- blad nr 13
- 7-9-2013
- auteur W. de Lange, de
- Column
Beloofd
Ik zou rond half augustus bellen, maar ik begin steeds meer te twijfelen. Wat heeft een dertienjarige jongen nou aan een uitje met een oudere juf? Dat is voor zo’n jongen toch alleen maar zielig?
Uiteindelijk besluit ik de boel formeel te benaderen: beloofd is beloofd. Het is altijd goed om betrouwbaar te zijn, zeker tegenover iemand van dertien. Ik bel en probeer meteen duidelijk te maken dat hij écht niet hoeft als hij leukere plannen heeft. Maar hij heeft zowaar zin, vindt het ‘kapot leuk’ dat ik bel. Echt een voorstel heeft hij overigens niet. “Weet je mijn zoon nog”, vraag ik. Ja, leuke gast, van schoolkamp. “Die werkt nu als knecht bij het toneel, op de Parade. Weet je wat dat is?” Nooit van gehoord, maar het klinkt vet/hard/cool/leuk. “En de dochter van meester Ooster treedt daar op, in een stuk met Jörgen Raymann.” Vetter/harder/cooler. We gaan.
We gaan kort met de trein en lang met de tram. Soufian heeft met het tehuis een goede vakantie gehad. Hij is gegroeid en afgeslankt. Onderweg kletst hij een eind weg zonder zichtbare verlegenheid. Over Ajax en AZ, over een ex-vriendinnetje dat raar doet, over een nieuwe vriend, over stomme en niet-stomme mobieltjes/zonnebrillen/sportschoenen/games, over klasgenoten die hem het gevoel geven dat hij een sloeber is, over die-en-die die altijd dure spullen heeft. Ach, al die spullen, zeg ik, ik heb het er niet zo op. Die opmerking laat hij tussen ons in liggen.
De Parade ondergaat hij vriendelijk. Een absurdistische voorstelling in een piepklein kamertje waarin de spelers bijna bij ons op schoot hun werk doen, vindt hij ‘leuk’. Zo zouden ze er bij ons op school nooit bij durven lopen, zegt hij bewonderend over een artistiek dienstertje in de pasta-tent, dat een rode hoed, een kanten witte jurk en zware laarzen combineert. Blij geeft hij mijn zoon een stevige hand. “Nou ken ik van de hele klas uw zoon het beste!” De voorstelling met Jörgen Raymann vindt hij ook ‘leuk’. We schudden de hand van de dochter van meester Ooster, die meespeelt. “Hard! Haar kennen de anderen helemaal niet!” Die opmerking laat ik tussen ons in liggen.
We komen op de terugweg langs een rook uitbrakende elektriciteitscentrale met daarachter een prachtige zonsondergang. “We moeten anders leven, voor de aarde. Geen vieze rook de lucht in sturen. Is dat nou zo moeilijk”, mijmert Soufian. Terwijl ik van die uitspraak nog paf sta, fietst hij tevreden van de trein naar huis. Sommige uitjes kun je niet één, twee, drie betekenis geven.
Volgende week gaan we weer naar school.