- blad nr 11
- 8-6-2013
- auteur R. Sikkes
- Redactioneel
Waarom harder lopen dan nodig?
Samenhang in onderwijsbestel is volledig verdwenen
Bij de prijsuitreiking van de excellente scholen maakte staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker er begin dit jaar maar meteen een nieuw tijdperk van. ‘U zit in een voorhoede, u bent aanjagers van een beweging die we nodig hebben voor de omslag naar een cultuur, waarin excelleren de norm is in plaats van de uitzondering.’
Excellent is in. Op 13 juni praat de Tweede Kamer over excellente scholen. Want in Nederland zou de middelmaat regeren, heerst een zesjescultuur en wordt het niveau steeds lager. Dat moet anders. Scholen moeten excelleren.
De overheid verzint beleid, de markt speelt er gelijk op in. Op de redactie kwam een recensie-exemplaar binnen van het gespreksspel Uw school van goed naar excellent? Voor 25 euro kunt u zes slecht vormgegeven gekartonneerde kaarten kopen bij Expertis Onderwijsadviseurs. En daarmee een stapeltje open deuren. ‘De kaarten zijn een hulpmiddel om verbeterpunten op het spoor te komen’, kakelt de handleiding. En een reuze handige tip van de makers: ‘Start een teamoverleg of een bijeenkomst met een bespreking in kleine groepjes over één van de gesprekskaarten. De volgende keer kiest u een andere.’ Tja. Het zal even duren, maar zo worden we van goed echt geweldig!
Strenge normen
Betere schoolprestaties staan al jaren hoog op de politieke agenda. Er moest meer aandacht komen voor taal en rekenen. Daarna kwamen de leerlingvolgsystemen. Minister Marja van Bijsterveldt zette zwaar in op strenge normen bij de eindexamens. Met prestatiebeloning zouden we alleen de beste leraren overhouden. In bestuursakkoorden zijn afspraken gemaakt dat scholen de prestaties van hun leerlingen gaan opschroeven. Nederland moet weer in de top tien komen van best presterende landen op de internationale ranglijstjes. Gaat dat lukken?
{vet of zoiets}
1.Het excellentiebeleid zwalkt
Zegt de naam Meike Vernooy u nog iets? De briljante leerling werd met haar gemiddelde examencijfer van 9,6 drie keer uitgeloot voor de studie medicijnen. Met een beroep op de hardheidsclausule kwam het uiteindelijk toch voor elkaar. En omdat de kwestie tot veel publiciteit en maatschappelijk ongenoegen leidde, veranderde minister Ritzen de wet. Sinds 1999 wordt iedereen die een 8 of hoger haalt automatisch toegelaten bij de loting. Excellentie werd zo beloond.
Het eerste kabinet-Rutte zet in 2010 echter een warrige koers in. Ja, er komt een Actieplan beter presteren voor het onderwijs. Maar in het regeerakkoord kondigt het kabinet ook aan dat de numerus fixus binnen vijf jaar zal verdwijnen. Want er is ook een andere onderstroom. Door die keiharde loting zijn er nog heel veel gemotiveerde jongeren met minder dan een 8, die niet bij de studie van hun keuze terechtkomen. Terwijl onder de ingelote studenten allerlei jongeren zitten die ongemotiveerd na een jaar afhaken. Dat moet allemaal anders.
De laatste jaren gebruiken, aangespoord door de politiek, steeds meer hogescholen en universiteiten een eigen eisenpakket. Op tachtig plekken in het hoger onderwijs is een woud aan tijdrovende toelatingsprocedures ontstaan, die er allemaal anders uitzien. Bij de ene studie mixen ze de oude loting met de nieuwe eigen selectie. Bij de andere worden alle leerlingen na hun eindexamen nogmaals door de molen gehaald. Soms met een test, dan weer met een gesprek. De toelatingscriteria zijn vaak onduidelijk. De verwachting is dat vooral meisjes en kinderen van hoger opgeleiden ervan profiteren. En het is nog maar de vraag of de dan toegelaten jongeren het straks beter zullen doen.
Eindtoets
Datzelfde zwalkende proces zien we terug bij de eindtoets basisonderwijs. Neem Amsterdam, waar scholen in de jaren negentig geen gebruik maakten van een toets. Het gevolg was volgens wethouder Jaap van der Aa dat kinderen een te hoog advies kregen, wat te zien was aan de uitval in het voortgezet onderwijs in de hoofdstad. Hij kreeg stadsbrede invoering van de toets voor elkaar en de aandacht voor prestaties groeide. Zo kwam langzaam een pleidooi op gang voor verplichtstelling van de eindtoets.
Die verplichting komt er binnenkort. Maar er bestaat ook een krachtig tegengeluid. De eindtoets zou nu al te bepalend zijn ten opzichte van het oordeel van de leerkracht. Politieke conclusie: de eindtoets wordt verplicht maar op een later moment afgenomen, waardoor deze vermoedelijk nauwelijks meer een rol speelt bij de schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs. Nu al valt te voorspellen dat populaire scholen als categoriale gymnasia of het tweetalig onderwijs nieuwe normen en misschien wel eigen toetsen gaan gebruiken.
{vet of zoiets}
2.Met hoge prestaties valt niets te verdienen
Als bewijs voor onze zesjescultuur wordt steevast gewezen op de matige prestaties van onze bollebozen. Inderdaad, Nederland scoort internationaal goed omdat het basisniveau hier hoog ligt, maar we tellen weinig uitblinkers in het voortgezet onderwijs. Het aantal hoogpresteerders ligt substantieel onder dat van de landen in de top tien.
Kijken we naar het rijtje hoger scorende landen bij de Pisa-tests, dan wordt meteen duidelijk waarom. In vrijwel alle landen loont het om hogere cijfers te halen. Wie excelleert kan terecht op de beste universiteiten, voor de zesjes is alleen plaats op instellingen van de b-categorie. Soms gebeurt dat direct op basis van de eindexamencijfers uit het voortgezet onderwijs, soms indirect op basis van een toelatingstest zoals in Finland.
In Nederland is bij opleidingen waar niet hoeft te worden geloot, een 6 voldoende voor een toelatingsbewijs hoger onderwijs. Dus waarom zouden onze jongeren harder lopen dan nodig is? Je zou nog andere vormen van beloning kunnen bedenken. In de Verenigde Staten krijgen jongeren soms uit particuliere fondsen een beurs voor het peperdure onderwijs wanneer ze goed scoren. Die kant gaat het hier ook een beetje op, nu in het techniekpact onlangs is afgesproken dat de werkgevers duizend beurzen beschikbaar stellen voor technisch talent.
Pechvogels
Nu past zo’n prestatiecultuur, in China ook wel de examination hell genoemd, niet echt bij Nederland. Als gedachte-experiment: wie een 8 of hoger haalt gratis studeren? Met een staats- of een Philipsbeurs? Of met een Cito-score van 548 zonder loting een plek op het populaire gymnasium? Ziet u dat gebeuren?
{vet of zoiets}
3.Van doorstroomideologie naar één-kans-cultuur
In plaats van die prestatiecultuur kende het Nederlandse onderwijs jarenlang een redelijk werkende doorstroomideologie. Het begon met de Mammoetwet, een onderwijsstelsel waarin alle schoolsoorten via bruggetjes en overstapjes met elkaar verbonden waren. Laatbloeiers of pechvogels konden hun onderwijsniveau met hard werken verbeteren. En dat gebeurde. De overstap van mavo naar havo of van havo naar vwo werd druk gebruikt. In 1985 deed één op zeven havisten dat, nu is dat ongeveer één op de twintig. Na het mbo was een vervolgstudie in het hbo in sommige sectoren heel gebruikelijk. Een tweede studie volgen of switchen was betaalbaar.
Natuurlijk, sommige onderdelen van de Mammoetwet zijn niet van deze tijd. Zou er nog plek zijn voor een nieuwe moedermavo? Maar er is wel heel veel vertimmerd en verbouwd in ons onderwijsbestel. Voor jongeren is de weg omhoog, bedoeld en onbedoeld, vergeven van veel nieuwe barrières, zoals financiële belemmeringen of obstakels in de aansluiting.
Door de profielen in havo en vwo is de overstap vmbo-havo en havo-vwo een stuk lastiger geworden. Een tweede studie of een late switch is door het instellingscollegegeld dat opleidingen vragen nauwelijks op te brengen voor een individu. De deeltijdmarkt is daardoor ingestort. Het gevolg is dat alle jongeren zo hoog mogelijk insteken: ze hebben één kans. En dat kenmerkt het nieuwe tijdperk.
Zesjes
We zien dat terug in de doorstroomroutes. Was het vroeger normaal dat een havist met een 6 eerst naar de mts ging en dan naar de hts, nu kiezen jongeren met een havo-diploma massaal voor de hogeschool. Het keuzegedrag voor het hoger onderwijs laat hetzelfde zien: begon ooit de helft op de universiteit en ruim een kwart op de hogeschool, nu stoomt meer dan driekwart meteen door naar het wetenschappelijk onderwijs. Ook de zesjes die vroeger voor een hbo-studie kozen.
Deze één-kans-cultuur maakt dat jongeren proberen in één klap zo hoog mogelijk te komen, want herstel is lastig of onbetaalbaar. Op de hogescholen en universiteiten komen studenten binnen die vroeger via een omweg hun niveau hadden bijgespijkerd. Nu wordt geklaagd door docenten in het hoger onderwijs dat het niveau van de eerstejaars zo is gedaald. Ja, klopt, de instroom is veranderd, dus het instroomniveau ook.
{vet of zoiets}
4.De samenhang moet terug
De samenhang in het onderwijsbestel, die de Mammoetwet had bewerkstelligd, is volledig verdwenen. De zolder is verbouwd zonder te kijken of je daar vanaf de voordeur nog wel goed terecht kunt komen. Niemand lijkt zich nog om het bestel als geheel te bekommeren. Het bestuur van de verschillende sectoren is sinds de deregulering uitbesteed aan werkgeversorganisaties zoals de VO-raad en de PO-raad. Ook op het ministerie of bij politieke partijen lijkt al jarenlang weinig aandacht te bestaan voor een samenhangend onderwijsbestel waarbinnen laatbloeiers en pechvogels hun niveau kunnen bijspijkeren. Een bestel waarin vooruitgang wordt beloond met de reële mogelijkheid om een stap hoger te komen.
Voor een deel is dat verklaarbaar. Na discussies over middenschool en basisvorming bestaat in het onderwijsbeleid een grote allergie om ‘blauwdrukken’ op te leggen. In plaats daarvan bestoken ministers – ongeacht hun politieke kleur - het onderwijs met projectjes, plannetjes en veel papier. Plannen die tegen elkaar in werken, per kabinet wisselen, of alleen maar een papieren werkelijkheid creëren. Misschien is het een idee als Expertis Onderwijsadviseurs een gespreksspel ontwikkelen voor beleidsmakers zodat zij gaan praten over die samenhang in het onderwijsbestel. ‘Start een teamoverleg of een bijeenkomst met een bespreking in kleine groepjes over één van de gesprekskaarten. De volgende keer kiest u een andere.’ Of beter, zullen we deze discussie maar zelf beginnen?