• blad nr 13
  • 7-9-2013
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

De verarming van de leraar

In september verschijnt de begroting. Begin oktober presenteert minister Jet Bussemaker haar lerarenagenda. En ik denk dat we ons zorgen moeten maken.
Het kabinet verlengt waarschijnlijk de bevriezing van de lonen. De minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, haalt op de website ScienceGuide bovendien uit naar oudere leraren. Volgens hem zijn hun arbeidsvoorwaarden ‘gekroond’. Dat belemmert jonge leraren. Pamperen van senioren moet daarom ophouden. Pas daarna is hij bereid tot het vrijmaken van eerder beloofde investeringen. Begin oktober komt dan Bussemaker. Zij eist betere leraren. Beter staat voor professionalisering, peer review, registratie. En meer van dat jargon uit de ivoren toren.
Zet het achter elkaar. Verlaging van de koopkracht, grotere groepen en meer lesuren, vanwege de krimpende schoolbudgetten en daarbovenop meer professionaliseren. Ook door oudere leraren, die meer gaan werken. En dat zou dan goed zijn voor jonge leraren. Jonge leraren die nu al geen uren hebben. Inderdaad, een beetje wereldvreemd. Erger is, dit staat niet op zich. Al dertig jaar is harder werken voor minder geld het devies.
Kijk maar mee. Na de oorlog, in jaren vijftig van de vorige eeuw, is iedereen arm. Maar in de jaren zestig breekt de wederopbouw door. In 1963 verbetert minister Edzo Toxopeus de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Leraren maken hun grote sprong voorwaarts. Met name degene die zich ontwikkelt. Want beloning en opleiding zijn met elkaar verbonden. Leraar is een aantrekkelijk beroep. Eind jaren zeventig maken gigantische financieringstekorten een einde aan een overheid die leuke dingen doet voor de mensen. Begin jaren tachtig gaan de lonen zelfs omlaag. De koppeling met de opleiding verdwijnt. Bij economisch herstel volgen generieke loonsverhogingen. Maar wel op afstand en met vertraging. De killer zit hem echter in de budgetuitbreiding ten behoeve van vernieuwing en kwaliteit. De klas en zijn leraar doen niet mee. Deskundigen, bestuurders en middenkader krijgen geld om van boven naar beneden te roepen hoe dat moet, beter lesgeven. Dat is goedkoper dan alle leraren beter betalen of klassen verkleinen. En ja, ik hoor je al zeggen, dat miljard van Ronald Plasterk, uit 2008, dat gaat toch naar ons? Klopt, gedeeltelijk. Vergelijk het met een weeshuis. De kinderen zijn ondervoed. Lopen in vodden. Stinken. De notabelen van de plaatselijke Rotary geven de afhaalchinees de opdracht wekelijks een rijsttafel af te leveren. Tegen de honger. Jij weet ook hoe dat werkt. Eerst vullen de leidinggevenden hun borden, dan volgen de wezen met de grote bek en de rest krijgt droge rijst. Een dag later is alles weer even treurig als voorheen.
Het is niet anders, de leraar verarmt. En dat is niet handig. In de tijd van de wederopbouw kregen vrouwen kinderen. Aan de lopende band. Die bevolkingsgroei bracht welvaart. Nu krimpt de beroepsbevolking. De welvaart komt uit de kwaliteit van mensen. Precies dat maakt onderwijs zo belangrijk. Bovendien, we weten, op school leren kinderen het meest van hoogopgeleide leraren. Daarom, bevries de salarissen voor ambtelijk werk, beloon het lesgeven marktconform, op basis van opleiding. En die professionalisering? Die komt dan vanzelf.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.