- blad nr 15
- 5-10-2013
- auteur . Overige
- Redactioneel
Straf
Van liniaal naar non-verbaal
Tekst Joëlle Poortvliet
De liniaal komt er allang niet meer aan te pas, maar docenten hebben maatregelen nodig om leerlingen tot de orde te roepen. De stoorzender wordt op de gang geparkeerd, het mobieltje wordt ingenomen, of de leerling moet strafregels schrijven.
René Kneyber is elf jaar wiskunde en ict-docent in het beroepsgerichte onderwijs (vmbo, Oosterlicht College in Nieuwegein) en geeft ruiterlijk toe dat hij waarschijnlijk de slechtste leraar was in orde houden ooit. “Als je geen repertoire aan handelingen hebt, zijn er maar een paar lessen nodig voor het een ongelooflijke puinzooi wordt.” Kneyber maakte van orde en gezag zijn persoonlijke leerdoel. Inmiddels schrijft hij er ook boeken over en verzorgt cursussen. “Het verbaasde me hoe weinig collega’s erover konden zeggen, ook als zij al jaren voor de klas staan.”
Op de vraag welke straffen Kneyber geregeld uitdeelt, antwoordt hij dat hij dat stadium liever voorblijft. Af en toe belandt een leerling nog wel eens op de gang, maar de focus ligt op duidelijkheid verschaffen vooraf en (deels) non-verbale terechtwijzingen. “Corrigeren of waarschuwen zonder je even echt op die persoon te richten, werkt niet. Een leerling pikt dat feilloos op. Oogcontact maken is daarom belangrijk. Ook zorg ik ervoor dat mijn lichaamshouding ontspannen blijft en dat ik me richt op de persoon waar ik iets van wil.” Docenten zitten volgens Kneyber een beetje gevangen tussen instrueren en disciplineren, ofwel: ze staan doorgaans half naar het bord en half naar de klas. “Met de richting van onze voeten laten we zien waar we echt in geïnteresseerd zijn.” Kneyber investeert veel in de sfeer in de klas, in duidelijke afspraken aan het begin van het schooljaar over wat wel en niet kan. “Het probleem met een straf is dat straf of heel goed, of heel slecht uitpakt. Er is geen middenweg. Bovendien ligt er een groot gevaar op de loer dat het zich tegen je keert. Zo’n leerling denkt dan: Je moet altijd mij hebben, je bent een racist. Dan draait het zich opeens om en gaat het om jou.”
Printer kapot
Als Bert Jansen, leraar Nederlands en maatschappijleer op het Veluws College, corrigerend optreedt, doet hij dat het liefst een beetje creatief. Klassieke situatie: er moet een verslag worden ingeleverd en plots zijn alle printers vastgelopen en cartridges op. Jansen: “Leerlingen kunnen tegenwoordig ook digitaal aanleveren, maar toch. Als de helft het niet bij zich heeft, stelt dat mij voor een dilemma. Wat maak ik voor verschil tussen de ‘wel-op-tijd-inleveraars’ en de ‘niet-op-tijd-inleveraars’?” Jansen maakte de klas deelgenoot van zijn probleem en verdeelde de groep in twee rijen: met en zonder verslag. Degene zonder moesten een voor een voor de hele klas komen vertellen waarom ze het verslag niet bij zich hadden. “Als die printer dan voor de vierde keer wordt genoemd, gaan ze zelf ook grinniken en hebben ze feilloos door dat het een slechte smoes is.” Zolang een werkstuk of verslag helemaal niet is ingeleverd, zet Jansen een 1 in het systeem. “Maar dat zie ik niet echt als straf. Als je een slecht werkstuk maakt, krijg je een laag cijfer. Als er geen werkstuk is, staat die 1 er tot er wel iets wordt ingeleverd.”
Jansen houdt ook niet zo van het woord straf. “Uiteindelijk wil je oplossingsgericht bezig zijn, inzicht geven in waarom we de dingen zo doen.”
Nablijven
Docenten mogen dan redelijk bewust straffen uitdelen, ouders zijn steeds vaker not amused. 5010, de landelijke informatie- en adviesdienst voor ouders en onderwijs, constateerde over 2012 een stijging van het aantal meldingen over door school opgelegde strafmaatregelen. Coördinator Cécile de Bruin: “Een 1 voor een werkstuk terwijl de printer echt kapot was, vinden ouders disproportioneel. Ook hebben ze moeite met straffen die de veiligheid van hun kind in het geding brengen. Zoals een leerling op de Zeeuwse eilanden die zolang moest nablijven dat ze niet met haar vaste clubje mee terug naar huis kon fietsen, maar alleen in het donker door de polder moest.”
Bij de Onderwijsgeschillencommissie zijn het aantal zaken dat te maken heeft met optreden tegen een leerling overigens al jaren stabiel. Het beslaat grofweg tussen 10 en 15 procent van de klachten die ze behandelen.
Docent Jansen krijgt weinig met boze ouders te maken, maar herkent het beeld wel. “Ouders zijn heel kritisch op de manier van straffen van de school. De tijd dat je thuis nog eens extra op je kop kreeg, is voorbij. Ze mailen, of komen op school om uitleg vragen. Aan de andere kant zijn er gelukkig ook veel reële ouders. Die snappen dat hun kind soms in een impuls foute dingen doet.”
Zo was er onlangs nog een leerling die tijdens de les op facebook liet weten wat hij van een leerkracht vond via zijn mobiele telefoon. Het apparaat is niet meer weg te denken uit het leven van de puber, maar op school kan het mobieltje op z’n zachtst gezegd afleiden. Niet verwonderlijk dat veel leraren geen mobieltjes op tafel willen zien. Op de school van Jansen is het beleid om bij storend gebruik de gsm in te leveren, waarna de leerling het apparaat terugkrijgt als zijn ouders een papiertje ‘oneigenlijk gebruik mobiele telefoon’ hebben ondertekend. Maar Jansen doet z’n best om die regel niet toe te hoeven passen. “Je ziet soms dat leerlingen die dicht bij school wonen in de pauze naar huis racen om zo’n papiertje te laten ondertekenen. Dan heeft het weinig effect.”
Op basisschool Berkeloo, waar Ardi van Schijndel werkt in groep 8, worden de mobiele telefoons standaard ’s ochtends ingezameld en in een mandje bewaard tot het eind van de lesdag. De school probeert sowieso sancties te voorkomen door een veilig klimaat te creëren. Van Schijndel: “Eén keer per week doen we een sfeerrondje. Vanaf de kleuterklassen tot en met groep 8. Wat ging er niet lekker, wat liep niet goed, maar ook: heb je complimenten voor iemand?”
De school kent wel een straffenprotocol, oplopend van een corrigerende blik tot aan schorsing, maar die dient met name voor uniformiteit, legt Van Schijndel uit. “Om te voorkomen dat een kind bij de ene juf uit de klas wordt geplaatst, bij de volgende schrijfwerk krijgt en bij de derde niets. Maar eerlijk gezegd wordt er nauwelijks meer gestraft. Ik kan me de tijd niet meer heugen dat kinderen echt lang moesten nablijven.”
{kader}
Strafregels
Sinds orthopedagoog Astrid Boon in 2009 het boekje Straf/Regels schreef zijn strafregels weer in zwang geraakt. Een handig middel, vindt docent René Kneyber, want het kost de leerling veel tijd en de docent weinig. Bovendien kan de regel gaan over wat er misging. Bijvoorbeeld: ‘Ik mag niet door de les heen kletsen, want dan raken mijn medeleerlingen afgeleid en kan ik zelf ook niet goed meekrijgen waar de les over gaat, daarom ga ik voortaan in de pauzes kletsen’. Kneyber ziet ook wel haken en ogen aan het systeem: “Het idee is dat je bijvoorbeeld dertig strafregels opgeeft en die dan aan het eind van de les halveert, om de band met de leerling positief te houden. In de praktijk zie je heel vaak dat dat niet gebeurt, omdat de docent nog boos is, of omdat de leerling het lokaal is uitgesneld. Die zit dan ’s avonds doodleuk drie uur te schrijven.” Inmiddels is de trend overgewaaid naar Jan Ruigrok en Hans Oostrik die met hun boek In plaats van schorsen. Handboek herstelrecht in het onderwijs het aantal schorsingen in het middelbaar onderwijs terug willen brengen. Bewustwording van hoe docenten handelen in conflictsituaties is daarbij een belangrijke pijler. Ook Kees van Overveld die in Groepsplan gedrag uitlegt hoe je gedragsproblemen in de klas kunt voorkomen, is populair. Kneyber kan zich er helemaal in vinden: “Hoe voorkom je dat het misgaat? Daar is nog een slag te slaan. In het vo lopen nog steeds wel wat hippie-figuren rond die helemaal anti-straf zijn, maar de tijd dat leerkrachten alles maar over zich heen lieten komen is voorbij. Misschien wordt op dit moment juist iets te krampachtig of zelfs teveel gestraft. Waar we naar toe moeten is dat we ons bij elke straf afvragen: Waarom gaat het nu mis?”
Astrid Boon, Straf/Regels, Uitgeverij Augustus, € 18.90, ISBN 9789045702582
Jan Ruigrok en Hans Oostrik, In Plaats van Schorsen. Handboek herstelrecht in het onderwijs, Uitgeverij Quirijn, € 24,00, ISBN 9789080855588
Kees van Overveld, Groepsplan gedrag, Uitgeverij Pica, € 22,95, ISBN 9077671781