• blad nr 15
  • 5-10-2013
  • auteur R. Sikkes 
  • Redactioneel

 

Het onderwijsakkoord: van goed naar gerommel

Minister Jet Bussemaker wil dat de onderwijskwaliteit van good naar great gaat. Maar voor personeel valt er weinig lol aan te beleven. Door de ingreep in de cao’s kiest de minister voor de kant van de werkgevers. Daarom tekent de AOb het Onderwijsakkoord niet en ziet hoe de sfeer in de onderwijspolder van goed naar gerommel gaat.

Onderwijs wordt bij de bezuinigingen ontzien, zegt minister Jet Bussemaker vrolijk in de nieuwe onderwijsbegroting. Maar de nullijn voor 2014 blijft gewoon. Dat is met 331 miljoen euro een flinke bezuiniging op de salarissen en daar verandert het Onderwijsakkoord niets aan. Voor personeel is er aan het akkoord weinig lol te beleven. Eerder meer regels dan minder, en verder veel vage beloften. Onderzoek naar werkdruk, ambities als het gaat om bijscholing, een heel dunne pleister op de wonde van de nullijn in 2014. Het enige waarover het akkoord duidelijk is, is de bapo. Die verdwijnt. In 2014. En het overgangsrecht zoekt u maar uit. En o ja, tegen alle afspraken in komt er in 2017 een verplicht lerarenregister. Wie daar niet in staat, krijgt volgend jaar al geen Lerarenbeurs meer.
Met het Onderwijsakkoord kiest minister Bussemaker voor de werkgevers. Zij schuift geld naar de lumpsum van de schoolbesturen en verwacht dat de bonden bij het kruisje tekenen. Het hele circus rond het akkoord was overbodig, want had ook voor 99 procent in de begroting geregeld kunnen worden.
Maar dat wilde de minister niet, maakte Bussemaker in de Volkskrant duidelijk. ‘Dit is bedoeld om werkgevers en werknemers zover te krijgen dat ze doen wat in het regeerakkoord staat. Anders kan ik stoer roepen: Oudere leraren moeten gewoon doorwerken. Maar dan gaat het gewoon niet gebeuren, want het is iets waar schoolbesturen en vakbonden samen over gaan.’
Het ministerie bemoeit zich zo rechtstreeks met de cao-onderhandelingen tussen bonden en werkgevers. Big sister is watching you, zullen we maar zeggen. Want als de afspraken in de cao haar niet bevallen, komt er geen geld los, is de onverholen dreiging in het akkoord. En de minister maakt nog een voorbehoud.
Het geld dat zij voor het akkoord heeft gereserveerd is ‘afhankelijk van de invoering en het tijdpad van de ombuigingsmaatregelen uit het regeerakkoord’. Vrij vertaald: wanneer de Tweede of Eerste Kamer niet instemt met de bezuinigingen of delen daarvan, staat het akkoord op losse schroeven, wordt uitgesteld of gaat helemaal niet door. Eventueel uitstel van het leenstelsel in de masterfase gooit nu al bijna zand in de akkoordmachine.
Los van de inhoud, is het akkoord daarom niet meer dan wat velletjes papier met veel goede bedoelingen. Allemaal redenen waarom de AOb niet heeft getekend. Dat zet wel de verhoudingen in de onderwijspolder op scherp. Het gevolg is een hete herfst als in alle sectoren de cao-onderhandelingen starten. De sfeer was goed, maar nu wordt het gerommel. Dat alles roept veel vragen op over het akkoord. Wat staat er wel in en wat niet?
1. Eén miljard extra voor het onderwijs, waarom laat de AOb dat liggen?
Om het akkoord mooier voor te stellen dan het is, wordt door alle ondertekenaars druk gegoocheld met cijfers. Er is niet 1 miljard extra voor onderwijs. Al helemaal niet in 2014. Er is eenmalig 34 miljoen voor het verzachten van de nullijn die verder gewoon doorgaat en onderwijspersoneel 331 miljoen kost. Daarnaast is er 25 miljoen voor een kwaliteitsverbetering in het hoger onderwijs. Bedragen van niets. Er wordt geschoven en er zijn meevallers.
2. Kan dat iets preciezer? Hoe zit dat met het schuiven?
Zeker. Er wordt geschoven met het geld dat gemeenten kregen voor schoolgebouwen. Met het geld dat studenten kregen voor hun basisbeurs. En met het geld dat ouders kregen voor de schoolboeken. Oh, en vergeet de bezuinigingen op scholen zelf niet. Minder geld voor het leerwegondersteunend onderwijs, minder voor het mbo en hbo. Dat alles gaat naar de schoolbesturen. Daaruit worden de ‘investeringen in onderwijs en onderzoek’ van 25 miljoen in 2014 oplopend tot 689 miljoen in 2017, betaald.
3. En meevallers, daar heb ik niets van gemerkt?
Door lagere leerlingaantallen en minder uitgaven aan studiefinanciering blijft er in 2013 en 2014 geld over. Aanvankelijk was het kabinet in het crisispakket van plan om de prijsbijstelling van 204 miljoen voor gestegen kosten als energie, leermiddelen, onderhoud en schoonmaken, te schrappen. Dat gaat nu niet door. Ook de 34 miljoen voor het verzachten van de nullijn in 2014 komt daar uit. En dan blijft er uit de meevaller dus ook nog 66 miljoen euro aan onderwijsgeld over, dat wel naar de staatskas gaat voor het crisispakket.
4. Het duizelt me.
Het duizelt ook de rekenaars van de AOb, maar in het overzicht op pagina 16. proberen we het zo goed mogelijk op een rij te zetten. De eindconclusie is in elk geval: de overheid schuift met geld en voegt dat toe aan de lumpsum van schoolbesturen. Er gaat nauwelijks iets naar het onderwijspersoneel.
5. Er komt toch 3,5 procent loon bij in 2014?
Nee, dat is geklets in de ruimte. Wat weten we wel over de loonontwikkeling?
• De nullijn voor 2014 blijft, dat had minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën voor de zomer al gezegd en betekent een bezuiniging van 331 miljoen euro. Anders zouden de salarissen met ruwweg 40 tot 90 euro per maand omhooggaan. De nullijn wordt pas in 2015 afgeschaft, ook dat had Dijsselbloem toen al aangekondigd.
• In het akkoord is afgesproken dat er in 2014 34 miljoen komt om de nullijn te verzachten voor po, vo en mbo. Dat betekent een loonsverhoging van 0,2 procent en niets meer. Een bruto bedrag van tussen de vijf en tien euro per maand. Daarmee houdt onderwijs de inflatie van 2 procent in 2014 helemaal niet bij.
• In het oorspronkelijke akkoord was de afspraak dat geld van 2015 naar 2014 verplaatst kan worden, maar dat staat niet meer in de definitieve versie. CNV Onderwijs doet dat nog wel in haar doorrekening en telt dan 1 procent loonsverbetering uit 2015 op bij 2014. Maar dat betekent dat in 2015 de lonen weer gaan achterlopen op markt en inflatie.
• Buiten het Onderwijsakkoord om is er wel een meevaller. Door het pensioenakkoord gaan werknemers langer premie betalen en kan de premie per maand met 2 procent netto omlaag. Een fors bedrag, tien keer zoveel als het effect van het Onderwijsakkoord. Maar dat had je dus sowieso gekregen.
Alles bij elkaar zal 2014 meevallen voor het onderwijspersoneel. Maar niet dankzij het Onderwijsakkoord, dat slechts marginaal voor een koopkrachtverbetering van hoogstens 0,2 procent zorgt.
6. De werkdruk gaat omlaag, horen we. Dat werd tijd.
Er gebeurt niets, er komt alleen maar onderzoek. Het is lachwekkend hoe vaak dat woord voorkomt in de werkdrukpassage. Onderzoek hoe meer structuur kan komen in de herziening van kerndoelen; onderzoek naar verantwoording door interne of externe regelgeving; gezamenlijk onderzoek naar de oorzaak en aanpak van werkdruk en onderzoek naar landen die er in slagen de werkdruk laag te houden. Een einddatum voor al dat onderzoek? Die wordt nergens genoemd.
7. Er komen toch 3000 mensen bij, die hebben we hard nodig.
In het akkoord staat in de financiële paragraaf heel duidelijk de wens ‘om vooral jonge leraren aan het werk te houden’. Het lijkt er niet op dat er 3000 extra mensen bijkomen, het zal vooral gaan om baanbehoud van jongeren die anders op straat zouden komen te staan.
8. De urennorm voor leerlingen voortgezet onderwijs gaat toch naar 1000 per jaar?
Eigenlijk wilde iedereen al van die 1040 af, die de PVV in de wet had gefrommeld tijdens Rutte I. Het zou ook zonder het akkoord zijn gebeurd. Maar dan gaat de minister creatief boekhouden. Zij schrijft dat het geld dat vrijvalt door de vermindering wordt ingezet voor werkdrukverlichting en baanbehoud. Vreemd, want voor de uitbreiding van 1000 naar 1040 uur was geen extra geld of personeel beschikbaar, dus komt er ook niets vrij.
9. Wat zegt het akkoord over de positie van leraren?
Leraren zijn zo’n beetje de allerbelangrijkste mensen in het onderwijs. Daarom wil de minister in het akkoord de onbevoegdheid uitbannen in 2017. Maar zij maakt het zich wel moeilijk door zoals zij het zelf noemt ‘de ventielen in de wet’ open te laten om onbevoegden tijdelijk in te zetten. Daarnaast wil de minister tegen alle eerdere afspraken in een register voor leraren verplichten in 2017. Wie niet in het register staat, krijgt tot die tijd al geen Lerarenbeurs. Daarna bepaalt de cao wat het betekent – ontslag? - als je niet geregistreerd bent of je vak niet bijhoudt.
10. Maar we krijgen recht op nascholing? Tijd en geld?
Hier blinkt het akkoord weer uit in goede bedoelingen. ‘Het is de ambitie’ staat er, dat in 2015 alle docenten geld, tijd en ruimte hebben om hun vak bij te houden. Maar dat moet nog in de cao per sector worden geregeld. Voor ondersteunend personeel wordt helemaal niets geregeld.
11. Ten slotte, niet onbelangrijk, de bapo gaat er aan? Is er een overgangsrecht?
Het akkoord is daar als enige echt duidelijk: de bapo wordt afgeschaft. Er komt een nieuwe seniorenregeling terug, maar hoe en wat, dat moet per sector in de cao worden geregeld. Dat moet al in 2014 gebeuren. Een overgangsrecht moet worden ‘besproken’ waarbij ‘rekening wordt gehouden met bestaande rechten van de huidige bapo-gebruikers’. Dat klinkt als garantie tot de voordeur. Wie als minister zoiets in een akkoord opschrijft, zet het personeel op 3-0 achterstand bij de werkgevers. Normaal gesproken praat je over veranderingen zonder dictaat vooraf. Zo kiest Bussemaker volledig voor de kant van de werkgeversorganisaties, die al jaren klagen over de bapo.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.