• blad nr 10
  • 25-5-2013
  • auteur A. Kersten 
  • Redactioneel

 

Waar gaan al die Cito-scores heen?

Het voornemen van staatssecretaris Sander Dekker om de gemiddelde schoolresultaten van de eindtoets basisonderwijs openbaar te maken, stuit op verzet bij een deel van de schoolleiders en –bestuurders. Volgens hoogleraar Paul Zoontjens maken die bezwaren geen schijn van kans bij de rechter.

Toen leerlingen zich begin februari over de Cito-toets bogen, lag er al drie weken een brief van RTL Nieuws op het ministerie van Onderwijs. Een verzoek om eindtoetsscores in het basisonderwijs vrij te geven, op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (wob).
Fraai getimed: in de week van de Cito-uitslagen, begin maart, kwam staatssecretaris Sander Dekker met zijn antwoord. Hij zag geen grond om gemiddelde, niet-privacygevoelige, schoolscores van de Cito- en andere eindtoetsen onder de pet te houden. Zo’n 150 van de bijna 1200 schoolbesturen in het primair onderwijs tekenden bezwaar aan, bijgestaan door koepelorganisatie PO-raad en een Utrechts advocatenkantoor. Ze vrezen dat scholen zullen worden ‘afgerekend’ op onderling onvergelijkbare scores. Dekker zal besluiten of hij die bezwaren honoreert. Afhankelijk van de uitkomst rest voor RTL Nieuws of de protesterende schoolbesturen de gang naar de rechter.
De bezwaren tegen het vrijgeven van schoolscores maken volgens hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg, Paul Zoontjens, bij een rechter geen schijn van kans. “Er is geen houden aan.” Een uitzondering op de openbaarheidsplicht geldt als belanghebbenden onevenredig nadeel ondervinden van publicatie. Zoontjens: “Scholen kunnen alleen stellen dat ze nadeel ondervinden, ze kunnen het niet onderbouwen. Ouders weten heus wel hoe ze zulke cijfers moeten beoordelen. Ze lopen ook niet massaal weg wanneer een school als zwak te boek staat. Het effect van zulke publicaties moet je niet overdrijven. Kijk maar naar de openbaarmaking van de inspectierapporten.”

Korte metten
Na een wob-procedure van dagblad Trouw, die bijna een jaar duurde, moest de Onderwijsinspectie in 1997 resultaten van middelbare scholen vrijgeven. Zoontjens was destijds de ambtenaar op het ministerie van Onderwijs die het verzoek behandelde. “Er was geen enkele reële weigeringsgrond. De rechter maakte korte metten met de bezwaren.” Dat is volgens Zoontjens ook de reden dat staatssecretaris Dekker zelf al tot de conclusie kwam dat gemiddelde scores van basisscholen openbaar gemaakt moeten worden. “Ik denk niet dat er ook maar enige discussie is geweest binnen het ministerie.”
Informatie die bij de overheid berust, is in principe openbaar. Uit een rondgang van het Onderwijsblad blijkt dat eindtoetsgegevens in verschillende vormen terechtkomen op meerdere plekken binnen de overheid en semioverheid.
De Onderwijsinspectie ontvangt zelfs via twee verschillende routes, resultaten van de eindtoets basisonderwijs. Sinds meer dan zes jaar levert Cito een geaggregeerd overzicht van gemiddelde scores per school, van scholen die daarvoor goedkeuring hebben gegeven. Dat geldt voor ruim vier op de vijf scholen die gebruikmaken van Cito-toetsen (Cito-scholen). Bij scholen die toestemming weigeren of die een alternatieve eindtoets gebruiken, vraagt de inspectie de gemiddelde scores rechtstreeks op. De gegevens worden gebruikt voor het toezicht op de onderwijskwaliteit. Vanwege de snelheid en de betrouwbaarheid van de gegevens, houdt de inspectie nog steeds vast aan deze route. Ook al krijgt ze tegenwoordig via een tweede traject individuele eindscores aangereikt.
Die weg loopt via het Basisregister Onderwijs (Bron), dat beheerd wordt door Duo, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Onderwijs. Schoolbesturen zijn namelijk wettelijk verplicht om allerlei gegevens, waaronder alle individuele resultaten van de eindtoets basisonderwijs, op te nemen in het register. De gegevens worden via een koppeling met het leerlingadministratiesysteem van de school overgezet naar Bron.
De inspectie krijgt daaruit geanonimiseerde leerlingscores, net als het ministerie van Onderwijs overigens. Sinds 2010 is het primair onderwijs op het basisregister aangesloten, maar compleet zijn de Bron-gegevens nog niet. Bovendien is het niet zo eenvoudig om de juistheid van de scores te controleren, erkent Duo. Staat er een foutje in de schooladministratie, dan komt die ook in het basisregister.
Een kopie van alle data uit Bron gaat naar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), inclusief individuele scores én het burgerservicenummer. Het CBS koppelt toetsresultaten aan andere databestanden voor onder meer doorstroomanalyses. Voorwaarde is wel dat er geen informatie wordt gepubliceerd die tot leerlingen herleidbaar is. Het burgerservicenummer wordt bij het CBS omgenummerd, zodat leerlingen voor onderzoekers niet te herkennen zijn.
Ook via Cito krijgt het CBS een bestand met leerlingscores. Met uitzondering van 169 scholen die daar bezwaar tegen maken. Het bestand bevat onder meer achternaam, geboortedatum en geslacht van de leerling. Elk najaar krijgen scholen een bevestiging in de bus van hun deelname aan de Cito-toets. Daarin worden ze er ook aan herinnerd dat hun gegevens met de inspectie en het CBS worden gedeeld. En ze worden erop gewezen hoe ze die goedkeuring kunnen intrekken.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.