- blad nr 15
- 5-10-2013
- auteur G. van der Mee
- Redactioneel
Trudy Coenen over haar kinderen
Ik zit ze op de huid
Wat is het Coenen-effect? ‘Dat is je best doen omdat het belangrijk gevonden wordt. Omdat jij belangrijk gevonden wordt. Daar kan geen kind weerstand aan bieden en grote mensen kennelijk ook niet’, schrijft Louise Koopman. Koopman tekende verhalen van vmbo-docent Trudy Coenen (58) op in Spijbelen doe je maar thuis.
Coenen vindt het vanzelfsprekend dat de leerlingen doen wat zij wil. “Pubers willen vooral niks doen. Ze zijn bezig met van alles, maar niet met school. Ik zit ze op de huid, tenslotte denken ze: Ik doe het maar, anders krijg ik die bitch op mijn dak.” Ze kan eindeloos vertellen over ‘haar kinderen’, de leerlingen van het Montessori College Oost in Amsterdam. Een zwarte school met duizend leerlingen van zestig verschillende nationaliteiten, waar Coenen Nederlands geeft aan de bovenbouw. Voordat ze in 2010 Leraar van het jaar werd, was ze al eens bij Pauw & Witteman en Cees Grimbergen te gast geweest. Maar in 2010 greep ze haar kans. “Ik had altijd al heel veel meningen, maar nu was ik opeens een autoriteit.”
Pesten op niveau
Haar belangrijkste boodschap: het vmbo is net zo leuk als de havo of het gymnasium. “Leerlingen zijn net zo grappig en vervelend. Alleen ze hebben jou meer nodig en persoonlijk zou ik niet geschikt zijn voor een gymnasium.” Lachend: “Dan word je op niveau gepest, dat lijkt me niet zo’n feest! In de klas van mijn zoon, die op het gymnasium zat, hadden ze afgesproken geen spier te vertrekken als de leraar een grap vertelde. Dat is toch erg! Gelukkig zouden die van ons zoiets niet bedenken.”
Ze geeft al dertig jaar les, begon in Weert als invaljuf op de basisschool, maar vond dat toch wat saai, ook de studie psychologie bleek niets voor haar te zijn. Met haar toenmalige vriend verhuisde ze naar Amsterdam en belandde op de Bontekoe school, een school met internationale schakelklassen. De jaren tachtig herinnert ze zich als ‘te soft’. “Dan werd er gezegd dat het met Mohammed niet goed ging omdat hij moeite had met het gezag van een vrouw. Ik vond dat direct al raar. Daar heb ik toch niets mee te maken? Bij mij staat voorop dat een leerling zich gedraagt en respect heeft voor zijn docent of dat nou een man of een vrouw is. Wij moesten ons aanpassen aan hun cultuur. Daar hebben we die leerlingen geen plezier mee gedaan. Gelukkig is dat veranderd. Zeker onze kinderen hebben geen netwerk achter zich. Voor hen is het heel fijn iemand te kennen die wel weet hoe het hoort en structuur biedt.”
“Natuurlijk zijn er die het bloed onder je nagels vandaan halen, die je steeds weer uitproberen, maar besef altijd dat ze het niet tegen jou hebben, maar tegen de autoriteit leraar. Vroeger dacht ik altijd dat het om mijn persoon ging.”
Roddelen
Wat ze fantastisch vindt aan haar school is dat iedereen meeleeft en zich bemoeit met de kinderen. Dat is precies wat ze wil. “Het contact met de kinderen maakt voor mij het lesgeven waardevol, alleen de lesstof of het behandelingsplan, daar doe ik het niet voor.”
Als ze iets mocht veranderen dan zou ze onmiddellijk de administratie (“je moet alles vastleggen”) inperken, plus de vele vergaderingen. Haar lessen begint ze met ‘roddelen’. “Ik vertel een verhaal of zij vertellen zelf iets. Terwijl we praten kijk ik hoe de vlag ervoor hangt. Vaak heb ik het over actuele onderwerpen, want ze hebben geen flauw idee wat er speelt. Ik liet een keer het woord ‘kopvoddentax’ vallen. Hadden ze nog nooit over gehoord.”
Ook dat de juf nogal eens in de media verschijnt, gaat helemaal langs hen heen. Alleen toen ze laatst met haar hoofd op de bijlage van het Parool stond herkenden de Parool-bezorgers haar ineens. “Iedere keer gooiden ze me door de bus: juf Coenen, juf Coenen, juf Coenen.”
Kinderen die thuis het huishouden moeten doen, de zorg voor hun zieke moeder hebben, of gewoon aan hun lot worden overgelaten. Die spijbelen vaak of maken hun huiswerk niet. Door er eindeloos achteraan te bellen of langs te gaan, krijgt ze ze meestal toch naar school. Het diploma halen, daar gaat het haar om. Soms, als een leerling er in het leven wel heel veel pech heeft, verzint ze een list. Zoals bij Kevin, die een Play Station van zijn moeder zou krijgen. Helaas bleek er toch geen geld te zijn. Coenen bedacht een verhalenwedstrijd met een Play Station als hoofdprijs en raad eens wie hem won?
“Vaak”, zegt ze, “ben je machteloos. Ik heb geleerd dat je de thuissituatie van een kind niet kunt veranderen, die illusie moet je niet hebben. Maar je kunt er wel zijn en aandacht voor ze hebben.” Kost dat niet heel veel extra energie? “Nee, dat is echt niets verhevens hoor. Bij ons op school doen veel collega’s dat. Op zondag even een uurtje naar het voetballen van een moeilijke leerling kijken. Wat is dat nou voor moeite? Maandag weet de hele school dat je geweest bent. Je krijgt er zoveel voor terug.”
{noot}
Citaatjes komen uit: Spijbelen doe je maar thuis, verteld door Trudy Coenen en opgeschreven door Louise Koopman, Uitgeverij Artemis & Co, € 17,95, ISBN 9047204050
{noot 2}
Onder de leden van de AOb worden vijf exemplaren van Spijbelen doe je maar thuis verloot. Wil je hierop kans maken, stuur dan voor 16 oktober een mail naar OnderwijsPas@aob.nl. De winnaars ontvangen schriftelijk bericht.
Tijdens gesprek over de twee lesbische moeders die samen een Turks jongetje opvoeden, zegt een leerling: ‘Ik vind één moeder al niet te doen.’
Justice (Ghanees, christen) zal de klas wel even uitleggen wat Pasen is. ‘Eerst werd hij aan het kruis geslagen.’ Ontzet kijkt Touria hem aan. ‘En toen is hij opgestegen.’ Toeria: ‘Hoe kan dat nou!’ ‘En toen heeft hij de vrede over ons uitgestrooid.’
‘Ik weet het zeker: al word ik er soms gek van, het vmbo ga ik nóóit saai vinden.’
Brief van Sakina (illegaal) aan Balkenende: ‘Afgezien dat ik me schuldig voel dat ik in een land woon waar ik geen recht om te wonen, vind ik het niet een verstandige plan om naar Marokko terug te keren.’
Uit opstel Kevin (15) The story of my life: ‘Sindsdien ben ik uit huis geplaatst. Ik ben vaak van tehuis naar tehuis verhuisd. Mijn moeder zit nu ook in een soort verblijfhuis. Ik zie haar elke woensdag bij mijn broer Wesley.’
‘Juf’, zei ze, ‘u hebt een groot probleem, want mijn vader geeft vrouwen geen hand.’ ‘Maar lieverd’, zei ik, ‘dan heb ik geen probleem, dan heeft je vader een probleem, want hij komt er zonder een hand te geven niet in.’
Smoezen: ‘Juf, ik kon er niks aan doen, mijn lichaam werkte niet mee.’