• blad nr 14
  • 21-9-2013
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

Onderwijsbegroting 2014 

U weet wel, de loonsombenadering

Twee weken moest het onderwijs wachten op de onderbouwing van het jubelende persbericht over het Nationaal Onderwijsakkoord, waar de AOb weigert zijn handtekening onder te zetten. Hoe zit het nu echt met de nullijn en ‘substantiële’ loonruimte, met de ‘modernisering’ van de arbeidsvoorwaarden, met de aanpak van de werkdruk?

Tekst Arno Kersten en Gaby van der Mee Beeld Typetank

“Ik denk: de loonsombenadering”, zegt de OCW-woordvoerder aan de telefoon. De vraag was simpel afgelopen dinsdagmiddag om tien voor vier: behoudt het onderwijs de nullijn of niet? “Voor 2015 niet meer.”
En voor 2014? “Ik weet alleen dat er sprake is van een loonsombenadering. Maar voor de finesses moet je toch echt even bij het ministerie van Financiën of Binnenlandse Zaken zijn.”
Bij Binnenlandse Zaken wordt al wat duidelijker wat het cryptische begrip ‘loonsombenadering’ betekent. De totale loonsom blijft gelijk, maar er kan geschoven worden tussen de secundaire en primaire arbeidsvoorwaarden. Met andere woorden: de pijn van de salarisbevriezing kan wat verzacht worden door geld dat vrijkomt uit de secundaire arbeidsvoorwaarden.
Het Centraal Planbureau stelde in de Macro Economische Verkenning al dat een nullijn als bezuiniging slechts een tijdelijk effect heeft, omdat de salarisachterstand daarna toch weer wordt ingehaald. Door de lange duur van de nullijn verwacht het CPB dat die inhaalslag tot na 2017 zal duren.
De bapo wordt afgeschaft. Wat er met het vrijkomende geld gebeurt, staat open. Er moet een nieuwe seniorenregeling voor in de plaats komen, maar daarover is weinig meer bekend dan dat die ‘participatiebevorderend’ zou moeten zijn. Bij de cao-onderhandelingen moeten sociale partners daarover afspraken maken.

Jonge leraren
Opmerkelijk genoeg zijn de financiële consequenties van het National Onderwijsakkoord niet meegenomen in de onderwijsbegroting voor 2014. Toen het jubelende doch vage persbericht drie weken geleden verscheen, moest het onderwijs nog wachten op de inhoudelijke en financiële onderbouwing tot verschijnen van de begroting. Het gaat onder andere om de 689 miljoen euro die in het regeerakkoord is verbonden aan het onderwijsakkoord. Maar volgens een OCW-persbericht is dat bedrag niet opgenomen in de begroting omdat het akkoord pas later (afgelopen vrijdag) zou worden gepresenteerd.
Honderdvijftig miljoen euro steekt het kabinet in nieuwe banen of werkbehoud voor 3000 jonge leraren. Mede vanwege het dalende leerlingaantal in het basisonderwijs, loopt de werkgelegenheid in de sector terug. Waar dat geld vandaan komt, bijvoorbeeld uit een meevaller elders in de begroting, was bij het afronden van dit artikel nog onduidelijk.
Nederland geeft in 2014 in totaal 5,4 procent van het bruto binnenlands product uit aan onderwijs, zo blijkt uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Dat percentage is sinds 2010 niet veranderd.

Werkdruk
Vermindering van de werkdruk staat al jaren boven aan het verlanglijstje. Onderwijspersoneel heeft volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2012 het allerhoogste percentage burn-outklachten (19,4 procent), dat is bijna één op de vijf mensen. In het onderwijsakkoord wordt erkend dat veel leraren een hoge werkdruk ervaren. Niet de volle klassen of problemen rond passend onderwijs worden als oorzaak genoemd, maar de verwachtingen die te hoog zijn en de papiermachine om aan alle regels te voldoen. Daarom moeten de kerndoelen worden bijgesteld en wordt er ‘grondig onderzoek’ gedaan hoe de regeldruk kan worden verminderd. Vermindering van de bureaucratie, van het teveel aan papierwerk - wie kan daar tegen zijn? Helaas heeft iedere Onderwijsminister in de afgelopen 25 jaar vermindering van het aantal regels beloofd en zijn de klachten over de toenemende papierrompslomp (inmiddels computerwerk) alleen maar toegenomen.
Er komt een onderzoek naar de oorzaken en de aanpak van werkdruk. Er wordt dus vooral veel onderzocht, ook naar voorbeelden van landen die er wel in slagen de werkdruk laag te houden. Een voorbeeld: een Finse leraar geeft minder lesuren per week dan een Nederlandse docent met bapo-uren.
Dat hét grote pijnpunt van dit moment - de invoering van het passend onderwijs per 1 augustus 2014 - niet wordt benoemd is pijnlijk. Zelfs de Rekenkamer betwijfelde of scholen met de huidige middelen deze onderwijshervorming aankunnen.

Lesuren
Behalve de arbeidsvoorwaarden worden ook de lesuren ‘gemoderniseerd’. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen de reguliere onderwijstijduren en de andere lesvormen (maatwerk). Eén onderwijstijdnorm van 1000 uur per jaar moet het gaan worden in de toekomst. Dat betekent dat de ‘schotten’ die er tot nu toe waren aangebracht wegvallen. De onderwijstijd wordt gemeten naar schoolloopbaan. Er is daardoor meer maatwerk en flexibiliteit mogelijk. Volgens het akkoord komen er hierdoor middelen vrij die de school dan kan gebruiken voor werkdrukverlichting op teamniveau en uitbreiding van de werkgelegenheid. Vervelend puntje hierbij is echter dat er nooit extra geld was uitgetrokken voor de norm van 1040 uur waar de scholen zich aan moesten houden.

De onderwijsbegroting werd gepubliceerd vlak voor het sluiten van dit nummer. Kijk op www.aob.nl voor al het actuele nieuws over de onderwijsbegroting en het onderwijsakkoord.

Dit bericht delen:

© 2023 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.