• blad nr 13
  • 7-9-2013
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Alexander Rinnooy Kan: Onderwijs heef geen vijanden

Zes jaar geleden, aan de vooravond van de financiële crisis, bracht de commissie Leerkracht optimisme in het onderwijs met een plan om het leraarschap aantrekkelijker te maken. Successen, zoals de Lerarenbeurs, zijn er zeker. Door de nullijn zijn de investeringen in de salarissen weer verdampt. “Dat was natuurlijk niet de bedoeling”, zegt toenmalig commissievoorzitter Alexander Rinnooy Kan. Wat hem betreft investeert Nederland te weinig in onderwijs.

Uw adviesrapport Leerkracht en het daaruit voortgekomen convenant verschenen aan de vooravond van de financiële crisis. Anders dan voorspeld, zijn er nu geen grote lerarentekorten, mede doordat onderwijspersoneel langer doorwerkt. In het basisonderwijs is zelfs sprake van een overschot.
Alexander Rinnooy Kan: “Het is een markant verschil, ook in sfeer. Leraren konden destijds wijzen naar ons rapport en zeggen: We zijn nodig! Maar de basisschoolonderwijzers kunnen dat op dit moment wat minder triomfantelijk zeggen. Er is een heel ander klimaat. Demografische voorspellingen zijn toch wat betrouwbaarder gebleken dan economische. Maar op enig moment gaan de babyboomers er echt wel uit. Dat betekent dat de uitstroom alleen wat later komt. Dan krijgen we toch te maken met een krappe arbeidsmarkt.
Al diegenen die zich nu plotseling overbodig en ongewenst voelen, vooral in het basisonderwijs…, ik hoop dat er een manier gevonden kan worden om al die mensen niet allemaal weg te jagen uit het onderwijs, om over twee of drie jaar te moeten constateren dat we ze eigenlijk wel weer heel goed hadden kunnen gebruiken. In de jaren tachtig hebben we ook zoiets meegemaakt. Heel veel mensen waren net tandenknarsend en teleurgesteld vertrokken uit het onderwijs, en toen waren ze plotseling weer nodig. Komen ze dan nog? Misschien hebben ze wel net een baan in een andere sector gevonden.”

Aantrekkelijkheidsprobleem
Uiteindelijk trok toenmalig minister Ronald Plasterk een miljard euro extra uit voor onder andere salarisverbetering in het onderwijs. Wat vindt u ervan dat die positieve effecten voor een deel weer teniet worden gedaan door de nullijn die al jaren in het onderwijs geldt?
“Dat betreur ik natuurlijk, zo simpel is het. Het is onderdeel van een groter geheel, dus we kunnen het moeilijk in isolement wegen, maar dan toch even in isolement bezien: dat was natuurlijk niet de bedoeling. Klaar. Goed, op enig moment is je werk af. De wereld draait door en dan gebeuren er dingen die je niet had voorzien en soms ook niet zou willen.”
Als je voorziet dat de schaarste op de arbeidsmarkt over een paar jaar alsnog toeslaat, hoe moet je dan deze nullijn bezien?
“Daar moet je van zeggen dat die misschien niet vol te houden is als je op termijn iets aan die schaarste wil doen. Het lijkt me nuttig dat er een update komt van ons rapport, met name om te kijken hoe het perspectief tussen nu en vijf jaar eruitziet, en wat je daar nu aan kunt doen om er niet door overvallen te worden.”
Het Centraal Planbureau heeft daarvan gezegd: De nullijn moet op enig moment ingehaald worden, want anders komt de publieke sector met een aantrekkelijkheidsprobleem te zitten. Hoe ziet u dat?
“Het is een historisch gegeven dat er altijd wel een inhaalslag plaatsvindt na een aantal jaren nullijn. Dat was ook altijd de reden dat in de private sector getwijfeld werd aan het belang van zo’n collectieve nullijn. Dat herinner ik me ook uit mijn tijd bij werkgeversorganisatie VNO-NCW. Je moet selectief zijn, in sommige sectoren kun je best wat meer doen. Als je dat niet doet, weet je zeker dat je volgend jaar in die sectoren twee keer zoveel kwijt bent.”
Een groot succes blijkt de Lerarenbeurs, had u dat verwacht?
“Daar is veel gretiger op gereageerd dan iemand voorspeld had. Dat is een van de leukste en dankbaarste effecten. Ik begrijp dat nu ook inmiddels op het topniveau daarvan leraren bezig zijn te promoveren met zo’n beurs. Dat is precies wat wij wilden. Iedereen in mijn commissie had wel een herinnering aan een gepromoveerde leraar op de middelbare school, maar die waren toch echt schaars geworden. Ik hoop dat ze nu vaker te vinden zullen zijn. Het is toch altijd heel motiverend om een leraar te hebben die zich zo heeft kunnen verdiepen in een vak.”
Ook een beroepsregister voor leraren is er gekomen, al is er discussie over. Het is een privaat register geworden bij de Onderwijscoöperatie, maar het kabinet wil dat het in 2017 publiek effect heeft. Is dat niet een beetje hinken op twee gedachten?
“Misschien, we zullen zien. Het gaat mij vooral om het idee van een professie. Het betekent iets om leraar te zijn en het te blijven. Dat moet je positief waarderen. Je mag trots zijn om erbij te horen en je moet verantwoordelijkheid nemen om erbij te blijven. Het heeft een zekere exclusiviteit: niet iedereen is zomaar een goeie leraar, niet iedereen blijft zomaar een goeie leraar.”

Roem en glorie
Nederland heeft grote ambities als kennisland. Dat vergt investeren in onderwijs. Schiet het kabinet op dat punt tekort?
“Ik vind van wel. Het kabinet zal zeggen: Maar we bezuinigen nu nauwelijks tot niet op onderwijs. Als je daar wat beter naar kijkt, kun je daar ook nog best over twisten. De intentie is goed, maar ik vind het niet genoeg. Wij hebben als land de ambitie om een top kenniseconomie te zijn, maar we investeren minder in onderwijs dan de landen om ons heen, de Scandinavische landen voorop. Kijk kritisch naar wat er bij onze rivalen gebeurt en je ziet grote verschillen. Een simpele test is te kijken naar het percentage van het bruto binnenlands product dat in onderwijs en kennis wordt geďnvesteerd. Dan zie je verschillen in een orde van grootte van zeker meer dan een miljard.
Het is het gevaar dat onderwijs altijd bedreigt: iedereen vindt het nuttig en mooi, maar investeringen die je doet renderen op termijn, nooit binnen drie of vier jaar. Dus elk kabinet dat investeert in onderwijs doet het voor zijn opvolgers. Dat is minder populair dan voor je eigen roem en glorie investeren. Daar lijdt het onderwijs onder. Onderwijs heeft geen vijanden, maar echte vrienden zijn soms moeilijk te vinden.”
Is dat niet zuur, want uw adviesrapport Leerkracht ademde juist de geest van een langetermijnvisie?
“Natuurlijk is dat frustrerend. Dat is het noodlot van dit soort commissies. Alles wat achter de politieke horizon moet gebeuren is ingewikkeld, dat geldt niet alleen voor onderwijs. De waan en de zorgen van de dag zijn dominant. Natuurlijk zegt niemand: Ach onderwijs, laat ook maar. Dat zou helemaal schandelijk zijn. Maar de vraag is natuurlijk: Hoeveel is het je waard? En dan wordt het lastiger.”
U zegt: Het zou ons meer waard moeten zijn. Spreekt hier de econoom of het D66-lid?
“De betrokken burger, zou ik zeggen. Vanuit die rol, met de kennis die ik heb over wat investeringen in onderwijs opleveren. En wie twijfelt: kijk naar de landen om ons heen die investeren in onderwijs en er ook plezier van hebben.”

{kader 1}
Wat is er gebeurd met de adviezen van de commissie Leerkracht?

Een betere beloning --
Om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken was een substantiële verbetering van de salarissen nodig. Het leraarsberoep concurreert immers met andere hoger opgeleiden, concludeerde de commissie, maar hun salarissen liepen fors achter bij andere beroepen. Bijna een miljard uitgetrokken voor verbetering. Door de nullijn, een bezuiniging van 1,5 miljard euro, is die stap verdampt.

Een sterker beroep ++
Sinds de invoering in 2008 hebben 33 duizend leraren van de Lerarenbeurs gebruik gemaakt, een succesvolle maatregel. Komend jaar worden er vanwege een hoger budget rond de zesduizend nieuwe beurzen toegekend. Daarnaast is er eind 2012 een start gemaakt met het Lerarenregister, tot nu toe heeft ongeveer 5 procent zich geregistreerd.

Een professionelere school ±
Met het invoeren van de functiemix is het personeelsbeleid van scholen verbeterd, op de meeste scholen worden nu jaarlijks functioneringsgesprekken gevoerd. Dat schommelt tussen de 75 (vo) en 84 (po) procent. Een stap vooruit, maar eigenlijk zou dat 100 procent moeten zijn. Het aantal onbevoegde docenten is niet gedaald.

{kader 2}
Functiemix voortgezet onderwijs stagneert

De functiemix, de doorstroom naar hogere schalen, die is voortgekomen uit het Convenant Leerkracht, stagneert vooral in het voortgezet onderwijs. Na een vlotte start heeft afgelopen jaar slechts een handjevol scholen daar werk van gemaakt. Op de meeste middelbare scholen bleef iedereen min of meer zitten in de schaal waar hij zat of daalde het aantal beter betaalde docenten. In het basisonderwijs, dat later aan de functiemix begon, is afgelopen jaar wel een flinke stap gemaakt, maar de doelstelling van 40 procent in schaal-LB is nog een flinke inspanning.

Ontwikkeling functiemix basisonderwijs
2011 2012 verschil doelstelling 2014
LA 86% 82% -4% 58%
LB 14% 18% +4% 40%
LC 0% 0% = 2%

Ontwikkeling functiemix voortgezet onderwijs X
2011 2012 verschil doelstelling 2014
LB 49% 48% -1% 33%
LC 31% 32% +1% 28%
LD 20% 20% = 29%

{Kader 3}
Lerarenbeurs grootste succes commissie Leerkracht!

Unaniem zijn ze, oud-leden van de commissie die het rapport Leerkracht samenstelde. De Lerarenbeurs is het grootste succes van het advies. “Het heeft veel mensen geholpen zich verder te ontwikkelen en te verdiepen”, constateert Floor ter Wal, toen lerares basisonderwijs, nu rayonbestuurder bij de AOb. Maar de commissieleden van destijds zien ook problemen.
Doordat er minder wordt ‘gepolderd’ loopt de uitvoering van het Actieplan Leerkracht averij op, schrijft hoogleraar onderwijssociologie Marc Vermeulen in een recente evaluatie. Het optimistische klimaat is veranderd door de crisis én de opstelling van de politiek. Zo maken kabinetten in bestuursakkoorden met de werkgevers afspraken over kwaliteit en professionalisering, zonder dat de bonden daarbij een rol bij spelen. Dat was niet de opzet van de nieuwe koers van het rapport, waarin de leraar centraal zou staan in het onderwijsbeleid.
Harry Frantzen – toen directeur van een middelbare school, nu directeur van de lerarenopleidingen in Zwolle – beaamt dat. De Stichting van het Onderwijs, bedoeld als krachtig lobby-instrument voor het onderwijs, is nog niet uit de verf gekomen. “Nog steeds zijn er veel partijen die vanuit hun eigen belang de politiek of ministerie bewerken.” Van Ter Wal mag het Lerarenregister meer aandacht krijgen. “De winstpunten die hier in zitten voor de individuele leerkracht moeten bekender worden.”

{biootje - fotobijschrift}
@B1:Alexander Rinnooy Kan (63) is sinds kort hoogleraar economie en bedrijfskunde bij de Universiteit van Amsterdam. Van 2006 tot en met 2012 was hij voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Daarvoor onder meer voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW en topman bij ING. Rinnooy Kan is lid van D66.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.