• blad nr 14
  • 21-9-2013
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

Coachen via een ‘oortje’ 

Consequent zijn, daar gaat het om

Vandaag ben ik proefkonijn. Anderhalve week geleden heb ik het eindassessment van de tweejarige deeltijdopleiding aan de Haagse pabo gehaald. Op het nippertje: mijn assessoren, ervaren juffen, hadden nog wel het een en ander aan te merken op de examenles rekenen die ik gaf op de St. Josephschool in Leiden.

Nu sta ik opnieuw voor mijn eigen groep 5. Vlak erbuiten zitten twee wetenschappers die me tips influisteren via een draadloze verbinding en een luidsprekertje in mijn oor. “Maak oogcontact”, zeggen ze. Braaf kijk ik op vanuit mijn voorleesboek. Met een gebiedende knik vraag ik een van de kinderen om zijn kneedgum in zijn laatje te stoppen. Het werkt!
Consequent zijn is sinds het begin van mijn opleiding in september 2011 mijn belangrijkste leerpunt. Het lijkt niet zo moeilijk: als je hebt gezegd ‘luister goed’, dan wacht je tot het stil is. Je staat dan niet meer toe dat iemand nog in laatjes rommelt of met onopvallende signalen een ruzie over een geleend gum uitvecht. Een consequente leerkracht checkt of er na het commando ‘potloden neer’ ook echt niemand stiekem begint aan zijn rekensommen. Zeker niet het haastige jongetje dat zijn werk meestal binnen een paar minuten heeft afgeraffeld om daarna snel te kunnen wegduiken in een Donald Duck. Klinkt eenvoudig. Maar in de praktijk betekent het dat je voortdurend scherp om je heen moet kijken. En dat je, indien nodig, alle tijd durft te nemen om gehoorzaamheid aan een eenmaal gestelde regel af te dwingen.
Dat is voor beginnende leerkrachten niet altijd makkelijk. Aan het eind van mijn examen blijkt dat mijn assessoren zich gestoord hebben aan de achtergrondruis: tikkende linialen, schuivende laatjes, stiekem gefluister. Mijn mentor legt uit dat het me tijdens mijn stage als leraar-in-opleiding vaak wél is gelukt om deze pittige groep stil te houden. Dat geeft de doorslag en ik ontsnap met een zesje.

Wielrenners
Omdat ik denk dat het beter kan, beter moet, en omdat ik heb gehoord over een relatief nieuwe coachingmethode voor leerkrachten, besluit ik contact op te nemen met Paul Dirckx (Pedagogisch Technische Hogeschool Eindhoven) en Nele Coninx (Katholieke Hogeschool Limburg in het Belgische Diepenbeek). Beide onderwijsspecialisten experimenteren sinds enkele jaren met ‘coachen via het oortje’.
“Ik dacht dat ik de eerste was, toen ik in 2006 besloot om met deze technologie aan de slag te gaan”, zegt Dirckx. “Intussen weet ik dat er medio jaren zeventig al onderzoek naar is gedaan in de Verenigde Staten.” Dirckx zag wielrenners op tv die via een oortje raceadvies kregen van de ploegleiding. Wel demarreren, niet demarreren? Wachten op een ploeggenoot of doorgaan? Het is feedback waar een wielrenner na afloop van de race niet veel aan heeft. Voor een leerkracht die na afloop hoort hoe hij het had moeten doen, ligt dat niet anders. Dirckx vermoedde dat het mogelijk moest zijn om leerkrachten – net als wielrenners – al tijdens hun werk bij te sturen.
Door het met kinderwerkjes beplakte raam van de klas zijn Dirckx en Coninx nog juist zichtbaar achter de laptop. In een hoek van de klas staat een forse panoramacamera op een driepoot. Van tijd tot tijd turen de kinderen in de rondgebogen kap rond de lens. Zojuist ben ik mijn rekenles begonnen met de coöperatieve werkvorm ‘koppen bij elkaar’. Op het digibord staat de som 102 + 97. Hoeveel is dat ongeveer? ‘Koppen bij elkaar’ vereist dat de kinderen op hun knieën op hun stoel gaan zitten en met de hoofden dicht bij elkaar over hun tafels leunen. Zo kunnen ze goed overleggen. Eén kind in elk groepje mag opstaan voor een antwoord; welk kind wordt pas duidelijk als ik zijn of haar nummer roep. Elk kind in elk groepje moet een antwoord kunnen geven en iedereen leert.
Ook bij deze werkvorm is consequent zijn belangrijk. Koppen bij elkaar is koppen bij elkaar. “De achterste groep heeft de billen niet van de stoel”, zegt Coninx in mijn oortje. Ik doe er een schepje bovenop: “Kom op, kom op, billen van die stoelen!”

Timing
Even later is de klas hard aan de slag. Het is stil. “Kinderen zijn goed aan het werk. Belonen!”, klinkt het in mijn oortje. “Er wordt goed gewerkt”, zeg ik. Ik vraag drie mindere rekenaars aan de instructietafel en ga met ze aan het werk, voorovergebogen. “Controleer of de kinderen achterin ook goed aan het werk zijn”, zegt Coninx. “Ik kijk omhoog en zie een van de jongetjes achter in de klas scheef in zijn stoel zitten. “Is je werk af?”, vraag ik. “De eerste som wel”, antwoordt hij. “Ja, maar de tweede moet je ook maken.”
Coaches die Coninx voor haar promotieonderzoek heeft geobserveerd, hadden soms moeite om hun commentaar aan leerkrachten te doseren. Ze tetterden de oren van hun studenten vol, zoals een leerkracht-in-opleiding het uitdrukte. Coninx houdt het beperkt en to the point. In ruim een uur lestijd neemt ze twaalf keer het woord.
De meeste tips volg ik op. Eén advies – ‘Zet de kinderen aan het werk’ – is op dat moment onuitvoerbaar, omdat ik juist in het lesboek blader, op zoek naar de juiste pagina. De aanwijzingen die Coninx geeft zijn niet nieuw voor mij, het gaat om de timing. En om het feit dat de leerkrachten het effect ervan in de les ervaren. Een goed idee of inzicht wordt direct in praktijk gebracht en niet na afloop besproken in ‘wat-als-scenario’s’.

Blauwe vlek
Op het bord staat een opgave waarbij getallen dicht bij het juiste honderdtal een kleurtje moeten krijgen. Ik vraag de klas welke kleur. “Lichtblauw!”, is het antwoord, maar per ongeluk maak ik met de digipen een grote blauwe vlek op het bord. Er wordt gelachen. “Leerlingen naar het bord laten komen”, fluistert Coninx in mijn oor. Ik houd de digipen omhoog: “Wie kan het beter?” Haast alle vingers gaan omhoog. Een meisje komt naar voren, ze heeft de volle aandacht van de klas en ik kan even rustig observeren.
Volgens Coninx blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van Marcia Rock (universiteit van North Carolina, USA) dat bijna driekwart van de via een oortje gecoachte studenten vindt dat het leidt tot bruikbaarder inzichten dan het evalueren van lessen. “En leerlingen zien een verandering in het gedrag van leraren”, zegt Coninx. “In nog ongepubliceerd onderzoek voor mijn promotie heb ik vastgesteld dat kinderen leraren na vijf van deze coachingsessies anders beoordelen op de ‘Roos van Leary’, een maatstaf die leerkrachten inschaalt naar hun autoritaire of juist coöperatieve opstelling in de klas.”
Toch wordt er in Nederland nog maar weinig gewerkt met coaching via het oortje. Onbekendheid met de nieuwe technologie speelt daarbij een rol, vermoedt Dirckx. De installatie van de camera en pc voor de coachingsessie op de St. Josephschool nam met twintig minuten ook wel aardig wat tijd. Goedkoper en eenvoudiger is een systeem waarbij de coach leerkrachten aanstuurt via een tablet met voorgeprogrammeerde knoppen en standaardcommentaar als goed zo, pauze, stemvolume, territorium, aankijken, stoppen.
Eenmaal geïnstalleerd verloopt de coaching via het oortje technisch vlot. Van de twee zenders aan mijn broekzakken voel ik nauwelijks iets. Heel af en toe trekt het snoertje wat aan mijn oor.
Volgens Dircks is de methode in de klas niet alleen geschikt om leraren te coachen, maar ook om sociaal minder vaardige kinderen te helpen. “Met vijf sessies kun je het gedrag in de klas van bijvoorbeeld een kind met autisme sterk beïnvloeden”, zegt Dirckx. “Je kunt kinderen bijvoorbeeld helpen om op het juiste moment oogcontact te maken met klasgenoten.”

Samen lesgeven
Directeur John van den Helder van de Leidse basisschool St. Joseph is enthousiast over het systeem. “Leerkrachten die van elkaar willen leren, hebben er niet zoveel aan om bij elkaar in de klas te komen en alleen maar mee te kijken”, zegt hij. “Dat weten wij uit de praktijk en onderwijskundige Alex van Emst heeft het ons onlangs bevestigd. Samen lesgeven is de beste manier om van elkaar te leren. Coachen via het oortje is een veelbelovende nieuwe manier om dat te doen.”
Dat samen lesgeven valt in de praktijk immers niet mee. Tijdens mijn stages kwam mijn mentor soms naast me staan om me een tip in te fluisteren, maar daarmee wordt een les per definitie verstoord. Coachen via het oortje gebeurt stiekem. “Wat hebben ze gezegd? Hebben ze iets gezegd?”, willen de kinderen na afloop van de les van me weten. In principe zouden coaches zelfs vanuit huis studenten of andere leerkrachten kunnen bijsturen. “Als degene die gecoacht wordt, in staat is de videocommunicatieapparatuur op te stellen dan moet dat kunnen”, zegt Dirckx.
Volgens Coninx toont onderzoek aan dat coachen via het oortje het best werkt als de leerkracht met tevoren afgesproken opdrachten wordt gecoacht door iemand die hij vertrouwt. De werkwijze is vooral geschikt om meesters en juffen te helpen bij klassenmanagement en pedagogiek. Bijsturen op zaken die niet in een paar woorden te vatten zijn is lastiger. “Leerkrachten raken makkelijk overbelast als je probeert om ze vakinhoudelijk bij te sturen”, zegt Coninx. “Daar zijn eenvoudigweg te veel woorden voor nodig.”
Zojuist heb ik in mijn handen geklapt. Met een enkele duim omhoog en hier en daar wat teleurgestelde lichaamstaal maan ik de klas tot stilte. “Wachten tot het stil is”, zegt Coninx. Dat weet ik zelf ook, maar de vriendelijke toon en Vlaamse tongval stelt me gerust. Ik neem de tijd. “Goed zo, jongens”, zeg ik. “Heel goed”, klinkt het in mijn oortje.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.