• blad nr 10
  • 25-5-2013
  • auteur T. van Haperen 
  • Column

 

Tweede correctie

Het is mei. De tijd van het centraal schriftelijk eindexamen. En al jaren hangt een kwestie boven de markt. De beoordeling. In maart verscheen daar een onderzoek over. Van het Cito. Ruim zeshonderd werken van zes schoolvakken, verdeeld over vwo, havo en vmbo, zijn opnieuw nagekeken, na een eerste en een tweede correctie.
Wat blijkt? Er zijn afwijkingen. Bij de meeste vakken gaat het nog wel. Maar geschiedenis havo komt gemiddeld een vol punt lager uit. En dat is veel. Daardoor stijgt het aantal onvoldoendes van 23 naar 54 procent. Verder blijkt uit een enquête dat niet elke tweede corrector zijn toezichthoudende taak even serieus neemt. Volgens het examenbesluit moeten alle werken voor een tweede keer nagekeken worden. Dat gebeurt niet altijd.
Even na de publicatie van het onderzoek reageert staatssecretaris Sander Dekker met een brief aan de Kamer. Leraren doen hun werk niet. Tweede correctoren kijken slechts een deel van de kandidaten na. De inspectie gaat het oplossen. En waarschijnlijk eindigt dit bij een procedurewijziging. De tweede corrector doet de eerste correctie en de eerste corrector controleert of zijn leerlingen juist beoordeeld zijn. Het alternatief, een team van externe experts corrigeert alle examens. Zoiets.
Goed idee? Nee, want de analyse klopt niet. Het huidige systeem werkt namelijk best aardig. De tweede correctie is de stok achter de deur. Daardoor kijken leraren het werk van hun leerlingen goed na. Veel beter dan de schoolexamens. De afwijkingen bij de correctie van Cito zijn ook niet veroorzaakt door een halfbakken tweede correctie. Een voorbeeld. Ik doe de tweede correctie voor een groep van dertig leerlingen. Bij de eerste tien kandidaten komt mijn puntenaantal overeen met dat van mijn collega. Waarom zou ik dan de volgende twintig nog nakijken? Dat is uren werk. Onbetaald. En het is zinloos, want mijn steekproef is een stuk representatiever dan die van Cito.
Vorig jaar deden 180 duizend leerlingen examen in vele vakken. Cito kijkt 600 examens opnieuw na en trekt conclusies. Dan mag ik na een tweede keer nakijken van een derde deel van de populatie best zeggen: Prima gecorrigeerd, collega. En ja, die afwijking bij geschiedenis blijft onacceptabel. Maar dat komt door de toets. Vraag wanneer de tachtigjarige oorlog was. En de eerste, tweede, derde corrector geven eenzelfde score bij eenzelfde antwoord. Maar open vragen met bronnen en een correctievoorschrift met ‘een voorbeeld van een goed antwoord is’, leiden tot interpretatieverschillen. En het gesprek over het half volle en het half lege glas, tussen de eerste en de tweede corrector, is lastig en onaangenaam. Bij een vmbo Engels met overwegend gesloten vragen, speelt dit amper. En dus is daar de afwijking te verwaarlozen.
In dat Cito-onderzoek staat niks nieuws. En ja, het kan altijd scherper. Maar zeg dan als staatssecretaris: Hé leraren, doe beter je best, ik betaal de tweede corrector tien euro per werk.
Maar nee hoor, de inspecteur gaat ons aanpakken. Hoe dan? Komt die ernaast zitten? Het wantrouwen jegens leraren nadert het niveau hilarisch.

Dit bericht delen:

© 2021 Onderwijsblad. Alle rechten voorbehouden
Het auteursrecht op de artikelen in dit archief berust bij het Onderwijsblad, columnisten of freelance-medewerkers. Het citeren van delen van artikelen is toegestaan, mits met bronvermelding. Volledige overname, herplaatsing of opname in andere publicaties is slechts toegestaan na overleg met de hoofdredacteur via onderwijsblad@aob.nl Indien het gaat om artikelen van freelancers zal hiervoor een bedrag in rekening worden gebracht.