• blad nr 18
  • 16-11-2013
  • auteur R. Voorwinden 
  • Redactioneel

 

Wantrouwen over uitslag eindexamen 2013

Het eindexamen 2013 lijkt een groot succes: er zijn meer leerlingen geslaagd en ze haalden hogere cijfers. En dat terwijl er een slagveld van gezakten was voorspeld. Sommige leraren vertrouwen het niet. “De politiek draait aan de knoppen van de normering.”

Goed nieuws: de Nederlandse leerlingen zijn in één jaar tijd behoorlijk veel slimmer geworden. Want de examens zijn dit jaar duidelijk beter gemaakt dan voorgaande jaren, zo blijkt uit de cijfers van het College voor Examens. Het percentage geslaagden steeg en ook de gemiddelde cijfers gingen omhoog, in het bijzonder bij Nederlands, Engels en wiskunde op havo en vwo.
Die stijging is extra opmerkelijk omdat er juist een daling was voorspeld. Tenminste, door critici. Want de laatste jaren zijn de eindexameneisen stap voor stap aangescherpt. Vorig jaar werd de eis van kracht dat een leerling ten minste een 5,5 moet halen voor het hele centraal examen. (Voor die tijd konden leerlingen met een lager cijfer toch een diploma halen, door compensatie van de schoolexamens.)
En dit jaar geldt voor het eerst de zogeheten kernvakkenregel: op het havo en vwo mag slechts één 5 worden gehaald voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde. Critici voorspelden een slagveld van gezakten, maar juist bij deze vakken zijn de examencijfers duidelijk gestegen.

Groot compliment
Staatssecretaris Sander Dekker jubelt over de resultaten: ‘De belangrijkste conclusie is dat het hoger leggen van de lat een positief effect heeft. Leerlingen en scholen hebben hard gewerkt en daardoor een goed resultaat behaald. Dat verdient een groot compliment!’
Niet alle leraren vatten deze uitspraak echter op als compliment. Sterker nog: eigenlijk is het een belediging, vindt René Kneyber, docent wiskunde aan het Oosterlicht College in Nieuwegein. “De staatssecretaris zegt in feite: Als we hogere eisen stellen, gaan mensen beter hun best doen. Dus eigenlijk gaan wij als leraren pas goed lesgeven als de staatssecretaris de lat hoger legt.”
En dat, misschien ten overvloede, is volgens Kneyber niet het geval. Er is een veel simpeler verklaring voor de gestegen cijfers, denkt hij. “Misschien heeft het College Voor Examens de norm wel opgehoogd.”
Op zich is dat geen rare gedachte. Want het eindexamen bestaat uiteraard niet uit vaste vragen die jaar in, jaar uit dezelfde blijven. Waarbij het geheugen van de leerlingen bij het verlaten van de examenzaal wordt gewist, met een toverstafje en een vergeetspreuk, zodat de vragen volgend jaar weer vers te gebruiken zijn.
Nee, de vragen zijn elk jaar anders. En elk jaar worden er normen vastgesteld hoeveel goede en foute antwoorden recht geven op welk cijfer. Het stijgen van de cijfers kan dus makkelijk worden bereikt door aan de knoppen van de normering te draaien.
En dat zou best eens gebeurd kunnen zijn, denkt Kneyber. “Ik heb in mijn eigen klas al gemerkt dat leerlingen ongeveer een halve punt hoger scoren op het eindexamen dan vorige jaren. Terwijl mijn leerlingen niet ineens slimmer zijn geworden, of het examen makkelijker. En dan zouden de leerlingen van andere klassen en andere scholen gemiddeld allemaal beter zijn geworden? In één jaar tijd? Voor meerdere vakken? Geloof jij het?”

Notulen
Ook Jaap Walhout, onderzoeker aan de Open Universiteit, betwijfelt of de examenresultaten zijn gestegen door het beleid van de staatssecretaris. “Natuurlijk kan de ene klas een beetje vaardiger zijn dan de andere. Maar dat alle leerlingen in heel Nederland van het ene op het andere jaar een stuk vaardiger worden, dat lijkt me echt onmogelijk.”
Toch is dat het geval, zegt het College voor Examens. “Wij hebben juist de opdracht om te zorgen dat de eisen van jaar tot jaar even hoog zijn”, zegt een woordvoerder. Die woordvoerder verwijst verder naar de brief die staatssecretaris Dekker aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, waarin letterlijk staat: ‘De stijgende cijfers roepen wellicht de vraag op of er sprake is van een beïnvloeding hiervan door middel van de beoordelingsnormen. Dit is niet het geval.’
De staatssecretaris verwijst verder naar de bijlage van deze brief, waarin de normeringssystematiek nog eens wordt uitgelegd. Waarbij uitgebreid wordt geschreven over ‘pretests’, ‘posttests’, ‘referentie-examens’, ‘technische normeringadviezen’ en ‘vaststellingscommissies’.
Klinkt mooi allemaal, vindt Arjan van der Meij, docent wiskunde aan het christelijk college de Populier in Den Haag. Maar hij houdt grote twijfels. Daarom heeft Van der Meij de notulen opgevraagd van de besprekingen die bij het College voor Examens hebben geleid tot ‘het vaststellen van de normen voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde A en wiskunde B voor de havo en het vwo’. “Ik wil graag zien of er politiek is gestuurd”, zegt Van der Meij. “Ik denk niet dat dat helder zal worden als het inderdaad het geval is. Maar ik wil het in ieder geval proberen.” En als hij de notulen niet goedschiks krijgt, overweegt Van der Meij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.
Maar misschien is er nog een andere verklaring voor de gestegen cijfers. “Het zou kunnen dat de leraren en leerlingen meer aan examentraining hebben gedaan, juist omdat de exameneisen verscherpt zijn”, zegt Walhout van de Open Universiteit. “De regels zetten wel druk op de zaak.”
Ook René Kneyber houdt rekening met deze mogelijkheid. “Het kan natuurlijk zo zijn dat er veel aan examentraining is gedaan, meer teaching to the test.” Maar dat wil dan niet zeggen dat de onderwijskwaliteit een enorme sprong voorwaarts heeft gedaan. “Dat lijkt me nog steeds geen reden voor de staatssecretaris om de loftrompet te steken over zijn beleid.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.