• blad nr 16
  • 16-9-2000
  • auteur . Lachesis 
  • Column

 

Onderwijsdag

Op woensdag 6 september deed het bestuur van het openbaar primair onderwijs hier ter plaatse iets dat het nog nooit eerder had gedaan: het sloot alle scholen in de stad en de omliggende dorpen, huurde de schouwburg af en nodigde alle personeelsleden uit om kennis te nemen van zijn nieuwe personeelsbeleid. De voorzitter van de bestuurscommissie benadrukte in zijn openingswoord dat het die dag vooral om het Œwijgevoel¹ zou gaan. Per slot straalde ons onderwijs veel kwaliteit uit. Om mij heen waren vooral de dames al druk doende dit wijgevoel in praktijk te brengen want de laatste roddels vlogen mij om de oren. ³Jeetje, wat is Marjan dik geworden, zeg.² ³Wist je dat Jan bij zijn vrouw weg was?² Het viel niet mee om tussen al deze saillante nieuwtjes ­ ik ben tenslotte zelf ook een dame ­ de inleidende woorden van de directeur van het openbaar primair onderwijs te horen.
De directeur betreurde ons lot. U vergrijst, constateerde hij droevig alsof ik er niet patent uitzag met mijn spoeling. Uw ziekteverzuim neemt toe, vervolgde hij, de leerlingen vragen steeds meer van u, de ouders ook. U begint een schaars artikel te worden. De prognoses zijn somber. De kwaliteit van het onderwijs komt op deze manier in gevaar. Het is dan ook van groot belang dat er een cultuuromslag komt en er een goed personeelsbeleid wordt gevoerd. Dit bestuur heeft de ambitie om te zorgen dat u blijft. Wij willen u met zorg en aandacht omringen. Na deze woorden overhandigde hij het Personeelsbeleidsplan officieel aan het jongste personeelslid in de zaal. Er werd niet bij gezegd hoe jong dit personeelslid was. Zo rond de 35, vrees ik.
Dit wordt een leuk dagje, constateerde ik vergenoegd, terwijl ik mij vooroverboog om nog een leuk nieuwtje over P. te vernemen. Ik had buiten de gastspreker gerekend: een algemeen directeur van een besturenorganisatie. Zijn betoog startte onschuldig. Hij feliciteerde ons met ons nieuwe elan. Vond dat het personeelsplan van respect getuigde. Benadrukte dat het van belang was dat onderwijs weer op de politieke agenda stond en repte nog iets over grondkaders, het effectueren van beleid, het focussen op vragen en het ontwikkelen van visies. Ik raak immer wat versuft van zoveel theoretische pracht en praal, dus het duurde even voordat ik doorhad dat de toon langzamerhand veranderde. Plotseling was er sprake van een verbeterproces. Leerkrachten moesten zich verbeteren. Zij moesten nog beter vormgeven aan nog beter onderwijs. Het elan dat er al was moest nog versterkt worden. Want Œniet bij u maar elders¹, grapte de algemeen directeur, werkten leerkrachten nog te veel op eilandjes. Niet bij u maar elders¹, schmierde hij voort, deugde de vergadercultuur maar amper. ŒNiet bij u maar elders¹, grinnikte hij opnieuw, ontbreekt het velen aan een visie. Alle vooroordelen over onderwijzers werden in één adem over het voetlicht gebracht. Alle respect waarvan het Personeelsbeleidsplan wilde getuigen, werd in één klap tenietgedaan. Als men in hoge bestuurslagen werkelijk op respectvolle wijze en met nieuw elan met leerkrachten om wil gaan, als men werkelijk de beeldvorming rond dit beroep aantrekkelijker wil maken, dan zal men toch moeten beginnen met dit geschamper achterwege te laten.
Na de ochtendpauze was het tijd voor de workshops. Er waren er vijf. Taakbeleid. Functioneringsgesprekken. Mobiliteit. Zelf sturen in je loopbaan. De veranderende rol van de leerkracht. Een onderwerpkeuze die vooral de brillen van leidinggevenden deed beslaan. Een lesboerinnetje als ik had toch ook graag wat met dyslexie, autisme of filosoferen met kinderen gedaan. Maar ach.

In de workshop Zelf sturen in je loopbaan werd toegelicht dat iedere loopbaan een uithoudingsvermogen van zo¹n vijf tot zeven jaar heeft. Daarna was de rek eruit. Na het verlopen van die termijn kwam er onherroepelijk een kriebel opzetten.
De workshopleider hield ons voor dat niet alleen de schoolorganisatie verantwoordelijk was voor het aanbieden van nieuwe perspectieven maar ook wijzelf. Restte alleen nog de vraag hoe. Vanaf dat punt stokte de workshop ietwat. Vanaf dat punt werd het allemaal wat wazig. De workshopleider was echter niet voor een gat te vangen en nam zijn toevlucht tot een wel zeer onorthodox middel: het laten geschieden van een wonder. Hij liet de aanwezigen met gesloten ogen in een denkbeeldige lift stappen. Eenmaal bovengekomen zouden zij hun leven vanuit vogelperspectief aanschouwen. Hetgeen zij zagen was hun toekomst. Collega A. was de rest van de dag ernstig in de war.
Zij had namelijk helemaal niets gezien.
In de workshop De veranderende rol van de leerkracht werd de deelnemers gevraagd hun succeservaringen met elkaar te delen. Sommigen moesten daarbij heel diep nadenken. Niet zozeer omdat ze geen succeservaringen hadden maar niemand had hun daar ooit eerder naar gevraagd. Bij het gezamenlijk vaststellen van de bepalende condities voor het geven van Œgoed onderwijs¹ was iedereen het snel eens: tijd, ruimte, geld, plezier, respect, uitstraling, sfeer, vertrouwen, veiligheid. Sommige aanwezigen werden daar wat kriegel van. Konden we het er eens niet over hebben wat al deze prachtige condities in de weg stond? Nee, dat kon niet. Vandaag stond geen enkel beletsel ons in de weg. En morgen? Morgen gaan we natuurlijk implementeren¹.

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.