• blad nr 17
  • 2-11-2013
  • auteur J. van Aken 
  • Redactioneel

Rector pleit voor afschaffen centraal eindexamen 

We zitten gevangen in de structuur

Centrale eindexamens in het voortgezet onderwijs zouden op termijn afgeschaft kunnen worden, vindt Kees Versteeg, rector van het Hondsrug College in Emmen. Digitale leermiddelen maken de eindtoets volgens hem overbodig omdat vorderingen van leerlingen daarmee nauwkeuriger kunnen worden gevolgd. Collega’s, het ministerie van Onderwijs en onderwijssocioloog Jaap Dronkers reageren afwijzend.

Tekst Jaan van Aken Beeld Jan Anninga

Het Hondsrug College in Emmen werkt in klas 1 tot en met 3 volledig met digitaal en gepersonaliseerd lesmateriaal op iPads. “Op het moment dat we in alle klassen digitaal werken, zou het eindexamen afgeschaft kunnen worden. Nu zitten we gevangen in de structuur en wet- en regelgeving”, stelt rector Kees Versteeg. “Examens en toetsen neem je af om te zien of leerlingen de stof beheersen. Met het digitale leersysteem Pulseon monitoren we constant het leergedrag en kunnen we per leerdoel zien wat een leerling beheerst en waarin hij nog moet groeien. Waarom heb je dan nog toetsen en examens nodig?” Misschien gaat Pulseon wel dieper dan een examen, vervolgt hij. “Het is zonde als er op een diploma bij Engels alleen een 7 staat. Wij kunnen per leerdoel aangeven dat iemand voor grammatica een 8 scoort, voor spreken een 5 en voor brieven schrijven een 7.”
De havo- en vwo-afdeling van het Hondsrug College zijn door de Onderwijsinspectie in oktober 2012 als zwak beoordeeld. Welke rol speelde dat bij de keuze voor digitaal materiaal en bij het pleidooi voor het afschaffen van examens? Versteeg: “Dat komt door een jaar met heel slechte examenresultaten. De havo zit weer op voldoende niveau volgens de inspectienormen, bij het vwo duurt dat een jaartje langer. Maar die zaken staan helemaal los van elkaar. Met deze vernieuwing zijn we al eerder begonnen om het onderwijs te verbeteren en examens zijn daar onderdeel van.”

Klus
“Het centraal eindexamen afschaffen, daar ben ik pertinent op tegen”, reageert Delianne Hoekstra, rector van het Odulphuslyceum in Tilburg. De havo-afdeling van de school gaat ook veel maatwerk bieden. “Toch gaan we op reguliere momenten centrale toetsen en examens inbouwen. Ik denk dat het goed is dat leerlingen uit het hele land op enig moment dezelfde toets maken. Het is een goede ervaring voor leerlingen om vragen te beantwoorden over opgedane kennis en het is belangrijk om aan het eind van de schoolloopbaan een prestatie te leveren.”
Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs laat weten dat centrale examens een objectieve kwaliteitsstandaard zijn voor het hele voortgezet onderwijs en daarmee een van de belangrijkste pijlers van de onderwijskwaliteit. “Leerlingen, bedrijven en vervolgonderwijs moeten er vanuit kunnen gaan dat een diploma gehaald in Limburg van hetzelfde niveau is als in Groningen. Die waarborg biedt het centraal examen.”
Ook Ingrid van der Neut, rector van Montessori Lyceum Herman Jordan in Zeist, vindt het belangrijk een landelijke norm te hebben. “Die norm moet in de inhoud van het examen zitten. Als je ziet wat een klus het maken van schoolexamens is en dat het veel van de vaardigheden van een docent vraagt om goede examens te maken, dan vraag ik me af of dat de weg is die we moeten bewandelen.” Hoekstra vult aan: “Bovendien geeft de discussie over de verschillen tussen scores voor het schoolexamen en het centraal examen aan dat het helemaal niet zo verkeerd is om een centraal examen te hebben.”
Versteeg is het met zijn collega’s eens dat er standaarden, kwaliteitsniveaus, voor ieder vak afgesproken moeten worden. “Het kan niet zo zijn dat het een vrijblijvend geheel is. We moeten weten wat leerlingen kunnen en er moeten kwaliteitseisen zijn voor content en leerdoelen. Dat betekent dat alle content van een uitgever, kenniscentrum of docent die zijn eigen materiaal maakt, moet voldoen aan dezelfde kwaliteitscriteria. Het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling, Kennisnet en Cito moeten daar een rol in spelen.”
Daarmee haal je je heel veel op de hals, zegt Hoekstra, die eerder in het mbo werkte, waar examens per opleiding geregeld zijn. “Elk toetsje of examen moest door een extern accreditatiebureau worden gecontroleerd. Uit het oogpunt van efficiëntie lijkt me dat geen goed idee.”
De tegenstanders van afschaffing van het centraal examen erkennen wel dat scholen tegenwoordig met digitale middelen veel beter in staat zijn om leervorderingen van leerlingen bij te houden. Van der Neut van Herman Jordan vindt wel dat je met behulp van techniek andere dingen kunt doen rond examens. “Het digitaal afnemen van examens zal zich ontwikkelen, dat komt er vast wel. Maar ik vind wel dat een centraal examen gemaakt door een goed opgeleide groep collega’s voor alle scholen volgens dezelfde norm, eerlijk is.”
Onderwijssocioloog Jaap Dronkers stelt dat “een ander systeem dat varieert per school, ongeacht of het digitaal is of niet, leidt tot verlaging van de kwaliteit en vergroting van de ongelijkheid in het onderwijs.” Hij waarschuwt dat ervoor gewaakt moet worden dat er voor leerlingen van hetzelfde onderwijstype andere eindexamennormen ontstaan. “Dat zal leiden tot uiteenlopende maatstaven voor leerlingen met hetzelfde diploma, en dat draagt bij tot lagere kennis en vaardigheden bij het verlaten van het voortgezet onderwijs en vergroting van de sociale ongelijkheid.”

België
België kent geen centrale eindexamens. Daar maken scholen hun eigen examens. De rectoren zien niets in het Belgische systeem. Alleen Versteeg zou daar aan de ene kant wel naartoe willen, maar hij vindt een landelijke vergelijking tussen scholen onderling wel nodig. “Als je alleen intern kwaliteitseisen vastlegt, is het ‘Wij van Wc-eend adviseren Wc-eend’.”
Een examen is ook een vergelijking tussen scholen, zegt Van der Neut. “Je ziet in landen waar geen centraal examen is een ‘veeldeling’ ontstaan tussen scholen. Op basis van resultaten ontstaan dan beter en minder goed aangeschreven scholen.”
Volgens het ministerie van Onderwijs hebben scholen in België minder autonomie dan in Nederland en worden de zelfgemaakte examens door de Onderwijsinspectie gecontroleerd. “In Nederland wordt waarde gehecht aan de autonomie van scholen, maar daar staat dan wel het centraal eindexamen tegenover.”
Dronkers verwijst naar het onderzoek Curricular tracking and central examinations van het Amsterdam Centre for Inequality Studies. In landen waar een centraal examen het onderwijs afsluit, is minder verschil tussen de resultaten van leerlingen van verschillende sociaaleconomische achtergronden dan in landen met alleen schoolexamens. Als verklaring geven de onderzoekers, waar Dronkers er een van was, dat er een prikkel van het centraal examen uitgaat. “Scholen en leerlingen voelen zich dan verantwoordelijker om te presteren.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.