• blad nr 10
  • 25-5-2013
  • auteur M. van Nieuwstadt 
  • Redactioneel

 

Programmeren als schoolvak

Het informatica-onderwijs is niet meer van deze tijd. Met programmeren als schoolvak zouden leerlingen ‘vaardigheden van de 21ste eeuw’ kunnen eigen maken. Zowel leerlingen als docenten zijn enthousiast, al blijkt het lesgeven pittig.

Bezoekers van de open dag van het Haagse Hofstad Lyceum konden begin dit jaar bij de ingang een app downloaden voor hun smartphone. Het programmaatje bood kinderen en ouders informatie over de school, de vakken en de ligging van de klaslokalen. Leerlingen uit 6-vwo ontwikkelden de app voor het telefoonbesturingssysteem Android een jaar geleden al. Een 3-vwo-leerling die ‘wat extra uitdaging’ nodig had, maakte de app in januari geschikt voor de iPhone. “Het werkt altijd heel enthousiasmerend als kinderen bij zo’n opdracht iets kunnen maken dat in de echte wereld gebruikt wordt”, zegt Martin Bruggink, voormalig docent informatica op het Hofstad Lyceum.
Kinderen leren programmeren staat in de belangstelling. De Nederlandse telecommunicatie- en computerbranche slaat al jarenlang alarm over het tekort aan programmeurs en andere computerspecialisten. Intussen is daar het vanuit Amerika overgewaaide pleidooi bijgekomen voor de ontwikkeling van ‘vaardigheden van de 21ste eeuw’. Die vaardigheden behelzen meer dan alleen het programmeren van een computer, maar het is wel een van de meest concrete aandachtspunten. Software schrijven, zou kinderen creatief maken, leren problemen te analyseren en logisch leren nadenken.
In een kritisch rapport over het informatica-onderwijs op Nederlandse scholen schreef de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) eind vorig jaar dat kinderen in de onderbouw van havo en vwo al kennis moeten maken met het programmeren. Misschien zelfs al op de basisschool. Ook voor de KNAW is het leren programmeren onderdeel van een groter geheel. Middelbare scholieren in de onderbouw moeten inzicht krijgen in computernetwerken, het gebruik van zoekmachines, cyberpesten, sociale netwerken en de manier waarop ze hun identiteit moeten beschermen op internet. In de bovenbouw moeten kinderen kennis kunnen maken met programmeertalen en zou informatica meer verweven moeten worden met andere vakken. Denk aan het analyseren van een roofdier-prooi populatie met een computermodel (profiel natuur en techniek) of het in kaart brengen van de partijen met tegengestelde belangen bij de invoering van het elektronisch patiëntendossier (profiel natuur en gezondheid).
Dit jaar werken de kinderen van het Haagse Hofland Lyceum aan een app die de lokale visboer Captain Jack kan gebruiken om zijn handelswaar te promoten. Bruggink: “Kinderen gaan enorm zelfstandig aan de slag. Er is een projectleider, de taken worden verdeeld en er wordt een planning gemaakt. In zo’n project kan elke leerling haar eigen rol kiezen. De een richt zich op programmeren, de ander meer op vormgeving of projectmanagement.”

Moeilijk
Volgens de KNAW zijn op het vlak van de informatica net zo goed leerlijnen nodig als voor taal en rekenen. Emeritus hoogleraar Bert Zwaneveld van de Open Universiteit, een van de auteurs van het rapport, erkent dat er geen systematisch onderzoek bestaat naar het effect van programmeren op de vaardigheden als analytisch of creatief denken. Wetenschappelijk onderzoek wijst juist uit dat het geven van goed programmeeronderwijs heel moeilijk is en van leerkrachten erg veel vraagt: “Wel bestaan er tegenwoordig allerlei relatief snel te leren, vrij eenvoudige programmeertalen die veel gebruikt worden in de klas.”
Bruggink werkte in Den Haag zes jaar lang met verschillende programmeertalen. Hij is er wel degelijk van overtuigd dat kinderen zich, door te programmeren, een nieuwe manier van denken eigen maken: “Wat dat betreft is het niet anders dan met het leren van wiskunde. Daar krijg je heldere, beperkte problemen voorgelegd met een eenduidige oplossing. Het antwoord is goed of fout. In de informatica krijg je juist opdrachten die aanvankelijk niet zo precies omschreven zijn. Je leert die problemen zo te omschrijven dat de computer ze kan oplossen. Daarvoor moet je problemen opdelen in stukjes. Je moet een algoritme schrijven: een stappenplan dat gestructureerd aangeeft hoe de computer aan de slag moet.”
Als voorbeeld noemt Bruggink de opdracht om een stoplicht te programmeren. “Dan moet je je eerst afvragen: Hé wat moet zo’n ding nu eigenlijk doen? Het moet veilig zijn, want twee mensen mogen niet tegelijk op het kruispunt aankomen. Maar voor dit probleem bestaat niet één enkele oplossing. Als je tien leerlingen zo’n ding laat maken dan krijg je tien verschillende oplossingen die best allemaal goed kunnen zijn. Met dat soort zaken krijg je later in een studie of baan ook te maken. Uitdagingen waarin je met een standaardrecept tot één goede oplossing kunt komen, zijn in de praktijk zeldzaam.”

Knoppencursus
Volgens het KNAW-rapport is het Nederlandse informatica-onderwijs ‘uit de tijd’. De Onderwijsinspectie typeerde het onderbouwvak informatiekunde jaren geleden als ‘een knoppencursus’ en sindsdien is er volgens de KNAW niet veel verbeterd. Het bovenbouwvak informatica is op middelbare scholen zeventien jaar lang niet veranderd. Nog maar 5 procent van de scholen biedt het vak aan. Sociale media en internet zijn geen onderdeel van het eindexamenprogramma, schrijft de KNAW en het onderwijs stijgt niet uit boven het gebruiken van eenvoudige functies in softwarepakketten. De inhoud van zowel het onderbouwvak informatiekunde als het bovenbouwvak informatica zou ingrijpend moeten worden omgegooid.
Tot op heden is met de conclusies niet veel gebeurd. “Je kunt misschien zeggen dat de discussie op gang komt”, zegt Bruggink, tegenwoordig werkzaam aan de eerstegraads lerarenopleiding voor informatici aan de Technische Universiteit Delft. “Concrete dingen zijn er niet gebeurd. De minister van Onderwijs zou toch op zijn minst kunnen bevestigen dat het hier inderdaad gaat om een belangrijk onderwerp.”
Het tekort aan goede leraren informatica is waarschijnlijk de belangrijkste drempel om het programmeren op middelbare scholen te stimuleren en het informatica-onderwijs te vernieuwen. Bruggink heeft de laatste jaren heel wat scholen bezocht. “Er is heel veel enthousiasme”, zegt hij. “Docenten steken veel tijd en energie in het vak. Maar het geven van goed informatica-onderwijs, zeker in de bovenbouw van het vwo, vergt wel heel specifieke vaardigheden. Net als in de andere bètavakken lukt het niet om voldoende gekwalificeerde mensen te vinden. We kunnen het probleem niet zo maar oplossen door bijvoorbeeld docenten maatschappijleer om te scholen tot eerstegraads docenten informatica. Ja, tenzij dat het enige alternatief is om te voorkomen dat het vak informatica helemaal uit de bovenbouw van middelbare scholen verdwijnt. Voor de onderbouw zou het snel omscholen van leraren uit andere vakgebieden misschien wel een oplossing kunnen zijn.”

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.