• blad nr 17
  • 2-11-2013
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

 

Antwerpen zoekt Nederlandse leerkrachten

Bijna vijftig Nederlandse leerkrachten en pabostudenten staken dit najaar de grens over voor een jobdate, een informatiebijeenkomst over werken in het Antwerpse onderwijs. In Nederland is het momenteel moeilijk een baan te vinden, terwijl bij de zuiderburen grote tekorten wachten.

“Ik wil niet op mijn lauweren rusten, ik wil werken”, verklaart Peter Deseijn (32) zijn deelname aan de jobdate over werken in Antwerpen. De leerkracht van groep 4/5 van de Zuidlandschool in Terneuzen is een van de 26 medewerkers van zijn bestuur Perspecto die in het risicodragend deel van de formatie (rddf) is geplaatst. Perspecto moet door krimp bezuinigen. “Mocht ik van de zomer ontslag aangezegd krijgen, wil ik alternatieven hebben. Om mijn horizon te verbreden ben ik me gaan oriënteren in Antwerpen”, vertelt Deseijn.
Er waren tweehonderd belangstellenden voor de jobdate en er was plek voor 44 deelnemers. Ook aanwezig was Kirsten Kuijer (25), vierdejaars pabostudent van Hogeschool Zeeland. Tot de kerst loopt ze haar lio-stage in groep 6 van basisschool het Mozaďek in Sluiskil en komende zomer verwacht ze af te studeren. “Ik wil daarna heel graag gelijk aan het werk. Hier in de buurt (Zeeuws-Vlaanderen red.) is geen werk te vinden, hoor ik van iedereen. Daarom leek het me goed te gaan kijken in Antwerpen.”
Antwerpen verwacht voor het basisonderwijs in 2020 een tekort van 1600 leerkrachten doordat er meer kinderen geboren worden en er veel leerkrachten met pensioen gaan. Het tekort hoopt Antwerpen deels aan te vullen met Nederlanders en daarom organiseerde de stad de jobdate. Pieter Vissers, projectleider lerarentekort bij de stad Antwerpen, waarschuwt dat de nood niet zo hoog is dat Antwerpen massaal vaste banen te vergeven heeft. “Schoolbesturen vinden in de loop van het schooljaar minder makkelijk kandidaten voor vacatures. Het gaat in eerste instantie om tijdelijk werk als invaller. Dat betekent wel dat je na een paar jaar rechten opbouwt en voorrang hebt op vaste banen.”
Henk Zielstra, directeur Academie voor educatie & pedagogiek van de Hogeschool Zeeland, is positief over de Vlaamse plannen, ook al gaat het om invalwerk. “Dat is altijd beter dan thuiszitten of werk doen op een lager niveau in bijvoorbeeld de kinderopvang.” Zielstra kreeg van verschillende kanten, waaronder de AOb, het verwijt dat hij toch niet voor België opleidde. Over een paar jaar gaat een grote groep babyboomers toch echt met pensioen en dan zijn de leerkrachten hier hard nodig, is het argument van de critici. De vraag is of ze dan nog terugkomen uit Antwerpen.
De kritiek is niet terecht, vindt hij. “Structurele banen zijn momenteel op de vingers van één hand te tellen. Je kunt het mensen niet aandoen om ze vijf jaar op de reservebank te zetten, dan ben je ze kwijt voor het onderwijs.” Hij verwacht dat de meeste grensarbeiders op termijn zullen terugkeren. “Er gaat geen hele generatie verloren voor Nederland, maar een deel zal niet terug willen omdat ze in Antwerpen geaard zijn.”

Lager loon, minder uren
De jobdate bestond uit drie delen: informatie over het Vlaamse onderwijssysteem, salaris en arbeidsvoorwaarden, de gevolgen van grensarbeid en een rondleiding langs scholen. Het Vlaamse onderwijssysteem kent klassen in plaats van groepen. “Je haalt een diploma voor de kleuters of klas 3 tot en met 6”, hoorde Kuijer. Voor Nederlanders geldt dat een pabo-diploma geldig is voor het gehele basisonderwijs. In Vlaanderen is de klassengrootte veelal kleiner, bijna zeventien leerlingen per leerkracht in 2012-2013, volgens het Vlaamse ministerie van Onderwijs. Zielstra: “Daarbij is er veel remedial teaching voor anderstaligen. Je hoeft het niet alleen op te knappen.” Kuijer viel het op dat er vakdocenten voor godsdienst en gymnastiek zijn. “In Nederland moet je dat vaak zelf geven. De directeur raadde daarom niet aan om de gymopleiding te gaan volgen.”
Het nettosalaris ligt voor een starter wat lager bij de zuiderburen: zo’n 1.535 euro per maand tegen 1.635 euro in schaal-LA in Nederland. “Er staat tegenover dat je minder uren maakt, vooral doordat je er als leerkracht minder taken naast hebt, vermoed ik”, vertelt Deseijn. Het is overigens mogelijk de eerste twee jaar in Nederland belasting te blijven betalen als je in Nederland woont en in België werkt. En er geldt een fiscale compensatieregeling, waarbij de Belastingdienst het verschil compenseert tussen wat in Nederland betaald zou moeten worden aan belasting en premies en de daadwerkelijke hogere afdracht België. De arbeidsvoorwaarden over de grens zijn anders, niet per se minder, vindt Zielstra. “Als je alle voors en tegens tegen elkaar afzet, kom je ongeveer gelijk uit.”

Scholenbezoek
’s Middags bezochten de Nederlanders twee scholen. Het viel Deseijn en Kuijer op dat de directeuren enthousiast waren over Nederlandse leerkrachten. “Ze waren heel vriendelijk en open, we voelden ons heel welkom”, merkte Kuijer. Ze nam een kijkje in een school in een oud koetshuis in het stadscentrum. “Mijn eerste indruk was dat het druk was en chaotisch, overal hing iets aan de muur. Maar naarmate we er langer waren, ervoer ik dat een huiselijke sfeer.”
Op een van de scholen die Deseijn bekeek, was er minder geld beschikbaar voor leermiddelen en onderhoud. “Ze werkten samen met een Rotterdamse school die het totale budget van de Belgische school alleen aan ict uitgaf.” Het onderhoud van het gebouw was wat minder dan hier, zag hij. “Dat betekent dat op die school van jou als leerkracht gevraagd wordt de klassen te verven. Als je het daarmee vergelijkt zijn Nederlandse leerkrachten verwend.”
De relatie tussen leerkracht en leerlingen is wat formeler, merkte hij. “In Nederland gaan leerkrachten wat gemoedelijker om met leerlingen, daar is de relatie wat afstandelijker.” Kuijer vindt dat niet. “Het waren rustige kinderen, maar ze stelden wel vragen: wie wij waren bijvoorbeeld. Ze vonden het interessant om te horen dat wij misschien in Vlaanderen zouden gaan werken.”

Baangarantie
Het Vlaamse en Nederlandse onderwijs proberen al langer om werken over de grens te stimuleren. Naast de gemeenten en schoolbesturen van Antwerpen en Gent zijn daar ook de Hogeschool Zeeland en Perspecto, het bestuur waar de scholen van Deseijn en Kuijer onder vallen, bij betrokken. Perspecto-bestuurder Gerard Langeraert zegt: “In Antwerpen en Gent is vraag naar leerkrachten, terwijl aan de Zeeuwse kant van de grens een overschot is door krimp.” Er zitten 26 mensen van Perspecto in het rddf op een totaal van vierhonderd medewerkers. “We geven ze alvast de opdracht zich te oriënteren op andere mogelijkheden. De samenwerking is een antwoord op de vraag wat wij kunnen betekenen voor onze mensen.”
Zielstra van de Hogeschool Zeeland werkt nu zo’n vijf jaar samen met schoolbesturen en de gemeente Antwerpen. Dertien studenten hebben stage gelopen in Antwerpen en momenteel staan zes van zijn oud-studenten er voor de klas. “De verwachting is dat hun aantal fors zal toenemen aangezien er in Zeeland weinig of geen werkgelegenheid is momenteel. Het is een mooie stad voor jonge en enthousiaste leerkrachten.”
Ook wil Zielstra dat zijn huidige studenten de buitenland minor gebruiken om naar Antwerpen te gaan. “Leer de stad en de scholen kennen. Een student heeft een baangarantie als hij zich in de kijker speelt”, voorspelt hij.
Voor de hogeschool ziet hij een rol in de begeleiding van beginnende leerkrachten in Antwerpen. “De Belgische geschiedenis en topografie zijn anders dan de onze. Wij willen een rol spelen met deficiëntiecursussen.”
Over de veelal matige beheersing van het Frans in Nederland is Zielstra pragmatisch. “Er zijn genoeg Vlaamse leerkrachten die de taal wel beheersen, zet die voor de klas.” Kuijer schrikt het niet af om Frans te geven. “Mijn Frans is niet heel goed, maar leerlingen krijgen het vak pas vanaf de vijfde klas.” Ook de Belgische geschiedenis en topografie weerhouden haar niet. “Je kunt je inlezen in de methode en op de les voorbereiden. Ik zal net iets meer moeite moeten doen dan hier. Het is niet iets wat me tegenhoudt.” Taalverschillen zijn er ook binnen het Nederlands, hoorde Deseijn. “Een Nederlandse leerkracht die al in Antwerpen werkt, zei bijvoorbeeld tegen de klas: Loop maar rustig naar binnen. Lopen betekent in Vlaanderen echter rennen. Die kleine taalverschillen zijn grappig, maar je moet er wel op letten.”
En zouden Deseijn en Kuijer na de jobdate in Vlaanderen willen werken? Deseijn houdt een slag om de arm en zegt: “Mocht de nood aan de man komen, dan zou ik het serieus overwegen om daar een baan te zoeken. Ik zou het vanwege de reistijd wel prettig vinden om dan in de stad te wonen waar ik werk.” Kuijer is ronduit enthousiast. “Ik zie het heel erg zitten. Het lijkt me heel leuk en goed voor de ervaring om in een stad les te geven. Antwerpen is zo’n vijftig minuten rijden als alles goed gaat en daarom overweeg ik eventueel te verhuizen. We moeten voor juni solliciteren en ik denk dat ik dat ga doen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.