• blad nr 15
  • 5-10-2013
  • auteur . Overige 
  • Redactioneel

 

De monsterklas

Als gevolg van de bezuinigingen op het onderwijs worden basisschoolklassen alleen maar groter. Hoe bolwerk je zo’n monstergroep? En hoe ga je ermee om dat je leerlingen niet altijd kunt geven wat ze nodig hebben?

Tekst Mandy Pijl

de Groot (36) had twee keer achter elkaar een grote groep op basisschool het Spectrum in Maassluis. Eerst een groep 8 van 36 leerlingen, daarna een groep 7 van 37.
“Het was mijn negende jaar voor de klas en ik had al drie keer een groep 8 gedraaid toen ik me opgaf voor 8 XL, zoals de kinderen en ik de groep gingen noemen. Twee botsende groepen 7 werden samengevoegd. Ik vond het een uitdaging daar één geheel van te smeden. Ik had ooit in beide groepen ingevallen en dacht dat het juist leuk kon worden. Een aantal meiden zat elkaar in de weg. In zo’n grote groep zouden ze meer keuze in vriendinnen hebben.
Ik hield de kinderen voor: als dit lukt, wordt de afscheidsavond een klapper. En dat werd het. Vanaf dag één zat alles kriskras door elkaar, ze konden niet anders dan mengen. Na vier weken was die hele vete opgelost. De musicalavond werd de mooiste avond van mijn loopbaan. Op het podium lieten ze zien: dit hebben we bereikt, dit is het geworden.
Een schooljaar later had ik een groep 7 met 37 leerlingen. Het werd een compleet ander jaar. Een derde van de klas had extra zorg nodig, er waren veel gedragsproblemen. Ik bleef dat gedrag maar corrigeren. Hoewel de kinderen - laatst kwamen ze nog even langs - me omschrijven als een juf met humor, kon ik de helft niet zo grappig zijn als normaal. Aan het begin van het schooljaar hield ik de teugels strak en ik kon ze geen moment laten vieren. Ik ging enorm aan mezelf twijfelen. Ik had er toch ook 36 gehad, en toen had ik fluitend door de gangen gelopen.
Ik ben niet per se tegen grote groepen. Een groep van veertig draaien? Geen probleem. Al heb ik wel geleerd goed te kijken naar de samenstelling. In de grootte zit hem de zwaarte niet, maar in het aantal zorgleerlingen.”

Stuiteren
Mariska Blok (30) is groepsleerkracht op basisschool de Dijk in Zaandam waar ze een groep 3 heeft met 34 leerlingen.
“Twee jaar geleden stond ik voor een groep 3 met 36 leerlingen, en dacht: dit gebeurt me geen tweede keer, dit zal het bestuur niet nog een keer laten gebeuren. Helaas. Geld om het anders te kunnen doen, om kleinere klassen te maken, is er niet.
Ik houd van groep 3. De kinderen komen binnen met ‘niets’ en met de kerst kunnen ze een heleboel. Tot hun eigen verbazing lezen ze ineens een boek. De aandacht die ze bij dat leerproces verdienen, kan ik ze niet geven. Mijn tijd verdelen, dat is het lastigste. Ik wil de stof gedifferentieerd aanbieden, op basis van wat ieder kind nodig heeft. Maar ik heb er de tijd niet voor. Loop ik na de instructie eerst een rondje door de groep, dan kost me dat al snel een half uur. In die tijd kunnen de leerlingen aan de instructietafel niets doen. En dan heb ik het nog niet over de tijd die ik kwijt ben aan het schrijven van 34 rapporten, het voeren van 34 oudergesprekken en die grote stapel nakijkwerk. Niet nakijken, vind ik in groep 3 geen optie. Ik vraag van de kinderen dat ze netjes werken, dus verlangen ze dat ook van mij. Vaak neem ik het mee naar huis. Dit is bovendien een drukke groep. Niet ieder kind zal er last van hebben, maar sommigen kunnen niet tegen al dat geluid. Hier wordt toch meer gepraat dan in een groep met 25 leerlingen. Sommigen komen naar me toe voor aandacht, anderen stuiteren door alle indrukken door de klas. Ik vind het vervelend dat de bezuinigingen zich zo aftekenen in mijn klas. Vaak ga ik blij naar huis, maar dat lukt niet als ik niet de hulp heb kunnen geven die kinderen nodig hebben. Dat frustreert.”

Pezen
Henny Schappin (58) had als leerkracht van basisschool de Bongerd in Nederweert vorig schooljaar een groep 8 van 38 leerlingen.
“Met een groep van 38 leerlingen heb ik tenminste pas echt wat aan mijn bapo gehad. Ik was donderdagmiddag en vrijdag vrij en op donderdagmiddag deed ik dan de klassenadministratie. Het gebeurde vaak dat ik om vijf uur als laatste naar huis ging. Alleen op die manier was ik de vrijdag ook echt vrij. Op lesdagen nam ik bewust geen pauze. Het was van acht tot vijf pezen, zodat ik mijn avonden vrij had en op tijd naar bed kon om er de volgende dag weer tegenaan te gaan.
En toch heb ik genoten van mijn groep van 38. Het was een heerlijke klas. Aan het begin van het jaar hield ik ze strak, tot ze gewend waren aan de groepsregels die ze zelf hadden opgesteld en het allemaal losser kon. Een schooljaar eerder was het veel minder soepel verlopen. Ik had een groep 8 van 34 kinderen en die groep was een stuk bewerkelijker, omdat er een aantal kinderen tussen zat met gedragsproblemen. Vanwege de groepsgrootte had ik weinig tijd om daadwerkelijk met storend gedrag aan de slag te gaan.
Nu ik een groep van 23 heb, kom ik eindelijk echt weer aan mijn leerlingen toe. Kinderen die extra instructie nodig hebben, kan ik die ook daadwerkelijk geven. Van bijspijkeren kwam het met 38 man niet, terwijl dat wel beter was geweest voor kinderen die naar vmbo-kader of de beroepsgerichte leerweg gingen.
Het ergste van alle ontwikkelingen in het onderwijs vind ik nog wel dat jonge leerkrachten net zo hard klagen als collega’s met veertig jaar ervaring. Ik ben bijna zestig, logisch dat ik moe ben. Van mijn jonge collega’s zou de energie moeten spatten. Willen we ze voor het onderwijs behouden, dan moet er iets veranderen.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.