• blad nr 14
  • 21-9-2013
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Burn-out onder dertigers stijgt 

Hoe blijf je overeind?

Mensen die het overkomt, herkennen het zelf niet. “Het komt als een donderslag bij heldere hemel”, zegt deskundige Helmke Sciarone. “Het besef dat je het echt niet meer aankunt. Opeens blijkt het leven niet zo maakbaar als veel dertigers denken.”

Vanaf 25 jaar stijgt de curve van mensen met burn-outklachten flink. Bezuinigingen, angst dat de tijdelijke aanstelling niet wordt verlengd, spelen op de achtergrond mee. Hoe blijf je overeind als zowel de school als het thuisfront aan je trekt?
“Ik ging altijd met ontzettend veel plezier naar mijn werk, maar dat had ik op het laatst helemaal niet meer. Pas toen een meisje van mijn groep vroeg of ik soms boos was, besefte ik dat het zo niet langer ging.” Annemarie de Boor* is nu 29 jaar. Vorig jaar moest ze de ziektewet in. Ze had alle tekenen dat het misging genegeerd. Ziek zijn stelde ze met antibiotica uit tot de herfstvakantie, waarna ze met een longontsteking in het ziekenhuis belandde. Vervolgens ging ze te snel terug aan het werk. “Ik vond dat ik weer voor de klas moest. Ik was nog wel moe, maar ik dacht: niet zeuren! Ik had veel zorgkinderen en ik geloofde dat die niet zonder mij konden. Ik ging dingen uitstellen, terwijl ik juist heel erg van structuur ben. Zag overal tegen op, trok mezelf terug uit het team, thuis lag ik op de bank.”
Ze is een klassiek voorbeeld van iemand die vond dat ze alles tegelijk moest kunnen. Fulltime een moeilijke klas, een masterstudie, een zieke moeder, drie keer per week sporten, plus haar vrienden. “Mijn valkuil is dat ik geen ‘nee’ kan zeggen. Achteraf was ik, denk ik, structureel overvraagd.”
Dertigers blijken in stijgende lijn gevoelig te zijn voor een burn-out. Volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2012 (TNO en CBS) is onderwijs koploper van alle sectoren als het om burn-outklachten gaat, met 19,4 procent. Vóór 2012 lag de piek van verzuim door psychische klachten tussen 35 en 39 jaar. Die is daarna verschoven naar een jongere groep vanaf 25 jaar.

Groot geloof
Helmke Sciarone ziet ze veel. Jonge leerkrachten van 25 tot 35 jaar, met een groot geloof in de maakbaarheid van het leven. “Het is een generatie die gewend is dat alles kan. Ik ben een veertiger en werd getroffen door werkloosheid in de jaren tachtig. Mensen geboren vanaf 1985, kennen die tegenslagen niet. Ze zijn enthousiast, reageren op alle prikkels; directeuren hebben dat soort werknemers graag.”
Sciarone werkt voor het Vervangingsfonds, als onafhankelijk re-integratiedeskundige. “Als adviseur ben ik er voor de werkgever en de werknemer. Ik bespreek hoe je in je werk overeind kunt blijven. Daar moeten beide partijen aan werken. Soms zendt een werknemer tegenstrijdige signalen uit, of pikt de directeur de signalen niet op en reageert te laat. Dat is dan een gemiste kans.”
Naast de dertigers zijn het vooral 55-plussers die uitvallen. Volgens Sciarone gaat het bij hen om heel andere oorzaken. “Zij worstelen met verandering, bijvoorbeeld een reorganisatie, of wanneer er van hen gevraagd wordt om op een andere manier te werken. Ze voelen zich vaak aangetast in hun idealen en rechtvaardigheidsgevoel. Terwijl bij dertigers juist alles moet kunnen. Daarom komt het als een donderslag als ze echt niet meer in staat zijn om te werken. Ik kan dan ingeschakeld worden.”

LHet moet nu
Dat het dertigers zijn die te maken krijgen met een burn-out, komt volgens Sciarone ook omdat ze werk en privé minder scheiden, alles loopt door elkaar. “Op alle fronten wordt hard aan ze getrokken. Vaak hebben ze net kinderen, de relatie met hun ouders verandert, omdat ze meer een eigen leven krijgen. Elk patroon waaraan gewrikt wordt, roept problemen op. En dan is het beroep van onderwijzer ook nog eens grenzeloos. Er is met de leerlingen altijd van alles aan de hand en alles moet nu, vinden de dertigers. Daar heb ik dan gesprekken over.”

Kan de werkgever een burn-out voorkomen?
“Een werkgever kan maatregelen nemen om overbelasting eerder te herkennen en aan te pakken”, meent Sciarone. “Mijn collega´s bij het Vervangingsfonds hebben bijvoorbeeld onlangs een werkdrukscan gemaakt (www.vervangingsfonds.nl). Daarmee kun je toetsen of je individueel of als team niet te veel hooi op je vork neemt. Er zijn ook regioadviseurs die mee willen denken over verzuim en re-integratiebeleid. Ik word regelmatig gevraagd om langs te komen als een leerkracht denkt dat het misloopt, dan kan er preventief van alles gebeuren.” Tegelijkertijd vindt ze dat het weinig zin heeft om directeuren de schuld te geven van een burn-out. “Directeuren zijn ook niet te benijden in deze tijd. Er wordt bezuinigd, ouders staan op hun strepen, de resultaten moeten excellent zijn. Overbelasting is van alle tijden, maar excelleren, leerlingen die overladen worden met prikkels, zorgleerlingen met bijvoorbeeld adhd - dat is van deze tijd. Je kunt heel erg op de persoon inzoomen, maar een omgeving die steeds sneller verandert is ook van invloed.”

Wanneer gaat het fout?
“Vaak is er sprake van extreme betrokkenheid bij leerlingen, ze hebben geen overzicht meer, zijn heel erg onzeker. Behalve dat ik gesprekken voer, geef ik ook praktische oefeningen waardoor mensen zich ervan bewust worden wat ze allemaal doen. Het gaat met kleine stapjes, van ontbijten ‘s morgens tot bezwaar maken tegen een extra taak. Ik adviseer altijd om jezelf niet direct onhaalbare doelen op te leggen. Begin klein, zeg tegen een vriendin ‘nee’ als die een afspraak wil en jij hebt er geen zin in. Belangrijk is dat je ontdekt wat jouw persoonlijke valkuil is. Daarnaast onderzoeken we, samen met de directeur, of tijdelijke aanpassingen mogelijk zijn.”

Hoe begin je opnieuw?
Annemarie de Boor leerde dat ze niet onmisbaar is. “Er komt gewoon een vervanger. Je neemt wat meer afstand en bedenkt dat de kinderen ook liever een juf hebben die in balans is. En wat ik nu vooral weet is dat niet alles wat je wilt nú moet. Je wilt bijvoorbeeld graag over die nieuwe methode meepraten, maar voor je het weet ben je iedere dag twee uur in vergadering. Oudere collega’s weten dat je dat niet moet doen.”
“Als je weer begint moet je opletten dat je niet in de oude fouten vervalt. Helmke heeft me daarbij geholpen, zij vroeg de directeur hoe ik in het begin ontlast kan worden en wie mij begeleidt. Als je weer terug bent wil je heel graag laten zien dat je alles weer kan. Dat is ook een valkuil.”

Stapje terug
Starters worden als het goed is ontzien en gecoacht. Mensen met een paar jaar ervaring, worden juist voor alles gevraagd. Invallen, extra taken, leuke projecten. Ook in het voortgezet onderwijs wordt voor alles een beroep op ze gedaan. Simonette Meijer, adjunct-directeur op de Geert Grooteschool in Amsterdam, geeft toe dat zij zich er ook wel schuldig aan maakt. “Onwillekeurig vraag je juist mensen die altijd enthousiast ‘ja’ zeggen. Er is ook altijd ongelooflijk veel werk.”
Ze is net 40 geworden en vindt de werkdruk in het onderwijs heel hoog. “Vroeger zei ik zelf ook overal ‘ja’ op, dat heb ik afgeleerd. Inmiddels weet ik dat ik anders mijn pensioen niet haal.” Volgens haar is de druk mede vergroot door de constante bemoeienis van ouders, die er niet voor terugdeinzen om naar de rechter te stappen om hun gelijk te halen. “Dat kost ontzettend veel tijd.” Meijer ziet ook een nieuw verschijnsel, de angst van vooral jonge docenten om even een stapje terug te doen. “Als ze gewoon ziek zijn, of niet lekker in hun vel zitten, zijn ze bang het label ’overspannen’ te krijgen. Dan gaan ze gauw maar weer aan het werk terwijl dat niet verantwoord is.”

*Naam gefingeerd

{kader}
Online therapie

“Burn-out betekent dat er meer energie uit gaat dan erin komt en dat houden ze ontzettend lang vol”, zegt Jarno Meijer. Hij is operationeel directeur bij Therapieland (www.therapieland.nl), een organisatie die online psychologische hulp en behandelingen aanbiedt. ‘Overspanning en burn-out’ is een van de programma’s. “Het gaat vaak om mensen die veel van zichzelf eisen. Op een gegeven moment zijn ze meer aan het plannen dan dat ze nog echt uitvoerend bezig zijn en dan zijn ze ontevreden over de resultaten. Dat wordt een vicieuze cirkel.”
Het programma bestaat sinds februari van dit jaar en wordt door de Universiteit Groningen geëvalueerd. “Omdat we veel gebeld hebben met de gebruikers, weten we nu dat ze het handig vinden zelf het tijdstip te bepalen en zelf de regie in handen te hebben. Een online therapie past goed in hun leven.”
De online therapie is in eerste instantie gebaseerd op zelfhulp, een videotherapeut loodst je door het programma. Als blijkt dat zelfhulp niet voldoende is, kan er een psychotherapeut ingeschakeld worden. Bedrijfsartsen of collega’s kunnen meedoen.
Clara Busser* deed de therapie op aanraden van haar werkcoach. Vorig jaar werd ze ziek. “Ik was te flexibel, kon niet voor mezelf opkomen. Ik viel altijd voor iedereen in. Het voordeel van het programma ‘Overspanning en burn-out’ is dat het echt over de situatie gaat waarin je werkt. Er zijn twee collega’s die me hielpen met het invullen van de vragenlijst. Ik bleek een kapitein op het schip te zijn, die ook het werk van de matrozen deed. Dat houdt niemand vol. Ik schrok daar heel erg van. Maar door zo’n therapie zie je ook weer een uitweg.” Therapieland wil er online ook zijn voor het onderwijs, bijvoorbeeld met programma’s over preventie.


{kader}
Tips en tools

-Leer ‘nee’ zeggen, oefen met je beste vriendin.
-Zoek hulp als je ’s nachts nog over de leerlingen ligt te piekeren.
-Ga niet aan het werk als je je nog ziek voelt.
-Probeer werk en privé te scheiden.
-Er is een werkdrukscan door het Vervangingsfonds ontwikkeld. Die wordt nu met pilots uitgeprobeerd op scholen. Je kunt jezelf of je team daarvoor opgeven. Cursussen over werkdruk zijn er bij het Vervangingsfonds en de AOb (zie www.vervangingsfonds.nl of www.aob.nl).

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.