• blad nr 15
  • 5-10-2013
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Vragen bij het register

Al een jaar of vijf lees ik over het register voor leraren. Elk toonaangevend beleidsplan noemt het. Het Convenant Leerkracht. Het Onderwijsakkoord. De Lerarenagenda. Kortom, de trein dendert door. Zonder tussenhaltes. Tot het eindstation. En de politiek verwacht er veel van. Een kwaliteitsimpuls. Zoals bij artsen en notarissen. Die hebben ook een register. En een hoger maatschappelijk aanzien. Goed plan dus. Maar hoe werkt dat dan, bij leraren?
In 2017 zijn wij geregistreerd. En dat register registreert eerst even. Om er in te komen. En dan gaat het los. Niet geregistreerd is einde bevoegdheid. Einde bevoegdheid is einde baan. En met die strengheid heb ik geen moeite. Prutsers die het niet opgebracht krijgen een diploma te halen, het houdt een keer op. Maar moet dat op deze manier? Is de kwaliteit van personeel niet de verantwoordelijkheid van de werkgever? Gecontroleerd door de inspectie? En daar komt dan dat beroepsregister bovenop? Dat lijkt me niet handig.
Een voorbeeld. Stel, ik krijg last van mijn leeftijd, ontwikkel een sterk anarchistisch verlangen, koop een motor en on the road besluit ik; voor mij geen register. Waarom zou ik ook? Op school werk ik met plezier. De resultaten en leerlingevaluaties zijn goed. Tijdens functioneringsgesprekken keuvel ik keurig het standaardformulier vol. Ik volhard in mijn recalcitrantie jegens dat register en kijk, daar is de consequentie. Mijn bevoegdheid gaat in rook op. En dan? Einde baan? Dat is toch gek? Ik heb diploma’s gehaald, ben goed in mijn werk en kan dat bewijzen. Zowel mijn schoolleider als mijn werkgever houden van me. Maar ze moeten me ontslaan. Welk onderwijsbestuur laat zich zo wegzetten?
En dan nog iets. Aan mijn weigering ligt ook een inhoudelijk motief ten grondslag. Want wat moet ik doen, voor de status registerdocent? Word ik daar een betere leraar van? Wie regelt dat? De Onderwijscoöperatie. Voor en door leraren, lees ik op de website. Maar leraren, daar zijn er 200 duizend van. Allemaal verschillend. Werkzaam in een sector die elke cohesie ontbeert. Dus welke leraren sturen die Onderwijscoöperatie? Het antwoord; vijf belangengroepen. Vijf overlegtijgers dus. Dat belooft niet veel goeds. Het zou zo maar kunnen dat ik naast mijn wettelijk verplicht bekwaamheidsdossier, in te leveren bij de werkgever, ook nog eens een portfolio moet bijhouden, om daarin mijn ontwikkeling te expliciteren, voor de registerpunten. Dat is dan mooi twee keer diefstal van tijd. En van mij wordt niet meer gejat.
Vandaar mijn prangende vragen. Wat is precies de juridische status van het register? Wat moeten leraren doen om geregistreerd te blijven? Een snel antwoord zou fijn zijn. Want, mooi hoor, die vergelijking met artsen en notarissen. Maar hoeren krijgen ook een register. In die sector is namelijk het zicht op wat hoort, en wat niet, eeuwig lastig. De overheid, en dus niet de beroepsgroep, wil daar grip op krijgen. En als dat het grondmotief onder het lerarenregister is, doe ik niet mee en geef toe aan mijn anarchistisch verlangen.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.