- blad nr 15
- 9-9-2000
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
De Grote Omslag
De Grote Omslag¹ heeft Hermans zijn ideeën al gedoopt. De alles-moet-anders-aankondiging volgt op een voorjaar waarin de minister zwaar onder vuur lag. Hermans viel vooral op als afwezige minister. Slechts één op de zeven Nederlanders wist bijvoorbeeld wie de minister van Onderwijs was, zo bleek uit een peiling onder het Nederlandse volk. Maar ook voor de professionele spotters van het beleid was onduidelijk wat de minister nu eigenlijk aan het doen was.
Waar is minister Hermans in de discussie over de miljardenmeevallers, die sneller binnenkomen dan de rekenmachines kunnen bijhouden¹, vroeg de hoofdredacteur van dit blad zich eind maart in het commentaar af. Het leek haast wel of PvdA-fractievoorzitter Melkert minister van Onderwijs was, door week in, week uit meer miljarden voor het onderwijs te eisen.
De VVD is daarom sinds deze zomer in de tegenaanval om het bezoedelde blazoen van hun eigen minister op te poetsen. In een ingezonden brief aan de Volkskrant roemde de liberale parlementariër Jan Rijpstra zijn partijgenoot Hermans voor het ondertekenen van het convenant startbekwaamheden primair onderwijs, iets dat niemand de moeite van het vermelden waard vond. Kamerlid Clemens Cornielje deed in zijn column in Het Onderwijsblad van twee weken geleden net alsof Hermans de tomeloze motor is achter alle investeringen in het onderwijs. ŒTwee periodes Deetman en twee periodes Ritzen hebben het onderwijs niet onberoerd gelaten. En nu er dan door Hermans geïnvesteerd wordt in het onderwijs, zouden de burgers zich tegen de overheid moeten keren¹, vraagt hij zich verongelijkt af naar aanleiding van de oproep van In Œt Veld aan het onderwijs om de rekening naar Den Haag te sturen.
Het staat er niet echt, maar de zinnen suggereren het wel. Pas sinds onze fantastische VVD-minister Hermans wordt er weer geld uitgetrokken voor onderwijs. Dat neigt naar geschiedvervalsing. Al sinds Ritzen wordt er weer in onderwijs geïnvesteerd en het leeuwendeel van het extra geld waarover Hermans kan beschikken - voor de klassenverkleining - is het directe gevolg van de motie Wallage van vóór het aantreden van Hermans in Paars II.
Nu is in politiek en liefde alles geoorloofd, dus moeten we niet te zwaar tillen aan parlementariërs die hun partijgenoot bijstand verlenen. Het grote werk zal toch door Hermans zelf gedaan moeten worden om het volk duidelijk te maken dat hij onderwijs een warm hart toedraagt. Vooralsnog blijven zijn plannen vaag. In het interview met de Volkskrant werden hooguit de contouren van ŒDe Grote Omslag¹ helder. Minder regels, meer geld van ouders vragen, het overleg beknotten, veel aan de scholen en opleidingen overlaten.
Misschien weet Hermans het zelf ook nog niet helemaal waaruit zijn erfenis aan het onderwijs zal bestaan. En dus komt het duizendkoppig ambtenarenapparaat in beweging om plannen te bedenken. Op de mat rolde een uitnodiging van de werkgroep sensor van het ministerie om te praten over de noden van het onderwijs. In Zoetermeer volgde een boeiend gesprek, waarin ik mijn persoonlijke wensenlijstje mocht komen uitleggen. Uit de waslijst noem ik er een paar. Een forse investering in schoolgebouwen, zodat de arbeidsomstandigheden verbeteren. Stel op grote scholen een echte personeelsfunctionaris aan, in plaats van het personeelsbeleid over te laten aan rectoren die daar niet voor hebben doorgeleerd. Meer geld voor goede scholing. Geef leraren bijvoorbeeld studieverlof om zelf onderzoek te doen en een proefschrift te schrijven. Iedereen een laptop. Privatiseer het hoger onderwijs en investeer dat geld in basis- en voortgezet onderwijs, zodat ouderbijdragen daar overbodig worden. En bovenal: doe iets aan de concurrentiepositie van leraren op de arbeidsmarkt. Kijk waar de lonen echt uit de pas lopen, zoals bij academisch opgeleide leraren.
Dat alles bij elkaar vraagt om een miljardeninvestering. En dan is de grote vraag of Hermans bij het verdelen van de meevallers tussen hem en zijn collega-ministers genoeg weet los te peuteren om een erfenis van enige omvang achter te laten. Met spanning wachten we op de begroting.