- blad nr 15
- 5-10-2013
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Herfstkinderen:
Wel of geen extra jaar kleuteren?
Een leerling die in het najaar geboren is, komt ook in het najaar de basisschool binnen. Daardoor komt zo’n leerling aan het einde van groep 2 vaak voor een keuze te staan: stroomt hij al na anderhalf jaar in de kleuterklas door naar groep 3? Of blijft de leerling nog een jaar kleuteren?
Leerkracht Esther Korevaar besloot voor haar opleiding Special Educational Needs onderzoek naar deze kwestie te doen. “Het blijkt een gevoelig onderwerp te zijn, waarover de meningen in teams vaak uiteenlopen. De één vindt dat leerlingen zo snel mogelijk moeten doorstromen, de ander geeft bij twijfel de voorkeur aan een extra jaar in de kleuterbouw.”
Die verschillende meningen leiden niet altijd tot discussie in het team, zo merkte Korevaar tijdens haar onderzoek. “Misschien uit angst voor een confrontatie. Misschien ook omdat je achteraf vaak niet precies weet of je goed of slecht hebt gedaan aan doorstroom of juist verlenging.”
Het onderwerp leeft wel op scholen, merkte Korevaar. “Je kunt tegenwoordig niet meer alle kinderen die voor een bepaalde datum zijn geboren, een verlenging geven.” In het verleden kon dat wel. Tot 1985 gold de regel dat alleen leerlingen die voor 1 oktober zes jaar zijn, mochten doorstromen naar groep 3. Wie na deze datum geboren was, blijft nog een vol jaar in groep 2. Aan dat automatisme maakte de Wet op het basisonderwijs in 1985 een einde. Scholen moesten maatwerk gaan leveren, en per leerling bekijken wie toe was aan doorstroom en wie een jaartje langer in de kleuterbouw moest blijven.
Dat laatste bleef overigens vooral een papieren maatregel: vrijwel alle scholen bleven als overgangsdatum 1 oktober aanhouden. En soms duurt dat voort tot op de dag van vandaag. Op ouderavonden wordt ook nog wel eens verteld dat de overgangsdatum verschoven zou zijn naar 1 december of 1 januari. Wat niet klopt: er is nog steeds maatwerk nodig. En daar zit de Onderwijsinspectie tegenwoordig bovenop.
“Maar dan blijft de vraag: hoe weet je of een leerling toe is aan groep 3”, zegt Korevaar. Op de school die zij onder de loep nam, was een protocol ingevoerd om dat te bepalen. Maar bij het opstellen van dat protocol was onvoldoende overlegd in het team, waardoor de regels niet door iedereen werden gedragen. “Een regel is bijvoorbeeld dat kinderen die doorstromen uitstekende scores moeten hebben op de Cito-toets taal en rekenen. Wie lager scoort, blijft nog een jaartje in de kleuterbouw.” Maar, zo redeneert een teamlid, die regel geldt alleen voor kinderen die na anderhalf jaar zouden kunnen doorstromen. En niet voor kinderen die de normale twee jaar in de kleuterbouw zitten. “Sterker nog: sommige leerlingen halen nooit uitstekende scores op de toetsen taal en rekenen. En die stromen uiteindelijk toch ook door.”
Op de school waar Korevaar haar onderzoek uitvoerde, blijkt ook dat ouders, leerkrachten en directie vaak andere gevolgen signaleren bij verlenging of juist doorstroom. “Leerkrachten zagen bijvoorbeeld negatieve gevolgen van vervroegd doorstromen, de ouders en directie niet of nauwelijks.”
Aan de andere kant was er weinig te merken aan de toetsresultaten van de leerlingen. “Leerlingen die een jaartje extra bleven kleuteren, scoorden in de hogere groepen niet duidelijk hoger. En van kinderen die vervroegd doorstroomden, kelderden de scores niet.” Dat geldt ook voor de scores op sociaal-emotionele ontwikkeling. “Maar ik zou graag een vervolgonderzoek zien over hoe het na de basisschool gaat met herfstleerlingen, op cognitief en sociaal-emotioneel gebied.”
Leraren moeten vooral in gesprek gaan over de criteria voor doorstroom of verlenging, vindt Korevaar. “Je hoeft het niet over alles eens te zijn, maar je kunt wel een gezamenlijke visie opstellen. Het ene kind is gebaat bij verlenging, het ander bij doorstroom – soms zelfs als hij daardoor in groep 3 zou moeten doubleren. Het is goed om dat soort lastige beslissingen met elkaar te nemen.”