- blad nr 13
- 7-9-2013
- auteur R. Voorwinden
- Redactioneel
Een tijdelijk contract: wat zijn je rechten?
Welke soorten tijdelijke aanstellingen zijn er?
Veel leerkrachten krijgen in het begin van hun loopbaan een tijdelijk contract. Dat kan zijn omdat de vacature een beperkte looptijd heeft, bijvoorbeeld omdat de school er tijdelijk subsidie voor heeft gekregen. Ook kan je een tijdelijke aanstelling krijgen als je iemand vervangt die ziek is, of bijvoorbeeld met zwangerschapsverlof. Verder is er de tijdelijke aanstelling met uitzicht op een vast dienstverband, die aanstelling is dan bij wijze van proef.
Hoe lang kan een tijdelijke aanstelling duren?
Een tijdelijke aanstelling kan in principe een jaar duren.
Kan een tijdelijke aanstelling worden verlengd?
Een tijdelijke aanstelling met uitzicht op vast dienstverband kan volgens de cao primair en voortgezet onderwijs in bijzondere gevallen één keer worden verlengd met maximaal een jaar. Andere tijdelijke aanstellingen kunnen soms vaker worden verlengd, totdat je in totaal 36 maanden in dienst bent geweest (daarover later meer).
Let wel: dit zijn algemene regels, en recht is altijd specifiek. Advocaat Joost Aarts: “In de cao voor het voortgezet onderwijs staat bijvoorbeeld een uitzondering voor onbevoegde docenten, die kunnen langer in tijdelijke dienst worden gehouden.”
Moet de werkgever een tijdelijke aanstelling opzeggen?
Bij ziektevervanging staat er als regel in je contract dat de vervanging eindigt zodra de persoon die je vervangt weer beter is, ‘doch uiterlijk tot’ een bepaalde datum. Opzegging is dan niet meer nodig.
Bij een tijdelijke aanstelling met uitzicht op een vast dienstverband moet een werkgever in het primair en voortgezet onderwijs twee maanden van tevoren laten weten wat er gaat gebeuren: nog eens een tijdelijke aanstelling, vaste dienst of geen nieuw dienstverband.
Andere soorten tijdelijke aanstellingen hoeven vaak niet te worden opgezegd, die eindigen vanzelf. Soms is de praktijk ingewikkelder. Aarts: “In diverse cao’s staat dat een verlengde tijdelijke aanstelling niet eindigt door het verstrijken van de termijn waarvoor deze is aangegaan. Dan moet de tijdelijke aanstelling worden opgezegd. Of opzegging noodzakelijk is, moet dus van geval tot geval beoordeeld worden.”
Is er een moment waarop de werkgever mij verplicht in dienst moet nemen?
Ja. Dat moet in het primair en voortgezet onderwijs als je gedurende een periode van 36 maanden bij dezelfde werkgever in dienst bent geweest, zonder dat daarin een onderbreking zit van meer dan drie maanden. (Die 36 maanden mag je wel op verschillende scholen van hetzelfde bestuur hebben gewerkt). Als je na die 36 maanden nog steeds in dienst bent, heb je recht op een vast dienstverband, gelijk aan het aantal uren van je laatste aanstelling.
Aarts: “Zorg dat je bewijs hebt dat je al die tijd in dienst bent geweest, zonder onderbreking van meer dan drie maanden. Bewaar je acte van benoeming goed.”
De werkgever wil dat ik via een uitzendbureau in tijdelijke dienst kom. Mag dat?
Dat mag alleen in speciale gevallen: bij vervanging wegens ziekte of activiteiten ‘van kennelijk tijdelijke aard’ of bij ‘kennelijk onvoorziene omstandigheden’. Een ‘normale’ tijdelijke aanstelling is beter dan uitzendwerk, omdat de cao’s voor uitzendwerk vaak slechter zijn dan de onderwijs cao’s.
Wanneer krijg ik mijn arbeidsovereenkomst?
In de praktijk krijg je die overeenkomst pas op papier als je al aan het werk bent, en dat is een slechte zaak. De ervaring leert dat het zeer belangrijk is om die overeenkomst al te ontvangen voor of op je eerste werkdag, zodat duidelijk is wat de rechtspositionele afspraken zijn. Wie ga je bijvoorbeeld vervangen? Aarts: “Vooral vervangingsaanstellingen zijn vaak slecht gedocumenteerd: wie wordt er eigenlijk vervangen, en waarom? Ik heb soms het idee dat er structurele formatie (een vaste baan) beschikbaar is, die verstopt zit in een hele waslijst vervangingsbaantjes. Dan moet je als werkgever dus eigenlijk geen tijdelijke baan aanbieden.”
Maar goed: bewijs dat maar eens, als vervanger. Aarts: “Nogmaals, bewaar je stukken en je correspondentie, en stap bij twijfel naar de AOb. Neem niet te snel aan dat je ergens wel of juist geen recht op hebt. Dit is specialistenwerk. En daar heb je ons voor, als lid van de vakbond.”