- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur . Overige
- Column
Barth
De staatssecretaris heeft een voorstel bij de onderwijsorganisaties ingebracht. Kinderen moeten wettelijk verplicht in elk geval vijf ochtenden per week naar school. De maximumlengte van de schooldag wordt losgelaten, de urenverdeling tussen onder- en bovenbouw wordt gelijkgetrokken. Daar valt nog het nodige over te zeggen. Wat overigens niet betekent dat de vierdaagse ooit meer kan zijn dan symptoombestrijding. Scholen beseffen dat als geen ander. Ik ken er niet een die lichtvaardig met de omvang van de lesweek omgaat. De energie van het ministerie moet daarom vooral zitten in het wegnemen van de oorzaak van het probleem: het tekort aan vervangers en het onaanvaardbaar hoge ziekteverzuim in het onderwijs.
Rond de vierdaagse spelen veel dilemma¹s. Hadden wij als paarse coalitie niet afgesproken dat de autonomie van scholen zal worden vergroot? Hoort de vorm van de lesweek daarom niet vooral bij de school zelf thuis, uiteraard in goed overleg met ouders? De staatssecretaris voert aan dat kinderen Œs morgens op hun best zijn en dat ochtenden daarom alleen in uiterste nood mogen uitvallen. Dat moge zo zijn. Maar zouden wij, als politiek, niet de professionaliteit van de school en de leraar versterken? Leraren hebben er voor doorgeleerd om te weten wat goed is voor kinderen. Naast die deskundigheid past politici enige bescheidenheid. En als we dan toch pedagogisch-didactische argumenten in de strijd gaan gooien, waarom wel morrelen aan de urenverdeling tussen onder- en bovenbouw? Er is alle reden voor een kortere week voor de jongsten. Naar school gaan is voor de kleintjes behoorlijk vermoeiend. De bovenbouwgroepen daarentegen moeten zich voorbereiden op de grote sprong naar het voortgezet onderwijs. Daarbij kunnen ze elk uur goed gebruiken. Meer lesuren naar de onderbouw betekent bovendien dat de investering in kleinere klassen in de onderbouw weglekt. Immers, wie formatie moet inzetten voor het aanbieden van meer lesuren, kan die niet meer gebruiken voor kleinere klassen. Dezelfde bezwaren gelden tegen het loslaten van de vijf-ochtenden-eis voor de onderbouw, zoals de AOb bij de staatssecretaris heeft bepleit. Niet voor niets is in het regeerakkoord afgesproken dat bij de groepsgrootteverkleining de jongste kinderen voorrang krijgen. Juist voor kleuters is regelmaat en een kleine klas van belang.
Het wachten is op het beloofde onderzoek van de inspectie over de kwaliteit van scholen die de vierdaagse al kennen. De uitkomst daarvan is van groot belang. Elk politiek debat over onderwijs hoort te beginnen en te eindigen met de vraag of de kwaliteit van het onderwijs met een maatregel gediend is. Als consensus zo ver te zoeken is, moeten de feiten de doorslag geven.