- blad nr 15
- 5-10-2013
- auteur . Overige
- Redactioneel
Een klein plusje voor het mbo
Op 31 december vorig jaar ging de mbo-erfenis van de gekapseisde en opgeknipte Amarantis Onderwijsgroep over naar drie nieuwe regionale opleidingencentra: Roc Top, Mbo Utrecht en Mbo Amersfoort. Daarmee telde het middelbaar beroepsonderwijs aan het slot van het jaar meer roc’s dan aan het begin ervan, en dat is na decennia van fusies bijzonder te noemen. Maar om een beeld te krijgen van de financiële gezondheid van het mbo als sector, moet je Amarantis juist even buiten beschouwing laten. Ook Roc Leiden valt helaas buiten dit overzicht, want de instelling heeft haar jaarrekening uitgesteld en kon bij het afronden van dit verhaal geen cijfers opsturen.
De overige 39 roc’s samen noteren met hun exploitatieresultaat een miniem plusje van nog geen 0,3 procent van de inkomsten. Twee derde van de instellingen schrijft zwarte cijfers, maar tussen alle instellingen onderling zijn er flinke verschillen. Een plus van 7 procent (€ 6,1 miljoen) staat achter Roc Nijmegen, dat in 2012 werd ontheven van verscherpt financieel toezicht door de Onderwijsinspectie. De instelling betaalde daarvoor wel een prijs: er zijn onder meer 107 arbeidsplaatsen geschrapt, waarvan 74 via een reorganisatie. ‘Voor de organisatie betekent dit wel dat we in 2012 en daarna het vertrek van een groot aantal collega’s moeten verwerken. We dienen een nieuw evenwicht te vinden tussen beschikbare formatie en gewenste activiteiten’, aldus het jaarverslag.
Ook roc Rijn IJssel en de Brabantse vmbo/mbo-scholengemeenschap De Rooi Pannen boekten behoorlijke overschotten. Een ton van de ‘winst’ gaat bij de Rooi Pannen naar een jubileumpot voor leerlingactiviteiten, waarin voor het vijftigjarig bestaan in 2017 een half miljoen bij elkaar wordt gespaard. Aan de andere kant van de lijst noteren Roc West Brabant (€ -9,8 miljoen) en Landstede Groep (€ -5,9 miljoen) aanzienlijke verliezen. De eerste kan dankzij zijn buffer tegen een stootje. Landstede staat sinds vorig najaar onder extra toezicht van de inspectie.
Gevarenzone
Het sectorresultaat (vakscholen en aoc’s zijn hier niet meegenomen) wordt vertekend door het verlies van bijna 18 miljoen euro bij Roc Zadkine, dat met de zoveelste reorganisatie bezig is om de bedrijfsvoering op orde te krijgen. Vorig jaar scheerde de instelling langs de financiële klippen. Met leningen van het ministerie van Financiën, het schrappen van 150 arbeidsplaatsen op korte termijn en andere maatregelen hoopt het roc het tij te keren. Dat het roc eerst financieel nog verder vermagert - het eigen vermogen zal in de min duiken - is onvermijdelijk, maar binnen een paar jaar hoopt Zadkine weer geleidelijk uit de gevarenzone te klimmen. Van het tekort vorig jaar valt 7 miljoen toe te schrijven aan reorganisatiekosten die opzij zijn gezet. Nog eens 5 miljoen zijn opgegaan aan de afkoop van derivaten (zie kader).
Ook met Zadkine meegeteld is het eigen vermogen van alle roc’s samen vorig jaar gegroeid, terwijl het balanstotaal is afgenomen. Dat betekent grosso modo dat de financiële positie is versterkt. De meeste roc’s zitten ruim boven de ondergrenzen van de inspectie. Zeven instellingen hebben zelfs een solvabiliteit, een maatstaf voor de vermogenspositie, van meer dan 60 procent. Dat is meer dan royaal te noemen. Vier daarvan hebben geen enkele langlopende lening op de balans staan. Tussen 2006 en 2010 zijn de langlopende leningen in het mbo met bijna 40 procent uitgedijd, vooral om nieuwbouw te betalen. Nu neemt de gezamenlijke schuldenlast van alle roc’s af. Een extreem voorbeeld is Roc Mondriaan. Dat loste vorig jaar ruim 20 miljoen af, waarvan 15 miljoen vervroegd.
Risico’s
Overigens blijft in de huisvestingsportefeuille het gevaar van financiële tegenvallers bestaan. Zo heeft Zadkine vorig jaar bijna 3 miljoen euro afgewaardeerd op twee panden omdat de marktprijs onder de boekwaarde lag die op de balans stond. Het is niet voor niets dat de inspectie juist de vastgoedrisico’s van mbo-instellingen onder de loep neemt.
Een handjevol instellingen houdt de inspectie extra in de gaten vanwege financiële problemen. Het Zeeuwse Scalda (begin 2012 ontstaan uit een fusie tussen het financieel zwakkere Roc Zeeland en het kleinere Roc Westerschelde) hoort daar niet meer bij, want de instelling is volgens de inspectie financieel genoeg aangesterkt. Voor Landstede en Zadkine geldt dat duidelijk niet, en daarom staan ze wel onder aangepast toezicht. Net als Roc Leiden en de drie roc’s die eind vorig jaar uit Amarantis zijn voortgekomen. Roc Top, MBO Utrecht en MBO Amersfoort begonnen dit jaar weliswaar met een gloednieuwe balans, maar onvermijdelijk ook met een karige vermogenspositie.
{kadertje}
Verlies door derivaten
Roc Zadkine noteerde in 2012 een verlies van 17,7 miljoen euro. Bijna 5 miljoen daarvan komt door het afkopen van een zogenoemde renteswap. Dat is een rentecontract waarmee je variabele rente op leningen kunt inruilen voor een vast tarief. Door de lage rentestanden op de kapitaalmarkt hebben zulke rentecontracten een negatieve waarde. Dat heeft normaal gesproken geen financiële gevolgen. Wel als je er vroegtijdig vanaf wilt, zoals bij Zadkine. Dan moet je er bijna altijd voor betalen. Ook bij Amarantis was er sprake van zo’n negatieve miljoenenwaarde. Die hoefde niet afgerekend te worden aan de Rabobank, aldus het Amarantis-jaarverslag. Wel zijn er weer nieuwe renteswaps afgesloten voor de drie mbo-scholen en voor vo-instelling Zaam.