- blad nr 18
- 16-11-2013
- auteur . Overige
- Na de bel
Ben
Meedoen aan deze rubriek? Mail naar onderwijsblad@aob.nl
Tekst Aranka Klomp
Het is muisstil in de kleine woonkamer. Ben zit aan de eettafel en schuift een stapel boeken naar zich toe. Het Perzische kleedje biedt weerstand aan het gewicht van de toren aan paperassen en studiemateriaal. Ben moet er zijn onderarm omheen slaan om de stapel in beweging te krijgen.
Woensdag is Bens studiedag. De eerste twee dagen van de week werkt hij op het lab en op donderdag en vrijdag staat hij voor groep 5/6. Dat is hard werken en veelvuldig omschakelen. En dan zijn er ook nog zijn schapen, op een stukje weiland dat Ben van de kerk huurt. De dieren herkennen hem en hij is gehecht aan het dagelijkse ritueel van de verzorging, de jaarlijkse lammertijd en het scheren, dat hij zelf doet. Maar ziekte, dood, de slacht - ze horen erbij en brengen Ben niet van zijn stuk. Als boerenzoon weet hij niet beter.
Verdriet is er om een vriend die hij aan aids verloor en om zijn beide ouders die vorig jaar overleden en met wie hij een sterke band had. In een digitale fotolijst op het dressoir schuiven zijn vader en moeder in gestaag tempo voorbij. Soms met zijn tweeën, soms met hun twaalf kinderen of met een van de dertig kleinkinderen. Voor de televisie staat zijn moeders lievelingsfauteuil en om een koffiebonenmaler aan de muur hangt een uitvaartlint dat Ben heeft bewaard: ‘Dag lieve moe’. Daarnaast het bidprentje van Bens vader, waarop hij vanaf een scootmobiel gemoedelijk de camera inkijkt. ‘Niks vergeten?’, staat eronder geschreven. Het was vaders vaste uitspraak na een bezoekje.
Zijn ouders stierven kort na elkaar, Ben had nauwelijks tijd om aan het gemis te wennen. Hij raakte in de knoop met zijn verdriet, werd angstig en moest zijn studie op een lager pitje zetten. Nu is hij blij dat hij die tijd heeft genomen. Zijn motivatie is groter dan ooit om zijn droom leraar te worden uit te laten komen. Toen hij in 2007 besloot tot omscholing, was dat niet alleen voor Ben een omschakeling. ‘Jongen, je hébt toch al een mooie baan’, sprak zijn moeder. Maar ze zag al snel dat het hem goed deed nieuwe kennis te vergaren en kinderen het plezier mee te geven datzelfde te doen.
Hij bladert in een multomap en tuurt langs de stapels boeken, ordners en kranten in zijn huiskamer. Ten slotte vindt hij in een kast het rekenboek dat hij zocht. Hij weegt het boek peinzend in een hand, terwijl hij de andere om een mok koffie vouwt. ‘Zus, Wim, Mies, Noot, Aap’, leest de toepasselijke print op het aardewerk onder zijn handpalm. Na een uurtje staat hij op. Zijn schapen rekenen op zijn komst vanmiddag. Hij trekt zijn jas aan en laat zijn ogen door de kamer gaan. Hij is niks vergeten.