• blad nr 10
  • 25-5-2013
  • auteur G. van der Mee 
  • Redactioneel

Einde van een succesformule? 

Het ging zo goed met het praktijkonderwijs

De leraren zijn goed, de resultaten prima. Niks op het praktijkonderwijs aan te merken. Toch moet alles weer anders. Het budget van de zelfstandige scholen wordt opgedeeld, er komt een efficiencykorting van 50 miljoen en er mogen geen leerlingen meer bij. “Hoe hadden de beleidsmakers dat nou gedacht met deze jongeren?”

Het praktijkonderwijs doet het goed, krijgt allemaal pluimen van de Onderwijsinspectie. Toch wil het kabinet een einde maken aan deze succesformule. Het budget van de scholen wordt bevroren op het leerlingenaantal van 2012 en ook nog eens opgedeeld. Het ‘zorgdeel’ valt in de toekomst onder passend onderwijs. Peter de Jong, voorzitter van het Landelijk Werkverband Praktijkonderwijs, waar de 160 scholen bij aangesloten zijn, vindt het een verkapte stelselwijziging. “Stel je voor dat ze opeens tegen de gymnasia zeggen ‘we gaan uw budget opdelen’ of ‘er mogen vanaf nu niet meer leerlingen bij’. Wij vallen onder de Wet op het voortgezet onderwijs, maar worden nu toch apart behandeld.”
De Jong, die zelf directeur van een school voor praktijkonderwijs in Heerenveen is, snapt niet zo goed wat dit kabinet nu wil. “Onze sector groeit al een aantal jaren niet meer, dus dat is geen aanleiding voor een bezuiniging. Wij leiden 27 duizend leerlingen in een kleinschalige omgeving op. Omdat wij geen examens hebben, is de afspraak dat ze op de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding terechtkomen. Dat lukt voor een groot deel van de leerlingen. Vanuit economisch standpunt gezien zou je zeggen dat het winst is dat deze mensen zo zelfstandig mogelijk worden. Wij willen op alle mogelijke manier meewerken aan passend onderwijs, maar laat ons budget er buiten, want de additionele zorgmiddelen zijn bij ons verweven in de hele onderwijsaanpak.”
In zijn ‘Hoofdlijnenbrief lwoo en pro’ herhaalt staatssecretaris Sander Dekker nog eens dat het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (pro) in het schooljaar 2015-2016 ondergebracht worden in passend onderwijs. Naast budgettering is er een efficiencykorting van 50 miljoen in het regeerakkoord afgesproken, dat is 10 procent van het totale budget van deze twee schoolsoorten. Dekker belooft in zijn brief de leerlingen daarbij ‘zoveel mogelijk te ontzien’, eenmaal ondergebracht bij het passend onderwijs wordt alles immers veel ‘slimmer en efficiënter’. Lichtpuntje is dat het lwoo, ondersteunend onderwijs bij het vmbo, waar een kwart van de leerlingen voor in aanmerking komt, niet langer op één hoop gegooid worden met het praktijkonderwijs. De staatssecretaris wil rekening houden met de verschillen.

Flauwekul
Naast de bezuinigingen hebben de praktijkscholen met een ander nieuw struikelblok te maken. Gemiddeld ging een derde van de leerlingen na het praktijkonderwijs naar het mbo voor de assistent-functies op niveau-1 en 2. Dat kan niet meer sinds er voor niveau-2 extra eisen gesteld worden aan taal en rekenen. “Er vallen nu een heleboel van onze jongeren buiten de boot. Het zijn fantastische praktijkmensen, maar ze hebben nu eenmaal moeite met taal en rekenen. Daar houden wij rekening mee, dus geen uitwijdingen, alle flauwekul eruit, alleen de essentie. Nu het mbo voor een groot deel als opleiding wegvalt, moeten wij die taak overnemen. Daar zeuren wij niet over, zolang wij daarvoor de middelen behouden. Als dat ook minder is, wordt onze taak veel moeilijker. Hoe hadden de beleidsmakers dat nou gedacht met deze jongeren, waar moeten ze heen? De gemeenten hebben ook geen voorzieningen meer, op sociale werkplaatsen wordt bezuinigd.”
Een van de ingrepen in de bureaucratie is het afschaffen van de regionale verwijzingscommissies (rvc’s) die nu de plaatsing van leerlingen in het praktijkonderwijs beoordelen. Dat levert 7 miljoen op. De Jong denkt dat het wel zonder de rvc’s kan, maar hij ziet een addertje onder het gras. “Volgens de wet heeft een schoolbestuur het recht om een leerling met een indicatie ‘praktijkonderwijs’ toch te plaatsen in het vmbo. Aangezien het aantal leerlingen daar daalt, is dat wel heel aantrekkelijk. Dan wordt het geld dus niet gebruikt voor het individuele maatwerk van die leerling, maar gaat het in de grote pot. Bij ons heeft elke leerling een eigen plan, wij worden ook beoordeeld op onze resultaten. Daar hangt een prijskaartje aan. Bij het leerwegondersteunend onderwijs in het vmbo is er vaak sprake van een generieke klassenbegeleiding. Alleen als je daar hele harde centrale afspraken over maakt kunnen deze jongeren op de juiste plek terechtkomen.”

Verarming
Richard Renkers, directeur van de Baander, een school voor Praktijkonderwijs in Amersfoort, heeft ervaring met leerlingen die naar het vmbo gaan, terwijl ze beter passen op het praktijkonderwijs. “Na een paar jaar komen ze dan toch weer bij ons terug met een negatieve schoolervaring, want ze hebben het niet gered. Het afgelopen jaar ging het alleen in Amersfoort om zo’n dertig leerlingen die dan toch uitvallen.” Hij werkt al sinds 1976 in het speciaal onderwijs. “Toen waren we een mlk-afdeling (onderwijs voor moeilijk lerende kinderen, red.), sinds 1985 zijn we een zelfstandige school, maar onze doelgroep is niet veranderd.”
Leerlingen voor het praktijkonderwijs worden beoordeeld op de criteria: laag IQ (variërend van 55 tot 80, voor het lwoo geldt 75-90) en een forse leerachterstand. Er wordt verder niet gekeken naar de sociaal-emotionele situatie, Renkers vindt dat een verarming. “Met net iets te weinig leerachterstand of een iets te hoog IQ worden ze dan doorverwezen naar het lwoo. In het vmbo werken ze toch heel anders. Bij ons kunnen ze hun eigen tempo bepalen en hebben ze voor de helft van de tijd praktijkvakken. Doordat ze nu niet aldoor meer dingen hoeven te doen die ze echt niet kunnen, zoals rekenen of taal, krijgen ze meer succeservaringen en meer zelfvertrouwen.”
De Baander heeft maar 208 leerlingen. “We kennen de leerlingen en hun ouders. Ze hebben geen examendruk, maar er is toch een gemotiveerde werksfeer.” Renkers vindt het onacceptabel dat zijn school niet wordt behandeld als een normale school voor voortgezet onderwijs. “Ik vind dat een ernstige weeffout en principieel onjuist. Iedere stijging na 2012 wordt niet meer vergoed, het geld moet dan verdeeld worden onder het huidige aantal leerlingen.”
Volgens Renkers is het plan van passend onderwijs ontstaan door de groei van de vso/zmok-scholen en de ambulante begeleiding. “Nu willen ze dat de samenwerkingsverbanden ook verantwoordelijk worden voor lwoo en pro, begrotingstechnisch is dat natuurlijk reuze handig, want dan schuif je de verantwoordelijkheid door, terwijl je tegelijkertijd minder budget geeft, dan moeten die besturen maar zien hoe ze daar uitkomen.”
Zowel de AOb als de VO-raad lieten december vorig jaar al weten dat het afknijpen van lwoo en pro zou kunnen leiden tot groei van het veel duurdere voortgezet speciaal onderwijs.

Somber
Beide directeuren zien de toekomst somber in als het praktijkonderwijs onder samenwerkingsverbanden komt te vallen van schoolbesturen die de budgetten verdelen. Renkers: “Er is ook nog sprake van een landelijke verevening, dat is voorlopig naar de toekomst verschoven, maar het wordt wel onderzocht. Dat zou betekenen dat wij moeten gaan betalen voor de groei elders in het land.”
Peter de Jong voorziet dat de samenwerkingsverbanden de miljoenen van het lwoo (99.464 leerlingen in 2011) en het pro (26.813 leerlingen in 2011) goed kunnen gebruiken. “Wij zijn nu een goedlopende sector, dus de beleidsmakers vonden het wel makkelijk om ons aan het voortgezet speciaal onderwijs te koppelen. Maar ons succes hangt af van de juiste condities. Als ze die wegnemen, moeten deze leerlingen toch weer door andere instanties worden opgevangen. Zoiets heet kortetermijnbeleid.”

{kader}
Pluim
De leraren in het praktijkonderwijs springen er bij vrijwel alle vaardigheden op een positieve manier uit, schrijft de inspectie in het Onderwijsverslag 2011/2012. Daarin staat ook dat de scholen voor praktijkonderwijs de afgelopen tien jaar ingrijpend gewijzigd zijn. Door goede leermiddelen en afwisseling in lesactiviteiten ligt de focus meer op werken en een zelfstandig bestaan. ‘Het schoolklimaat is gericht op het creëren van zelfvertrouwen en rust.’

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.