• blad nr 14
  • 21-9-2013
  • auteur . Overige 
  • Juridische rubriek

 

Oud zeer

Jan Jaap heeft er al zo’n twintig jaar op zitten bij zijn schoolbestuur. Hij heeft het prima naar zijn zin en functioneert goed. En toch komt deze ervaren leraar in de problemen.

Tekst Frans Lathouwers, juridische dienst

Jan Jaap heeft pleinwacht. De gebruikelijke drukte van jewelste. Er wordt gevoetbald en de bal belandt op het (platte) dak van de school (drie meter hoog). Vrijwilligers genoeg om de bal van het dak te halen. Zonder verder na te denken wijst Jan Jaap een motorisch begaafde leerling van bijna zeven jaar aan om met zijn ondersteuning de bal van het dak te halen. Hij kent dit jongetje dat bekend staat om zijn capriolen in de gymzaal.
Achteloos vertelt hij over het voorval tijdens de koffiepauze met collega’s. Kennelijk vindt een van de collega’s de aanpak van Jan Jaap maar niks. Hij meldt de klauterpartij bij de directeur, die vervolgens de bovenschoolse directeur informeert. Tot zijn stomme verbazing ontvangt Jan Jaap drie dagen later een brief van zijn bestuur. Het bestuur is van mening dat er sprake is van plichtsverzuim. Zijn werkgever is voornemens hem disciplinair te straffen met een berisping. Bij herhaling zal ontslag op staande voet volgen. Het schriftelijk verweer van Jan Jaap brengt geen verandering in het standpunt van het bestuur. Jan Jaap wordt berispt. De berisping zal worden opgenomen in zijn dossier.
Jan Jaap vraagt zich af of beroep tegen de strafmaatregel kans van slagen heeft. Daarvoor moeten we allereerst kijken naar de juridische realiteit. En die is dat het bestuur inderdaad een berisping mag opleggen. Een berisping is de lichtste strafmaatregel uit de cao. Een rechter zal het besluit tot berisping slechts marginaal, dat wil zeggen beperkt, toetsen. Immers, Jan Jaap wordt niet ontslagen, de omvang van zijn dienstverband verandert niet, het bestuur komt niet aan Jan Jaap’s portemonnee. Daarom zal de rechter slechts kijken of het bestuur in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Dat betekent dat de kans op succes in een beroepsprocedure beperkt is.
Nu de feitelijke realiteit. Je kunt je natuurlijk afvragen of het besluit van Jan Jaap om de leerling de bal van het dak te laten halen, een handige zet was. Daarover zullen de meningen verschillen. De ouders van de jongen hadden er in ieder geval geen probleem mee. Maar dan de werkgever van Jan Jaap. Nogmaals: Jan Jaap is een prima leraar die geen ervaring heeft met klachten of ontsporingen. Waarom moet zo’n leraar nu berispt worden? Waarom zo’n draconische maatregel die de arbeidsvreugde bederft? Waarom vertelt het bestuur niet, gewoon in een gesprek, dat je als leraar op deze school niet wordt geacht om leerlingen het dak op te sturen?
De meeste besturen hebben gezag genoeg om deze boodschap in een gesprek over te brengen. De werkgever van Jan Jaap kennelijk niet, die heeft een strafmaatregel nodig. Of zou het niet gaan om gezag of het ontbreken daarvan, maar om oud zeer? Een jaar of vijf geleden heeft Jan Jaap de AOb ingeschakeld toen zijn bestuur hem wilde overplaatsen. Jan Jaap vermoedt dat dit de reden is voor de overtrokken reactie.

Voor juridisch advies kunt u contact opnemen met het Informatie en Advies Centrum van de AOb: 0900 4636262 (5 cent per minuut), info@aob.nl

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.