- blad nr 11
- 8-6-2013
- auteur . Overige
- Redactioneel
Hoe maak je van de schooltuin een succes?
Tekst Mandy Pijl
Succesfactor 1
Ouderanimo
Zonder de natuurouders van montessorischool l’Ambiente in Deventer was er waarschijnlijk helemaal geen schooltuin geweest voor de kinderen. “Leerkrachten hebben helemaal geen tijd om een beleidsplan te schrijven of overleg te voeren met de gemeente.”
Na twee weken meivakantie gaan de gecombineerde groepen 3, 4 en 5 van l’Ambiente, locatie Andriessenplein, weer aan de slag in hun schooltuinen op De Ulebelt, centrum voor natuur- en milieueducatie. Onder leiding van meester Jans worden de streepsjesbiet en rucola gezaaid. En er moet veel worden gewied.
Een sporenpad, lessen over bodem- en waterdiertjes - als natuurouder van de school organiseerde Herma Machiavello met andere ouders natuurprojecten voor de middenbouw. Tot ze bedachten dat ze eigenlijk nog wel veel meer wilden doen om kinderen in contact te brengen met de natuur. Ze wilden dat er een schooltuin kwam. “Zeker op school leven kinderen in een versteende omgeving. Er is een gebouw, een schoolplein met een hek eromheen en als het meezit staan er op dat plein een paar bomen. Intussen zijn juist kinderen bezorgd om de aarde. Ze willen graag iets doen om de aarde te redden”, vertelt Machiavello. “Juist in een schooltuin leren kinderen hoe ze zorg kunnen dragen voor hun leefomgeving.”
Ze krijgt bijval van Stijn van Dijk van De Ulebelt, die de groepen ondersteunt bij het werken in de tuin. “Ze drukken een zaadje in de grond en na vier weken komt er iets uit dat ze kunnen eten. Maar ze leren ook dat tuinieren meer is dan het in de grond drukken van een zaadje. Dat je een tuin moet bijhouden, ervoor moet zorgen.” Machiavello: “Kinderen zijn niet meer machteloos als ze zelf iets kunnen doen, als ze zelf de kracht van een enkel zaadje ervaren.”
Bij de realisering van de schooltuin kwamen de natuurouders heel wat hobbels tegen. Zo streken ze eerst neer in een woonwijk waar ze op weerstand van omwonenden stuitten die overlast vreesden door de komst van groepen schoolkinderen. Met subsidie van de gemeente en hulp van lokale ondernemers kon de Stichting Schooltuinen Deventer terecht op het terrein van stichting De Ulebelt.
Voor Machiavello is het vanzelfsprekend dat zij en de andere ouders de kar hebben getrokken en dat nog steeds doen. “Leerkrachten en ouders hebben elkaar nodig. Het zijn de leerkrachten die met de kinderen naar de tuin moeten om daar te gaan zaaien, wieden en oogsten. Maar leerkrachten hebben geen tijd om een beleidsplan te schrijven en overleg te voeren met de gemeente. Daar schuilt ook een les in die we onze kinderen hebben kunnen meegeven. Zij hebben van dichtbij meegemaakt dat als je echt iets wilt bereiken en je je daarvoor inzet, je samen ook echt iets voor elkaar kunt krijgen.”
Succesfactor 2
De plek
De prijswinnende tuin van montessorischool de Wildzang in Lelystad ligt pal naast het schoolgebouw. Na een paar stappen over de drempel staan de kinderen tussen de bloemen en gewassen.
Wieden, wieden en nog eens wieden, dat staat voor de leerlingen van de gecombineerde groep 3, 4, en 5 tijdens het laatste half uur op het programma. Waar vorig jaar de spinazie overdadig groeide, steekt nu vooral onkruid uit de grond. “Vermoedelijk zitten er voor spinazie nog maar weinig voedingsstoffen in de bodem”, zegt leerkracht Manuela Hartman Kok van de tuinwerkgroep. Tegen de kinderen: “O, jongens, het onkruid mag eruit, maar die regenworm moet er weer in. Die is juist belangrijk voor de grond.”
Jaren keek het team vanuit de teamkamer uit op de rommelige bosschages van een stukje ongebruikte buitenruimte aan de achterkant van het schoolgebouw. Tot het plan werd opgevat er een schooltuin van te maken. “Het hebben van een schooltuin hoort bij montessori-onderwijs, bij het kosmisch leren. Het leert kinderen bewust te worden van hun omgeving, het leert ze er op een andere manier naar te kijken.”
Dat er voor die tijd geen schooltuin was, zat hem volgens Hartman Kok in het ontbreken van een plek bij de school. “Een schooltuin moet voor alle kinderen bereikbaar zijn, ook voor kleuters. Fietsen naar een schooltuincomplex verderop is geen optie. Toen een paar jaar geleden het schoolplein moest worden herzien, was dat een mooie aanleiding om meteen een schooltuin aan te leggen waar ook zij zich konden verbazen over wat bloeit en groeit.” Samen met het heringerichte schoolplein won de schooltuin van de Wildzang, compleet met insectenhotel, plantenkas en snoepmuur voor vogels, in 2011 de landelijke prijsvraag voor Groene speelplekken.
Liep de tuin dan ook meteen op rolletjes, enkel door de geknipte locatie en de mooie inrichting? Hartman Kok bekent: “Met een schooltuin is het passen en meten in je schema. Het lesprogramma, het moeten presteren, het toetsen - het hijgt in je nek. Als ik eerlijk ben, ben ik blij dat het geruime tijd te slecht weer was om iets in de schooltuin te kunnen doen. Ook mis ik het ouderpaar dat we vorig jaar hadden en kinderen uit de klassen haalde om met ze in de tuin aan de slag te gaan.”
Maar: “Je leert door te doen. De locatie bepaalt het succes, maar ook het systeem dat je met elkaar afspreekt. We zijn destijds begonnen met een strak tijdschema waarin vaststond wie wanneer in de tuin bezig moest zijn. Iedereen had ook zijn eigen stukje tuin en vaststond welke gewassen er moesten worden geplant. Nu doen we dat anders. ’s Ochtends informeren we bij elkaar wie wanneer in de tuin is en iedereen bepaalt zelf wat hij erin zet. Gaandeweg leren we met elkaar de schooltuin behapbaar te houden.”
Succesfactor 3
De bevlogen gepensioneerde
Uit idealisme is hij drie dagen per week meester Ton in de school- en kindertuinen nabij jenaplanschool de Bijenkorf in Assendelft.
Op het volkstuincomplex achter de school is het oogsttijd. Kinderen trekken radijsjes uit de grond. “En dat, dat zijn meiknollen”, zegt Ton Smit tegen een meisje. “Die kunnen er ook uit.” Met zijn grote, door het werken in de grond gitzwart geworden handen trekt hij er een plantje uit.
“Sorry hoor”, verontschuldigt hij zich, terwijl hij in het naastgelegen tuintje stapt om een kind aanwijzingen te geven voor het planten van rode bietjes. “Het is toptijd.” Tegen de kinderen: “Jongens, als je klaar bent, maak het gereedschap schoon.”
Als de kinderen weer terug naar school zijn, vertelt hij dat zijn liefde voor de natuur en het milieu uit de jaren zestig stamt. “Ik was geen provo, maar hield me wel bezig met sommige provo-idealen. Er was welvaart, maar geen welzijn. Op sommige plaatsen vielen vogels uit de lucht door het gebruik van pesticiden in de landbouw. Ik wilde zonder die middelen verbouwen en doorgeven aan kinderen dat je je eigen eten kunt verbouwen op een manier die wel goed is voor de natuur en het milieu.”
Waar de schooltuinen er nu netjes bij liggen, stond het onkruid tot kniehoogte toen het team van de Bijenkorf hem vroeg of hij als verwoed tuinier de leiding van de schooltuinen op zich wilde nemen. Er was gebeurd waar schoolleider Guda Coers ook nu wel eens bang voor is. De toenmalige drijvende kracht achter de tuin, een enthousiaste gepensioneerde, was er vanwege zijn leeftijd mee gestopt.
“Als jenaplanschool hebben we voor de kinderen een rijk aanbod, en daar hoort natuur bij. Niet alleen via boeken, maar ook door het zelf te ervaren. Door ze groenten te laten verbouwen, die ze in kooklessen gebruiken voor een gerecht of die ze verkopen in de tuinwinkel. Maar wat als Ton wegvalt? Wie heeft zoveel liefde voor de natuur dat hij zoveel tijd aan de schooltuinen wil besteden, en op zo’n leuke manier? Pedagogisch gezien past hij helemaal in onze lijn. De manier waarop hij met kinderen omgaat en praat is de onze. Hij laat ze zelf ervaren en onderzoeken. Ze mogen fouten maken. Hij leidt niet, maar begeleidt.”
“Niet iedereen kan het, met kinderen werken”, beaamt Smit, die voor zijn pensioen werkzaam was als amanuensis en voordat hij met pensioen ging zijn bapo-dag gebruikte om in de schooltuin kinderen te begeleiden. “Door hun enthousiasme en leergierigheid vind ik het een leuk publiek. En zijn ze niet enthousiast, dan maak ik ze enthousiast. Dreigt het mis te gaan, haal ik ze met een grapje uit elkaar. Dat is een spel, en ik speel het graag. Ik laat ze zien dat je met elkaar iets teweeg kunt brengen, en dat dat niet lukt als je met elkaar loopt te klooien.”
{KADER}
Speciaal voor basisscholen ontwikkelde de Stichting Schooltuinen Deventer, een initiatief van ouders, een lespakket voor leerkrachten die willen tuinieren. Het pakket wordt digitaal aangeleverd en kost 125 euro. Meer informatie op www.schooltuinendeventer.nl