere gemiddelde standaardscore op de eindtoets is volgens het Cito niet zinvol. Visser vindt dat dan opnieuw voorbij wordt gegaan aan de functie van de toets, namelijk de voorspelling naar de best passende vorm van voortgezet onderwijs.
{kader 1}
De directeur
De kleutertoets is verplicht, weet de directeur van een achterstandsschool zeker. “Bij ons is daar wel heel veel discussie over. Leerlingen die alles goed beheersen, vinden het leuk om zoiets te doen, terwijl onze kinderen het al gauw frustrerend vinden en dan maar wat doen om er snel van af te zijn. Dus wij zeggen dan: Hoe frustreer ik mijn kleuter?”
Ze wil liever niet met haar naam in het blad en ze heeft eigenlijk ook niets tegen toetsen. Maar de laatste jaren vindt ze de druk om goed te presteren te groot.
Kunnen leerlingen die reken- en taaltoetsen niet gewoon als proefwerken zien?
“Nu bekend is dat de Cito-toets in 2015 pas later in het jaar wordt afgenomen, zijn de taal- en rekentoetsen veel belangrijker geworden. Je wordt er op afgerekend, die stress geef je toch ook door aan de leerlingen. Je wilt graag dat ze het goed doen.” Ze vindt het voor haar leerlingen soms wel belastend. “Ik ben niet tegen toetsing, maar als de druk op de leerlingen teveel wordt opgevoerd, dan gaan ze niet altijd beter presteren.” En dan hangt er aan het hele toetsencircus ook nog een kostenplaatje. “Dan moeten we van de inspecteur weer de nieuwste toetsen aanschaffen, daar horen ook werkboekjes bij, dan ben je zo weer 500 euro kwijt. De Cito-eindtoets kost per leerling 25.”
{kader 2}
Welke toetsen?
In het basisonderwijs worden momenteel vijf methode-onafhankelijke toetsen afgenomen. Het begint met de kleutertoets, drie tussentijdse toetsen, plus de eindtoets.
De eindtoets wordt in 2015 waarschijnlijk verplicht voor alle leerlingen, dat geldt ook voor het leerlingvolgsysteem. De Kamer buigt zich binnenkort ook over het voorstel om in het voortgezet onderwijs, naast de eindexamens, nog een landelijke diagnostische tussentijdse toets verplicht te stellen. Hier is veel heisa over, ook in de Kamer, dus is het maar de vraag of die het gaat halen.
Ten slotte de entreetoets die in groep 7 van de basisschool wordt afgenomen. Dat gebeurt op eigen initiatief van scholen, de inspectie heeft er geen bemoeienis mee. De toets valt ook buiten het toezichtkader van inspectie.