- blad nr 11
- 8-6-2013
- auteur J. van Aken
- Redactioneel
Werken op een internationale school is een verrijking
In eerste instantie is het een gekke gewaarwording om alleen Duits, Indonesisch of Engels om je heen te horen op een school in Nederland. Al is het voor Den Haag als internationale (onderwijs)stad ook weer niet zo vreemd. Er zijn zeven internationale scholen voor basis- en voortgezet onderwijs en daarnaast een aantal ambassadescholen, met in totaal ongeveer 8000 leerlingen.
Voor de gemeente Den Haag zijn de internationale scholen van groot belang vanwege de aanwezigheid van veel internationale instellingen, bedrijven en organisaties. “De expats verdienen een warme ontvangst. Daar hoort een gevarieerd aanbod aan internationaal (georiënteerd) onderwijs bij”, vindt Ingrid van Engelshoven, wethouder van onderwijs. De gemeente stimuleert ook de internationalisering van het Nederlandse onderwijs. Van Engelshoven: “Denk aan het tweetalig onderwijsaanbod, het verwerken van het profiel van de stad ‘Vrede en Recht’ in de lesstof, het mede mogelijk maken van uitwisselingen en aandacht voor wereldburgerschap.”
Het Onderwijsblad
bezocht drie internationale scholen. Een kleine school is de Sekolah Indonesia Nederland in Wassenaar met 55 leerlingen, een grote is de American School of The Hague in Wassenaar met 1170 leerlingen. De Deutsche Internationale Schule Den Haag zit daar tussenin met 300 leerlingen. In lesgeven op een internationale school zitten overeenkomsten: de scholen hebben kleinere klassen, de leerlingpopulatie wisselt regelmatig en dat vraagt om flexibiliteit en aanpassingsvermogen van leraren.
Deutsche Internationale Schule Den Haag
‘Mijn paspoort is Duits, mijn hart is Nederlands’
Docent Nederlands Friederike Tiemersma spreekt nagenoeg accentloos Nederlands. Wat de indruk wekt dat ze ook Nederlandse is. Maar waarom studeerde ze dan Nederlands in Münster? “Omdat ik Duitse ben en daar woonde”, verklaart ze lachend. “Mijn paspoort is Duits, maar mijn hart is Nederlands.” Op de Deutsche Internationale Schule in Den Haag kan ze haar paspoort en hart verenigen. “Ik ben heel enthousiast over de Nederlandse taal en het land. Ik wil Duitsers graag Nederlands als tweede taal leren en hen wat bijbrengen over het gastland. Ik wil nooit meer weg uit Den Haag, ik wil hier sterven”, zegt ze stellig.
Alle leerlingen op school leren Nederlands en als Duitse kan Tiemersma heel specifiek ingaan op taalverschillen. “Veel woorden lijken op elkaar en de zinsbouw is bijna hetzelfde, terwijl Engelsen die Nederlands leren, zinnen vaak door elkaar gooien. Jonge kinderen begrijpen binnen een half jaar wat je zegt.”
Een deel van de leraren is, zoals Tiemersma, in dienst bij de Deutsche Internationale Schule zelf. Daarnaast krijgt de school jaarlijks tien docenten uit Duitsland toegewezen en betaald door de Duitse overheid. Docent Duits en wiskunde Tobias Zweifel - voor het tweede jaar in Nederland - is een van hen. “Ik wilde wat nieuws en wat van de wereld zien. Werken op een internationale school is een verrijking. De verschillende culturen maken het interessant”, vindt hij.
De school heeft ruim 300 leerlingen voor basis- en voortgezet onderwijs van dertig verschillende nationaliteiten. Vanzelfsprekend vormen Duitse kinderen de grootste groep en voor de andere leerlingen geldt dat ze meestal één Duitse ouder hebben. Al zijn er bijvoorbeeld Spaanse ouders die bewust voor de school kiezen omdat het Duitse onderwijs goed bekend staat. “De kwaliteit van de opleiding is hoog”, zegt Zweifel zelfbewust. Bildung
, te vertalen als zelfontplooiing of algemene vorming, speelt een belangrijke rol in het Duitse onderwijs. “Leerlingen worden breed opgeleid. Ze hebben tot en met de vierde klas een uitgebreid vakkenpakket, waarbinnen hoge kwaliteit gevraagd wordt”, vult Tiemersma aan.
Door het Duitse curriculum kunnen kinderen makkelijk de overstap naar een school in Duitsland of een van de andere 140 Duitse internationale scholen maken. Gemiddeld blijven leerlingen drie à vier jaar op de school. Het brengt ook tussentijdse instroom met zich mee. “In klas 3 (groep 5) kregen we vier nieuwe leerlingen binnen het schooljaar. Je went eraan”, merkt Tiemersma. Bij binnenkomst wordt bekeken voor welke vakken kinderen extra hulp nodig hebben. “We geven bijles en extra huiswerk. In één tot twee maanden zijn leerlingen meestal weer op niveau”, legt Zweifel uit. “Leerlingen die geen of onvoldoende Duits spreken, krijgen een stoomcursus”, vertelt Tiemersma. “Ze krijgen geen cijfers voor Duits tot ze het niveau van de andere kinderen in de klas bereikt hebben.”
Waarom geven ze de voorkeur aan deze school boven een school in Duitsland of een Nederlandse school? Zweifel: “Het is interessant dat we op veel meer verschillende niveaus lesgeven doordat leerlingen op andere momenten instromen. Daarnaast pas je elk jaar je lessen aan, dat houdt het afwisselend.” Tiemersma vindt een groot verschil dat ze niet vastzit aan een methode. “In het curriculum staan de onderwerpen; hoe je die behandelt, daar ben je vrij in.”
Ze woonde een tijdje in Leiden en nu in Den Haag. “Het internationale karakter van de stad trok me. Je hoort verschillende talen op straat en in het Statenkwartier (waar ambassades, internationale organisaties en de school gevestigd zijn, red.) is het helemaal extreem. Ik gaf leerlingen de opdracht Nederlanders op straat te interviewen. Bij terugkomst zeiden ze dat de meeste mensen die ze aanspraken buitenlanders waren”, lacht ze.
Sekolah Indonesia Nederland in Wassenaar
‘Je kunt jezelf zijn en er is nergens haast bij’
Een grote, monumentale villa vormt het onderkomen van de Sekolah Indonesia Nederland in Wassenaar. De school telt 55 leerlingen voor zowel basis- als voortgezet onderwijs en leidt op tot havo/vwo-niveau. Djena Roehoeputy werkt sinds twee jaar op de school als docent NT2, Engels, Duits, Frans en Arabisch. “We geven les in het Indonesisch en Engels en daarnaast is Nederlands als tweede taal een verplicht vak. Leerlingen doen daar staatsexamen in en 95 procent slaagt.” Een vol lesprogramma, bevestigt ze. “Dat is goed voor ze, dan hebben ze geen tijd om te gamen”, grapt ze. Hiervoor was ze onder meer gastdocent bij roc Zadkine in Rotterdam. “Het is heerlijk om hier te werken. Je kunt jezelf zijn en er is nergens haast bij. Van bovenaf word je met rust gelaten, waardoor je je gang kunt gaan zolang het doel maar bereikt wordt.”
De enige Indonesische school in West-Europa trekt leerlingen uit heel Europa. Twintig kinderen verblijven daarom in het nabijgelegen internaat. Een van hen is Royyan Abdullah Dzatiy (16) wiens vader diplomaat in Italië is. Tot anderhalf jaar geleden woonde hij in Indonesië. “Ik wilde een diploma aan een Indonesische school halen. Dit is de dichtstbijzijnde vanuit Italië”, verklaart hij zijn keuze. Hij mist zijn ouders erg. “Maar we zijn hier een grote familie. Het is nooit saai.”
Diplomaten worden nogal eens overgeplaatst, waardoor de leerlingpopulatie met enige regelmaat wisselt. Roehoeputy: “Omdat in een klas maximaal acht leerlingen zitten, kunnen we op drie niveaus Nederlands aanbieden en Frans op twee levels. Gaan leerlingen hierna naar Zwitserland dan krijgen ze meer Frans en Duits, blijven ze hier dan uiteraard meer Nederlands.”
De financiering komt grotendeels van de Indonesische ambassade. “De school is ooit opgericht voor kinderen van het ambassadepersoneel”, weet Roehoeputy. Inmiddels zijn er ook veel kinderen met een Nederlandse achtergrond, waarbij een voorwaarde is dat ze Indonesische (groot)ouders hebben. “Zij komen uit interesse in de Indonesische cultuur”, vertelt ze. Zoals Kevin (16) die eerst een half jaar op een Nederlandse havo/vwo-school zat. “Hier leer je meer over de cultuur waar je vandaan komt en bovendien wil ik later misschien in Indonesië gaan studeren.”
Directeur Budi Rianto is op het moment van het gesprek pas drie weken in Nederland, waar hij drie jaar zal blijven. “Ik heb er jaren van gedroomd naar Nederland te komen, de selectieprocedure duurde twee jaar.” Hij wilde graag de West-Europese cultuur zien. “Er is al een lange relatie met Nederland”, refereert hij aan de voormalige koloniale verhoudingen. “Los van de negatieve kant, profiteerde Indonesië daar ook van. De gebouwen zijn bijvoorbeeld van hoge kwaliteit dankzij Nederlandse architecten en we kopieerden het schoolsysteem.”
De Sekolah Indonesia volgt het Indonesische curriculum. Een belangrijke rol is weggelegd voor Pancasila, de filosofische grondslag van Indonesië die vijf zuilen beslaat. “De eerste zuil is het geloof in god, alle Indonesiërs horen in een god te geloven. We leren onze leerlingen volgens hun geloof te leven”, legt Rianto uit. Niet per se de islam. Voor christelijke leerlingen is er een dominee verbonden aan de school. Er is op school een gebedsruimte en de kinderen krijgen wekelijks twee uur godsdienst.
Ook heeft de school etiquetteregels. Vriendelijkheid, discipline, zelfredzaamheid en gehoorzaamheid zijn belangrijk. Respect voor leerkrachten is een must. “Respect toont een leerling door te luisteren naar wat de leerkracht zegt en vraagt en door beleefd antwoord te geven”, zegt Rianto. Voor Kevin was de cultuur in het begin wennen. “Sommige zaken, zoals relaties, praat je niet over.” Ook uiten Nederlanders zich sneller, merkt hij. “Iemand zegt het meteen als hij het ergens niet mee eens is”, zegt Kevin. “Indonesiërs zijn niet zo spontaan”, vult zijn docent lachend aan.
American School of The Hague
‘Ik wilde wat van de wereld zien’
Docent Ryan Davidson geeft psychologie aan grade 11, het laatste jaar voor het examen. Hij wijst de 16/17-jarige leerlingen in zijn klas aan: “Brits, Nieuw-Zeelands, Duits, Noors, Australisch, Indiaas en Hongkongs. Het is echt een mix van leerlingen en dat is onderdeel van het werkplezier.” Leerlingen die naar een internationale school komen, hebben volgens hem meer interesse in de verschillende delen van de wereld. “Ze zijn gemotiveerd om de wereld te verbeteren. Het leraarschap heeft zijn stressvolle tijden, maar dat maakt het een lonende ervaring.” Voor de Amerikaan drie jaar geleden naar de school in Wassenaar kwam, werkte hij onder meer drie jaar op een Amerikaanse school in Mexico City. “Ik was altijd al geïnteresseerd om naar het buitenland te gaan en naar Mexico ging ik voor het eerst de grens over”, zegt hij.
Tweeënzeventig vlaggen in de hal van de American School of The Hague vertegenwoordigen evenzoveel nationaliteiten. De ruim 1170 leerlingen voor basis- en voortgezet onderwijs zijn met 29 procent grotendeels afkomstig uit de VS, 12 procent is Nederlands en dankzij het hoofdkantoor van Ikea complementeert Zweden de top drie met 6 procent. De andere 69 nationaliteiten zijn te danken aan de wisselende werkplekken van ouders die veelal voor internationale bedrijven en organisaties of als diplomaat werken. “Als je in het buitenland op een Amerikaanse school zit, ligt het voor de hand om daar elders ook voor te kiezen”, verklaart Gert-Jan de Jong, docent Nederlands.
De Jong houdt er een internationale loopbaan op na. Hij werkte op een Duits-Spaanse school in San Sebastian en op een internationale Nederlandse school in Oman voor hij elf jaar geleden op de American School begon. “Ik wilde wat van de wereld zien”, licht hij zijn loopbaankeuze toe. Duitsers zijn wat hiërarchischer ingesteld en Spanjaarden zijn wat ongedwongener, merkte hij. “Bij een verjaardag in Spanje kwam er in de middagpauze een fles champagne op tafel.”
Na twee jaar in de hitte van Oman wilde hij terug naar Nederland. Op de American School zette hij samen met een collega de sectie Nederlands op. De school heeft twee stromen voor Nederlands: als vreemde taal en voor leerlingen voor wie Nederlands de moedertaal is. De Jong geeft vooral aan laatstgenoemden les. “Ik stel het programma samen en zoek daar eigen materiaal bij. Dat is veel werk”, zegt hij wijzend op een grote stapel papier op zijn bureau. Daar staat tegenover dat hij meer verdient dan een leraar op een Nederlandse school en dat de klassen van rond de vijftien leerlingen kleiner zijn. “En ik heb nooit ordeproblemen. Het valt me op dat Nederlandstalige leerlingen vrijer in de omgang zijn. Ze houden ervan de discussie op gang te brengen.”
In het Amerikaanse curriculum staat sporten hoog in het vaandel, kunstvakken spelen een belangrijke rol en is er een eigen theater met 450 stoelen. Davidson: “Het onderwijs is er sterk op gericht dat studenten leren zichzelf te motiveren, vertrouwen hebben in hun eigen kwaliteiten en in principe leiden we op tot de universiteit.”
De leerlingpopulatie op een internationale school wisselt vaker dan op andere scholen door verhuizingen van ouders. Davidson: “Het is erg zeldzaam dat iemand hier van basisschool tot high school zit. De taalbeheersing van leerlingen verschilt en dat betekent dat je op verschillende niveaus lesgeeft.” Het brengt instroom van nieuwe leerlingen mee, soms midden in een schooljaar. “We hebben een flexibel systeem en bieden maatwerk”, vertelt De Jong. Sinds hij terug is in Nederland merkt hij dagelijks het internationale karakter van Den Haag. “Je zit in de tram en hoort Pools, je rijdt voorbij ambassades en je ziet het aan het publiek.”