• blad nr 11
  • 8-6-2013
  • auteur R. Wisman 
  • hier & daar

 

Met een zoen van de meester

Geen buitenpauze, iedere dag een uur huiswerk en naar school op zaterdag. Naar school gaan in het Italiaanse Montefiore is bikkelen, maar daar staat wel drieënhalve maand zomervakantie tegenover.

In een oude uitzending van het televisieprogramma Ik vertrek is te zien hoe de zesjarige Mike, de oudste zoon van de familie Boerkamp uit Twello, zijn intrede maakt op de Italiaanse basisschool. Het was even slikken voor moeder Bionda: haar eerste kind, voor het eerst naar school, in een vreemd land met een taal die hij niet kent.
“De volgende dag was hij geaccepteerd door de klas”, blikt vader Alwin terug. “Hij werd omhelsd door zijn klasgenoten.” Ook de meester en de conciërge kusten hem de volgende dagen op zijn wang om hem te begroeten, vertelde Mike thuis. “Het hoort erbij in Italië”, zegt Alwin. “Ik doe dat inmiddels ook bij vrienden.” Zeven jaar geleden emigreerde het gezin naar Montefiore dell’Aso - een dorp met 2500 inwoners aan de Adriatische kust ter hoogte van Rome - om een vakantiebedrijf te starten.
De jongens waren 6, 4 en 2 jaar oud. Mike, de oudste, startte op de basisschool (scuola primaria). De jongste twee - Robbie en Jim - gingen naar de kleuterschool. Wat meteen opviel was dat Jim de enige peuter was die nog niet zindelijk was. Ook vonden de Italianen het merkwaardig dat de kinderen in het gezin zo kort na elkaar geboren zijn. “Hier zit standaard vijf tot zeven jaar tussen het eerste en tweede kind”, vertelt Alwin. “De meeste moeders werken fulltime en vinden dat veel te druk.”

Geen buitenpauze
Na de basisschool voor kinderen van 6 tot 10 jaar gaan de kinderen van 11 tot 14 jaar naar een driejarige brugklas, scuola media. Daarna is het tijd om een beroepskeuze te maken. Jim (9) zit inmiddels in de vierde van de scuola primaria, Robbie (11) en Mike (13) gaan naar de tweede en derde klas van de scuola media.
Op de basisschool hebben de kinderen vijf jaar lang dezelfde leerkracht. “De ouders vinden het een prettig idee dat de kinderen zich aan één leerkracht hechten”, aldus Alwin en Bionda. Jim overwogen ze een jaar later naar de basisschool te sturen, omdat hij nog ‘erg speels’ was, en een juf kreeg die daar weinig ruimte voor liet. Een jaar langer kleuteren was voor de juf echter geen optie, en in de Italiaanse cultuur ongebruikelijk. Ze lieten hem op school, en hij komt inmiddels prima mee.
De schoolweek telt zes dagen van 8.00 tot 13.00 uur. Op zaterdag naar school is normaal, en iedere dag minstens een uur huiswerk ook. De kinderen weten niet beter. Voor de jongens is het inmiddels zelfs normaal om gedurende schooltijd niet buiten te komen. De speeltuin naast school is iedere dag troosteloos leeg. Bionda: “Het heeft ermee te maken dat de school aansprakelijk is voor ongelukken die onder schooltijd gebeuren.” Ze zijn in gesprek met andere ouders om te kijken of ze zelf het toezicht in de pauze kunnen regelen.
De voorzieningen op de school zijn ouderwets: oude stoelen en tafeltjes, geen computers of digibord. Maar het niveau is pittig. Het rekenen gaat al op de scuola primaria richting de wiskunde. Ook is hier aandacht voor poëzie en Engels. Daarin blinken de drie jongens uit, vertelt Alwin trots. “Zij keken namelijk Dora the Explorer toen zij klein waren. De Italianen kijken alles nagesynchroniseerd.”

Extra school
De zomervakantie is met drieënhalve maand - van juni tot medio september - enorm lang. Maar rekende Alwin uit: “Daarnaast hebben ze alleen nog met kerst twee weken vrij. Alles bij elkaar gaan ze net zoveel uur naar school als kinderen in Nederland.”
De directeur biedt ieder schooljaar bovendien de mogelijkheid om het curriculum uit te breiden met twee middagen per week, maar “als er één ouder is die niet wil, gaat het niet door”. Alwin en Bionda stemden een paar keer tegen. “De jongens gaan al genoeg naar school. We vinden het belangrijk dat ze ook kunnen voetballen en spelen met vriendjes.”
Wat de ouders opvalt, is dat Italiaanse kinderen nog “respect hebben voor de leerkracht”. “Als de juf haar mond opentrekt, is de klas stil. Dat is gaaf om te zien”, vindt Alwin. Als voetbaltrainer geniet hij hetzelfde aanzien. “Alle kinderen voeren uit wat je instrueert. Dat was ik niet meer gewend.”
“Meesters en juffen noem je hier formeel maestro en maestra. In Nederland mag je ze met de voornaam aanspreken, waardoor ze aan status verliezen”, denkt hij. Ook artsen kennen die status, bleek toen ze met Jim op de spoedeisende hulp waren met een hoofdwond. “Een vraag stellen aan de dokter hoort niet. Dat wordt uitgelegd als een teken van wantrouwen.”
Na zeven jaar Italië gedragen Mike, Robbie en Jim zich als Italianen, zegt de moeder. “Lekker fysiek met elkaar, en vooral de oudste weet zich te gedragen als een echte charmeur.” De ouders denken niet dat ze ooit terugkeren naar Nederland. Het zonnige weer speelt een rol, maar ook de beroepswens van de jongens. Alwin, lachend: “Ze willen allemaal profvoetballer worden bij Juventus.”

Dit bericht delen:

© 2026 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.