• blad nr 17
  • 2-11-2013
  • auteur N. van Dam 
  • Redactioneel

Principes lerarenregister wankelen 

Jan en alleman kan zich straks registreren

Waren ze net zo lekker bezig met het lerarenregister, komt staatssecretaris Sander Dekker. Niks ‘uitnodigend’ of ‘van, voor en door leraren’, maar een keiharde verplichting tot inschrijving in 2017 wil hij zien. Met sancties en bemoeienis van werkgever en inspectie die de Onderwijscoöperatie nu juist buiten het register wil houden. De coöperatie probeert het tij te keren.

Op de website registerleraar.nl ziet alles er nog uit zoals de Onderwijscoöperatie het bedoeld heeft. Wervende teksten en foto’s, een knipperende button ‘Registreer nu’. Dat deden tot nu toe meer dan 13 duizend mensen. Zij zijn in het bezit van een bevoegdheid, werken in het onderwijs en verklaren zich bereid gemiddeld jaarlijks veertig uur in hun ontwikkeling te steken. Zij kunnen daarvoor een keuze maken uit cursussen, studiedagen en dergelijke die het register heeft gevalideerd.
Voor het valideren zijn teams samengesteld bestaande uit gewone leraren. Geen vergadertijgers, maar mensen die in het onderwijs werken en een dag of een dagdeel voor het register bezig zijn. Zoals Anne Seuren, Renda Wolthaus en Henk Willigenburg. Hun ervaringen zijn dat de aanbieders het in het begin nog probeerden met wollige teksten. “Dan leek het wel promotiemateriaal met PR-teksten”, zeggen ze vrijwel eenstemmig. Nu bieden de aanbieders concretere voorstellen aan. “Soms is de studielast nog wat te vaag en dan begrijpen wij niet dat zij tien uur zelfstudie claimen, terwijl wij maar twee uur contacttijd zien.” Na bijstelling kan zo’n cursus alsnog gevalideerd worden. Ook krijgt het register soms cursussen voorgelegd, waarvan niet duidelijk is dat zij voor leraren zijn bestemd. “Meer managementachtig bijvoorbeeld.”
In de Onderwijscoöperatie, die bezig is met de opbouw van het register, werken vijf organisaties samen, waaronder de AOb als verreweg de grootste. De vijf vertegenwoordigen samen zo’n 200 duizend leraren in primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Dat is zo’n twee derde van het totaal aantal leraren.
In 2012 werd het register opgericht, nadat het idee al zo’n twintig jaar rondzong en de commissie-Rinnooy Kan het adviseerde als goed voor het aanzien van de leraar. Net als de medische zorg, de notarissen en de advocaten zouden leerkrachten hun eigen register moeten krijgen, waarin zij zelf laten zien dat zij bevoegd zijn. En misschien nog wel belangrijker: dat zij hun bekwaamheid op peil houden door het volgen van voldoende nascholing. Wie herinnert zich niet strafadvocaat Bram Moszkowicz die de verplichte nascholing dacht te kunnen negeren en door de eigen beroepsgroep onder handen genomen werd?

Up-to-date
Maar zo ver is het nog lang niet en het is de vraag of het ooit zo ver zal komen, denkt Wouter van der Schaaf van de AOb. “Voorlopig zijn we bezig met een uitnodigend systeem dat we op een vertrouwenwekkende manier willen opbouwen. Met registratie laat je vrijwillig, en kosteloos, zien dat je geen uitgeleerde beroepsbeoefenaar bent, maar dat je je professie up-to-date houdt. Er zit geen enkel arbeidsvoorwaardelijk kantje aan. Aan herregistratie werken we wel, maar de procedure daarvoor ligt nog lang niet vast.” Hij wijst erop dat andere beroepsgroepen daar decennia over hebben gedaan. “Het BIG-register voor beroepen in de gezondheidszorg bestaat al meer dan twintig jaar en nu pas zijn ze bezig met de herregistratie van verpleegkundigen.”
Werkgevers spelen geen rol in het register. “Anders zou je kunnen krijgen dat een schoolleider kiest dat je je verder in Duits moet bekwamen, terwijl Frans je vak is en je dat wilt bijhouden.” Hij weet dat zich met name in het mbo nu schrijnende situaties voordoen. “Een leraar wiskunde moest aardrijkskunde gaan doen en zelfs bloemschikken omdat ze daar niemand voor hadden.” En ook zijn er al signalen dat het scholingsbudget wordt ingezet voor andere doeleinden.
De aanloopfase van het register kostte veel tijd omdat een digitaal systeem gebouwd moest worden met plaats voor alle leraren én alle nascholing. Ook de definiëring van de term ‘bevoegd’ is complex. Van der Schaaf: “In het basisonderwijs is het overzichtelijk. Daar is 99 procent bevoegd. Maar met name het mbo is godsliederlijk ingewikkeld, de afdeling juridische zaken doet er anderhalf uur over om het uit te leggen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die het vak metselen geven, maar er bestaat geen opleiding tot leraar metselen.”
De werving van inschrijvers draait nog niet op volle toeren, er worden nog ambassadeurs gezocht. Er zijn er nu bijna vijftig, onder wie Tjeerd Streekstra, die zelf in het basisonderwijs werkt. Hij belegde in zijn woonwerkplaats Almere bijvoorbeeld eens een bijeenkomst waar veertien leraren van diverse scholen op af kwamen. “De reacties waren verschillend. Sommigen zien dat het register echt een meerwaarde voor het beroep is. Anderen vinden het overbodig, omdat ze op hun eigen school al een goed systeem hebben om hun bekwaamheidsdossier op orde te houden.”
Dit najaar bracht het Onderwijsakkoord de eerste serieuze aantasting van het register. Daarin staat dat het in 2017 wettelijk verplicht wordt. Ter ‘stimulering’ van de inschrijving kunnen vanaf 2015 alleen geregistreerden een Lerarenbeurs krijgen. Pikant is dat twee organisaties van de Onderwijscoöperatie dit akkoord hebben ondertekend. Dat zijn CNV Onderwijs en de Federatie van Onderwijsvakorganisaties. De AOb tekende niet. De andere twee, Beter Onderwijs Nederland en Platform VVVO, zijn geen overlegpartners in het Onderwijsakkoord.
Begin oktober stuurde staatssecretaris Sander Dekker een hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer. Daarin staat dat ook instructeurs, begeleiders en assistenten zich kunnen registreren. “Jan en alleman dus”, vat Van der Schaaf samen. “Zelfs onbevoegden, terwijl we met het register juist een aanval op de onbevoegdheid willen doen. Al bijna een kwart van de lessen in het voortgezet onderwijs wordt nu door onbevoegden gegeven.”
Onafhankelijk coöperatievoorzitter Joost Kentson, rector van het Oosterlicht College in Nieuwegein en zelf ooit Leraar van het Jaar, schreef een bezorgde brief aan de Tweede Kamer, namens alle vijf de deelnemende organisaties van de Onderwijscoöperatie - ook de twee die wel het Onderwijsakkoord hebben ondertekend. Hij is verontrust dat Dekker zo’n koerswijziging heeft kunnen maken. “Registratie is niet het einde, maar juist het begin van kwaliteitsverbetering. Dat is een groeiproces.”
Meteen beginnen aan herregistratie is een voorbeeld van die koerswijziging. Als eens in de vier jaar de sanctie dreigt dat je bevoegdheid vervalt als je een door de werkgever voorgeschreven cursus niet hebt gevolgd, blijft van de principes achter het register weinig overeind.
Kentson hoopt de staatssecretaris nog op andere gedachten te kunnen brengen, het overleg met Dekker is geopend en hij rekent op het parlement. “We zijn al in de Tweede Kamer geweest en binnenkort debatteert het parlement er nog over.”
Op de website registerleraar.nl is ondertussen geen letter te lezen over deze verwikkelingen. De AOb heeft zijn ledenambassadeurs wel bijeen geroepen voor informatie en overleg. “Het wantrouwen groeit”, heeft Van der Schaaf daar gemerkt. Bijvoorbeeld bij Frans van der Vlugt, werkzaam bij Zadkine in Schiedam, die in de registercommissie van de bve zit. “De richting die het op gaat vind ik niet fijn. Ik zie al te veel van de wensen van Mbo-raad doorwerken in de pilotprojecten van het register.”
Als al Dekkers plannen worden doorgevoerd, stapt Van der Vlugt eruit. “En ik ben niet de enige die er zo over denkt.” Hij ziet een somber toekomstscenario: “De verantwoordelijkheid wordt volledig bij docenten gelegd. De afdeling HRM controleert of je geregistreerd bent. Leraar wordt in het ergste geval een vrij beroep, net als advocaat. Dan worden alle leraren zzp-ers. Je mag je eigen nascholing betalen en de school hoeft geen nascholingsbeleid meer te bekostigen.”

{kader}
Schoolleider fietst met Loesje

Plotseling allemaal zadeldekjes van Loesje op straat? Dan zit ergens in de buurt een basisschool met een schoolleider die zich heeft geregistreerd bij het schoolleidersregister. Sinds de start in juni schreef zich al ruim 40 procent in. Dat zijn half oktober zo’n 4500 mannen en vrouwen. Iedere geregistreerde krijgt als welkompresentje een partij zadeldekjes met teksten als ‘Dit is een mooie dag om knopen door te hakken’. Inmiddels zijn er zo’n 25 duizend verstrekt.
Los van het gedoe met het lerarenregister gedijt het schoolleidersregister. Ook heeft zich half oktober al 40 procent van de bijna 1200 schoolbesturen in het primair onderwijs geregistreerd. Registratie van schoolleiders is verplicht via de cao. Het register is een onafhankelijke organisatie waarin samenwerken schoolleidersorganisatie AVS, de bonden AOb en CNV Onderwijs en de werkgevers van de PO-raad. Doel is het beroep van schoolleider verder te ontwikkelen en te professionaliseren.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.