- blad nr 17
- 2-11-2013
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
In tijden van krimp en crisis
Lang leve de vervangingspool
“De krimp gaat keihard door, ook als je denkt dat je het allemaal onder controle hebt, kunnen de gevolgen van de leerlingendaling je verrassen.” Joyce van Solinge houdt de stand van zaken dagelijks bij. “Krimp is overal, ook in een Randstedelijk gebied als Almere. Daarom zeg ik ‘lang leve de vervangingspool’ als eerste opvang voor boventalligen.” Voor het Arbeidsmarktplatform PO (bestaande uit vertegenwoordigers van de sociale partners) werkt ze aan mobiliteitsbevordering. Momenteel zijn er weinig lichtpuntjes te melden. Tot 2020 neemt het aantal leerlingen in het basisonderwijs verder af met meer dan 120 duizend leerlingen, dat heeft directe gevolgen voor de werkgelegenheid. Wat Van Solinge vooral vervelend vindt, is dat de arbeidsmarkt daardoor en door de vergrijzing, op slot zit. “Voor jonge, talentvolle leraren zijn er nauwelijks reguliere banen, hoogstens vervangingsbanen en tijdelijke contracten. Als sector wil je toch werken aan een evenwichtig personeelsbeleid, dat gaat mank lopen.”
Volgens het Vervangingsfonds maakt nu een derde van alle besturen uit het basisonderwijs, zo’n 350 tot 400, gebruik van een pool voor hun boventallig personeel. Volgens het reglement voor de vervangingspools mag maximaal 4 procent van het personeel in een vervangingspool geplaats worden.
Subsidie
Er had veel ellende voorkomen kunnen worden wanneer er aan meerjaren personeelsplanning was gedaan. Sommige besturen bekostigden boventallig personeel uit de reserves en kwamen in de problemen. Van Solinge: “Je kunt het gewoon uitrekenen. Het Arbeidsmarktplatform PO heeft een instrument (scenariomodel) op de website arbeidsmarktplatformpo.nl waarmee je tussen nu en 2020 leerlingprognoses en formatieberekeningen kunt maken. Een bestuur kan dan zelf zien hoe groot zijn team mag zijn.”
Het besef dat mobiliteit nodig is, groeit in deze tijd van krimp. “Personeelsbeleid kan ook in crisistijd leuk zijn en kansen bieden, maar dan moeten besturen wel samenwerken.”
Het platform stimuleert het opzetten van mobiliteitscentra voor de regio. Besturen kunnen een plan indienen, en krijgen, onder voorwaarden, een subsidie van 50 duizend euro. Van Solinge vindt het fantastisch dat nu bijna de hele provincie Groningen gaat samenwerken. Vijftien schoolbesturen hebben één personeelspool opgericht. “De provincie Groningen heeft ook een subsidie verstrekt. Voor de provincie is behoud van werkgelegenheid een speerpunt. Om te voorkomen dat jongeren vertrekken. In Groningse dorpen worden momenteel kleine scholen gesloten, terwijl er in de stad Groningen vacatures zijn.” Inmiddels wordt er in zes regio’s samengewerkt. De centra krijgen voor een jaar begeleiding.
Gedwongen
Het grote voorbeeld in het basisonderwijs is het Personeelscluster Oost-Nederland (PON). In 1998 werd het opgericht omdat er een tekort aan leraren was. Geen grap: kandidaten kregen een baangarantie tot hun pensioen. Directeur Mini Schouten weet dit uit de overlevering. “In 2009 werd duidelijk dat er een krimp aan zat te komen van 25 procent, toen kon deze belofte niet meer waar worden gemaakt. De 145 scholen, waaronder veel eenpitters, zijn gaan samenwerken aan vrijwillige mobiliteit onder het personeel.”
Nu is het personeelsbestand in Oost-Nederland geslonken met 240 fte zonder gedwongen ontslagen. Schouten is daar trots op. Alle verplaatsingen, ook naar andere sectoren, waren vrijwillig. De vervangingspool speelt daarin een rol. Tegelijkertijd kent ze de nieuwe prognoses die alleen maar meer krimp laten zien. “We hebben 20 procent gehad, maar tot 2015 is er nog 30 procent te gaan. Groot probleem is dat er in al die tijd geen afgestudeerden van de pabo zijn aangenomen, we hebben gewoon geen plek. Er is geen ruimte voor nieuw personeel. Het enige wat we konden doen is een soort A-team maken van jonge mensen die begeleid en ondersteund worden.” PON is ook een soort uitzendbureau. “We proberen mensen op alle mogelijk manieren aan werk te helpen. Zijn er vacatures bij de Immigratie en Naturalisatiedienst, dan melden we ons aan. Basisschoolleraren stappen ook vaak over naar het voortgezet onderwijs.”
Is de vervangingspool de oplossing voor alle problemen?
Schouten: “Nee, ik vind dat alleen een pool de personeelsproblemen niet oplost. Sommige kleine besturen rekenen zich rijk, die denken: Ik zet even een pooltje op. Maar als de boventalligen in de pool niet voor 98 procent aan het werk zijn, dan vergoedt het Vervangingsfonds het niet en kost het de besturen alsnog veel geld. Dan wordt er vaak ook nog een outplacementbureau ingehuurd. Weet je wat het rendement daarvan is? Die hebben helemaal geen netwerk.”
Personeel gedwongen in een pool plaatsen, vindt ze ook een heel slecht uitgangspunt. “Ze voelen zich dan tegen de muur gezet. Het gaat tenslotte om de kwaliteit van het onderwijs. Mensen die helemaal niet graag in zo’n pool werken, moeten voor de klas staan.”
Zonder vacatures is het moeilijk om een loopbaan te plannen, maar als besturen samenwerken kan er wel van baan gewisseld worden. We hadden laatst een leerkracht van 58 jaar die had het klassikale onderwijs wel gezien en ging graag naar een daltonschool. Hij is nu zestig, actief en fit.”
De 27 schoolbesturen betalen jaarlijks 500 duizend euro voor het personeelscluster, soms is er een bijdrage uit een subsidiepot, zoals de 50 duizend van het Arbeidsmarktplatform. Het is veel geld, weet Schouten. “Maar we hebben wel werk voor 240 fte’s weten te vinden.” Met de almaar aanhoudende leerlingendaling in het vooruitzicht gaat dat nog heel moeilijk worden. “Je hebt echt strategisch personeelsbeleid nodig, waarbij je al van tevoren weet waar de klappen gaan vallen. Het wordt heel hard werken.”
{kader 1}
Tevreden pooler
Linda Koster is een tevreden pooler. Ze woont in Doetinchem en werkt al zeven jaar voor PON. “Toen ik van de opleiding kwam, kon ik nog kiezen tussen een aanstelling bij een grote school of bij het PON. Ik heb toen bewust voor afwisselend werk gekozen en ik heb nog lang niet alles gezien.”
Ze heeft altijd langere perioden vervangen, dit jaar werkt ze voor het eerst drie dagen vast op een school en twee dagen bij de pool. Ze weet dat er collega’s zijn die er niet aan moeten denken steeds van school te wisselen. “Je moet er het type voor zijn, snel contact kunnen maken met een team. De band met de kinderen is wat minder. Maar ik ken ook oudere collega’s die vervangen prima vinden, omdat ze genoeg hebben van al die rompslomp op school.”
Toen Koster op de pabo zat, werd er nog gezegd dat ze een gouden toekomst tegemoet ging. Nu de krimp zo hevig toeslaat, gelooft ze er niet meer in. “Het PON kan ook niemand meer aannemen, want PON moet elke plek met een boventallige vullen. Wij hebben op school stagiairs die kunnen verder nergens heen. Het kan zijn dat er binnenkort veel mensen met pensioen gaan, maar door de krimp verdwijnen er weer net zoveel banen.”
Vanuit de mobiliteitsgedachte is er afgesproken dat er geen last in, first out-systeem mag worden toegepast. Koster is daar blij mee. “Anders ging ik er weer als eerste uit.”
{kader 2}
Ontevreden poolers
Soms gaat het helemaal mis. “Wat ons is overkomen is afschuwelijk”, vertelt een juf die nog nauwelijks van de schrik bekomen is. “We waren net met de groepen gestart toen bekend werd dat er binnen drie weken een collega weg moest naar de vervangingspool, de hele organisatie van de groepen moest weer omgegooid worden.” De Limburgse scholenstichting Movare kwam begin oktober in het nieuws toen bekend werd dat er, net na de start van het schooljaar, dertig leraren in een vervangingspool geplaatst moesten worden. Het bestuur (52 scholen, 12 duizend leerlingen) had in de zomervakantie ontdekt dat er honderd leerlingen minder waren dan verwacht. Bestuurssecretaris John Wevers van Movare wilde het tekort van 8 ton niet verder laten oplopen.
De getroffen teams zijn volgens de leerkracht in rep en roer. “Ik begrijp niet dat onze directie hiermee akkoord is gegaan. Gisteren hebben we van een collega afscheid genomen. Op een andere school ken ik iemand die vol passie was begonnen met haar kleutergroep, die werd daar ook weer van afgehaald. Ik hoor nu alleen maar over financiën spreken en niet over de gevolgen van deze ingreep voor de kinderen.”
Pieter Koch, voorzitter van de GMR, vindt ook dat de maatregel niet een schoonheidsprijs verdient. “Hij geldt voor zeventien scholen, de medezeggenschapsraden moeten er nog mee instemmen.”
AOb-rayonbestuurder Anita Duchateau, begrijpt niet dat een organisatie met 12 duizend leerlingen vanwege een tekort van honderd leerlingen opeens alles omgooit. “Ze lijken niet erg in controle. De werkgever heeft wel de mogelijkheid volgens de cao om mensen aan te wijzen in het team, maar dat moet altijd van tevoren gemotiveerd worden. In dit geval is de motivatie na de aanwijzing gekomen.”