- blad nr 11
- 8-6-2013
- auteur T. van Haperen
- Column
Op naar de epiloog
Mijn vader is al weer tien jaar dood, maar Levende Talen bestaat nog. Onlangs gaf deze beroepsvereniging opdracht voor een onderzoek. Een waardevol onderzoek. Wat is de kwestie? De hoogleraar Jaap Dronkers wijst op de afwijking in scores voor het centraal schriftelijk eindexamen en het schoolexamen. Die afwijking is schokkend omdat het centraal schriftelijk eindexamen steeds slechter wordt gemaakt. In het bijzonder op het vwo. Dat duidt op kwaliteitsdaling. Het ministerie kan hier niet omheen, maar denkt ook, kwaliteit, pfff... En dus krijgt de inspectie de opdracht schoolleiders aan te spreken. Vanaf 2009 is een afwijking van een half punt of meer een probleem. En dat is het, want schoolleiders zeggen nooit: ‘Hé, kom op, dit is verklaarbaar.’ Nee, ze leggen de hete kroket op het bord van de leraren. Die branden er hun bek maar aan.
Levende Talen laat het effect hiervan op lerarengedrag, werkplezier en leerrendement onderzoeken. De resultaten zijn schokkend. Het centraal schriftelijk examen in de talen toetst leesvaardigheid. Dat is wat telt. Dat wordt getraind. Steeds meer. Ook krijgt leesvaardigheid een grotere rol in het schoolexamen. Dit gaat ten koste van spreken, schrijven en vooral literatuur. Leraren houden de cijfers voor het schoolexamen bovendien kunstmatig laag. Hiermee handelen ze tegen hun professionele overtuiging. Bijna de helft heeft daardoor minder plezier in het werk. Taalbeheersing is namelijk meer, veel meer, dan gesloten vragen beantwoorden aan de hand van een opinieartikel uit een kwaliteitskrant. En omdat daar steeds meer lestijd in gaat zitten, daalt het leerrendement. De leerling met een negen voor zijn centraal schriftelijk Frans, schakelt in Parijs over op Engels als de ober op het terras iets terugzegt. En Arthur Rimbaud? Wie dat is? Die snelle rechtsbuiten van Paris Saint-Germain. Toch?
Vijftig jaar geleden, ik was er net, mijn vader werkte mee aan de ontwikkeling van multiplechoicetoetsen, die na de invoering van de Mammoetwet het centraal schriftelijk examen zouden worden. Hij kon haarfijn uitleggen dat dit slechts een onderdeel van zijn vak was. Een vak waar hij van hield. Een vak dat hij bijhield. Met saaie artikelen. Dat opportunistische politici geen zin hebben in lezen en verdieping, dat hun schoothondjes, inspectie en directie, blind uitvoeren - het zij zo. Maar structureel negeren van vakargumenten van duizenden leraren, die uit wanhoop dan maar een onderzoek doen, wat bevestigt wat zij al lang weten, ziehier weer een hoofdstuk in het inmiddels vuistdikke standaardwerk ‘het dedain jegens de Nederlandse leraar’. Het wordt onderhand eens tijd voor de epiloog.